Keir Starmer
Dit is het dagelijkse commentaar van NRC. Het bevatmeningen, interpretaties en keuzes. Ze worden geschreven door een groepredacteuren, geselecteerd door de hoofdredacteur. In de commentaren laat NRC zien waar het voor staat. Commentaren bieden de lezer eenhandvat, een invalshoek, het is ‘eerste hulp’ bij het nieuws van de dag.
Aan de zorgelijke instabiliteit van de Britse politiek, begonnen na het Brexit-referendum, volgende maand al weer tien jaar geleden, lijkt geen einde te komen. Aan het premierschap van Labour-leider Keir Starmer wel.
Al is het een coup in slow motion. Die coup gaat niet over de richting die de Labour-partij op is gegaan onder Starmers leiding of specifiek beleid. Dat zou gezien de verkiezingsuitslag van begin mei verstandig zijn. Want hoewel tussentijdse lokale en decentrale verkiezingen vaker een afstraffing zijn van kabinetsbeleid, verloor Labour ditmaal niet alleen zetels aan de traditionele conservatieve aartsrivaal.
De partij verloor aan links (Greens, Scottisch National Party, Plaid Cymru), ze verloor aan radicaal-rechts (Reform) en aan de centrumlinkse Liberal-Democrats. Labour verloor bijna 60 procent van de gemeenteraadsleden in Engeland, waaronder in plaatsen waarvan het gemeentebestuur al sinds de jaren zeventig in handen was van de partij. Ze verloor dramatisch in Wales, waar Labour sinds 1999, toen het landsdeel een eigen parlement kreeg, de meerderheid had en de premier leverde. En de partij verloor fors in Schotland.
De grote vraag voor Labour zou dus kunnen zijn: hoe houden wij ons als sociaal-democraten staande in een land waar kiesdistricten niet meer vanzelfsprekend één partijkleur hebben? Hoe verhouden wij ons tot een meerpartijenstelsel – dat het Verenigd Koninkrijk nu echt is?
De interne strijd gaat echter vooral over de impopulariteit van Starmer. Die, toegegeven, van interne crisis naar interne crisis lijkt te hopsen, en het vertrouwen van het land duidelijk heeft verloren. Maar elke uitdager zal met een beter verhaal moeten komen dan ‘weg met Starmer’.
Want Starmer was zelf de ‘weg met de Tories’-kandidaat, die de oplossing voor jaren van stilstand onder de Conservatieven zou zijn. Zoals zijn voorganger Rishi Sunak een betrouwbare kracht zou zijn na de rampzalige 41 dagen van Liz Truss, die weer de chaos onder Boris Johnson zou oplossen, die zelf weer alles was behalve Theresa May. Die het stokje overnam van David Cameron, die de ochtend na het Brexit-referendum opstapte.
Nigel Farage, de man die de aanstichter daarvan was en nu opnieuw het discours in het VK bepaalt, is ondertussen de lachende derde. Controverses, zoals over een niet-gemelde donatie van 5 miljoen pond, blijven niet aan hem kleven doordat de aandacht naar Labour gaat. Het aantal zetels voor zijn radicaal-rechtse Reform blijft groeien,
De komende tijd zal opnieuw stilstand betekenen. De belangrijkste uitdager van Starmer, Andy Burnham, moet eerst een zetel in het Lagerhuis winnen bij een – nog niet uitgeschreven – tussentijdse verkiezing. Hij is weliswaar in de peilingen populair, maar de 76.000 kiezers van kiesdistrict Makerfield waren in mei voor de gemeenteraad nog overwegend gecharmeerd van Reform van Nigel Farage. En áls Burnham wint, moet hij nog de steun van zijn parlementaire collega’s krijgen, van wie sommigen ook partijleider willen worden.
Een kandidaat heeft vervolgens steun nodig van meer dan de helft van de binnen de partijstructuur invloedrijke vakbonden en van leden, die per post meestemmen. Starmer kan onmiddellijk opstappen, maar dan wordt de strijd om het leiderschap nog ingewikkelder, met een interim-premier die het land leidt.
Is dit waar de Britten op hoopten toen ze tien jaar geleden voor ‘take back control’ stemden? Ironisch genoeg bevatte de troonrede vorig week talloze plannen over juist datgene waar zij zich zorgen over maken: woningtekort, energieprijzen, criminaliteit, migratie, defensie. Maar de woorden waarmee koning Charles het parlementaire jaar opende, vielen weg tegen de leiderschapscrisis die Labour zelf creëerde.