Home

Internationale noodsituatie na ebola-uitbraak: ‘Mensen kunnen bloeden uit hun ogen, hun neus, hun mond’

De uitbraak van een zeldzaam ebolavirus in de Democratische Republiek Congo en Oeganda kan grote gevolgen voor de regio hebben. ‘Het kan snel gaan, dit virus is heel agressief.’

is onderzoeksjournalist van de Volkskrant.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft de uitbraak van de zeldzame Bundibugyo-variant van het ebolavirus in de Democratische Republiek Congo (DRC) en Oeganda bestempeld als een ‘internationale noodsituatie’. Bundibugyo is een dodelijke virusstam waarvoor geen vaccin bestaat, ook is er geen behandeling mogelijk. Hoe valt de uitbraak dan toch in te dammen? De komende dagen zijn cruciaal, zeggen arts-microbioloog Joost Hopman van het UMC Groningen en epidemioloog en microbioloog Amrish Baidjoe van Artsen zonder Grenzen.

Hoe groot gaat deze uitbraak worden?

Joost Hopman, arts-microbioloog: ‘De getallen die we nu zien zijn fors, zeker als je naar eerdere uitbraken kijkt.’

Amrish Baidjoe, microbioloog: ‘Het virus is laat ontdekt. Toen de uitbraak werd vastgesteld, zaten we al op een vrij hoog aantal doden – zeker 85 ‘verdachte’ overlijdensgevallen in verschillende regio’s – en zo’n 280 mogelijke besmettingen in DRC én in Oeganda. Het betekent dat het virus al zeker een maand rondwaart. Het virus lijkt breed verspreid. De genoemde aantallen zijn waarschijnlijk een onderschatting van het aantal zieken en doden. Ik ga niet speculeren, het beeld op de grond is nog te onduidelijk en te dynamisch, maar ik maak me wel zorgen. Het gebruik van de term ‘internationale noodsituatie’ door de WHO is terecht. De komende dagen zijn cruciaal: hoe snel kunnen er hulpverleners bijkomen, hoe snel kunnen er klinieken worden opgezet?’

Hopman: ‘Het gaat sowieso een van de grotere uitbraken worden. Maar er zijn veel dingen die we nog niet weten. Alles hangt af van de respons in de komende dagen en de komende weken. Elke dag vertraging verhoogt het risico aanzienlijk.’

Hoe dodelijk is deze Bundibugyo-stam?

Baidjoe: ‘Het sterftecijfer van het Bundibugyo-virus ligt hoog: tussen de 40 en 60 procent. Het is een stam die we niet vaak zien. Dat betekent dat er weinig onderzoek naar is gedaan. Deze percentages zijn gebaseerd op relatief kleine uitbraken. We weten dat de sterfte omlaag gaat als mensen sneller worden behandeld. In het verloop van een uitbraak zie je dat het sterftecijfer vaak daalt.’

Soms loopt het sterftecijfer op tot 90 procent. Hoe kan dat?

Baidjoe: ‘Dat zie je alleen als er helemaal geen behandeling is. In die complexe situaties is het vaak moeilijk om precies te testen waaraan iemand overlijdt. Mensen lijden soms ook aan andere fatale ziekten, zoals malaria of aids. De behandeling daarvan kan stil komen te liggen doordat alle aandacht uitgaat naar de ebola-uitbraak.’

Hoe valt een ebolapatiënt te herkennen?

Baidjoe: ‘Het angstbeeld dat iedereen van ebola heeft, is de patiënt bij wie het bloed uit de ogen loopt. En het klopt, dit zijn hemorragische virussen. Mensen kunnen bloeden uit hun oren, uit hun neus, uit hun mond. Ook hebben ze interne bloedingen, die kunnen leiden tot gigantische blauwe plekken, al zijn die bij een donkere huidskleur niet altijd goed te zien.

‘Maar het ingewikkelde is dat dit pas in de laatste, ernstigste fase gebeurt. Patiënten vertonen in eerste instantie juist aspecifieke symptomen: koorts, spierpijn, malaise, en later ook diarree en braken. Die bloedingen zien we vaak niet eens. Als we het al bij een patiënt zien, dan is hij eigenlijk al zo ziek dat er niet veel meer aan te doen is. Maar mensen overlijden vaak al in een eerder stadium.’

Hopman: ‘Het probleem bij het ebolavirus is vooral dat patiënten door braken en diarree ernstig uitgedroogd raken. Dat kan snel gaan. Dit virus is heel agressief. Door die dehydratatie lopen alle organen vast en gaan patiënten uiteindelijk onderuit.’

Baidjoe: ‘Het is dus lastig om patiënten vroeg te herkennen, vooral in gebieden waar ook malaria heerst. Het is moeilijk om onderscheid te maken, het lijkt allemaal erg op elkaar.’

Wat zou de aanpak van hulpverleners moeten zijn?

Baidjoe: ‘Je moet inzetten op actieve ‘case finding’. Dus aan iedereen die koorts heeft, ga je vragen om thuis te blijven. Daarna moet je hen blijven opzoeken en hen bij verergering in isolatie plaatsen in het lokale ziekenhuis – al is het de vraag of daar genoeg plek zal zijn.

‘Zeker in het begin van een uitbraak is deze manier van werken ingewikkeld. Gezondheidsmedewerkers moeten langs steden, dorpen, huizen. Maar zijn er genoeg mensen om dat te doen? Kunnen ze die regio überhaupt in? En ook: hoe rust je hen uit? Ik weet gewoon dat er op dit moment niet genoeg beschermende kleding is voor zorgmedewerkers in de getroffen gebieden. Zij lopen een enorm risico. Het virus is heel besmettelijk, via alle lichaamsvloeistoffen. Dan is afstand houden soms het enige wat ze kunnen doen.’

Hopman: ‘Gezondheidsmedewerkers moeten een band opbouwen met de leiders uit de gemeenschappen. Met de chief, de traditionele genezer, de religieuze leider. Als er onderling vertrouwen is, of eigenlijk moet dat er al zijn, dan zie je vaak dat de respons goed loopt. Zo niet, dan wordt het ingewikkeld. Zoiets is cruciaal. Als mensen denken dat ze bij een melding van ziekte zomaar weggehaald en opgesloten worden zonder dat ze daarover zeggenschap hebben, dan melden ze zich niet. Iets wat we ook bij eerdere ebola-uitbraken in West-Afrika hebben gezien.’

Er gaan in de media verhalen rond over jonge mensen die met blote handen en zonder mondkapjes of verdere bescherming overledenen verslepen en in graven leggen. Hoe kijken jullie daarnaar?

Hopman: ‘Al die materialen – schorten, mondkapjes – moeten in de komende dagen zo snel mogelijk naar het gebied worden verscheept en gevlogen. Maar de afstanden zijn enorm, de wegen zijn slecht. De Democratische Republiek Congo is een van de grootste landen ter wereld, dat vergeten we weleens. Maar het belangrijkste probleem zijn de gewapende conflicten. Je kunt daar niet even, zoals wij in Nederland, met de plaatselijke GGD van dorpje naar dorpje. Er zijn al elf incidenten met zorgverleners gerapporteerd. Het is onveilig, en het is heel complex om daar te werken.’

Zijn er testen voor het Bundibugyo-virus?

Baidjoe: ‘Testen is nu alleen mogelijk in een laboratoriumsetting. Daar moet je faciliteiten voor gaan opzetten. Sneltesten met een druppeltje bloed zijn er nog niet. Althans: geen gevalideerde testen. Ik weet dat er teams naar het gebied zijn gestuurd die vanuit een tiental koffers een klein laboratorium kunnen opbouwen, waardoor ze mensen ter plekke kunnen testen.’

Welke factoren verergeren de situatie?

Baidjoe: ‘Het gebied ligt dicht bij de grens met Zuid-Soedan, een land met een van de meest fragiele gezondheidssystemen ter wereld. Mensen reizen veel heen en weer in die regio. Ook begrafenisceremonies vormen grote besmettingshaarden: we zien toch nog vaak dat mensen het lichaam van de overledene gaan wassen. Wat het verder ingewikkeld maakt, is dat er nog geen vaccin bestaat tegen Bundibugyo. Bij uitbraken met andere varianten bouwden we via vaccinatiecampagnes een schild om een besmettingshaard heen, zodat deze kon uitdoven.’

Waarom bestaat dat vaccin nog niet?

Hopman: ‘De Bundibugyo-variant heeft relatief weinig uitbraken veroorzaakt, de laatste was in 2012, dus er was ook geen mogelijkheid om vaccins in de praktijk te testen.’

Wat kunnen artsen voor besmette patiënten betekenen?

Baidjoe: ‘Bij andere varianten kunnen artsen zogenoemde monoklonale antilichamen geven, maar voor Bundibugyo bestaan die nog niet. Het enige wat je echt kunt doen is vocht geven, via een infuus.’

Source: Volkskrant

Previous

Next