Betrokkenheid heeft richting nodig om niet te veranderen in machteloosheid: een duidelijke vraag, een concreet doel, het gevoel dat wat je doet ergens aankomt.
Binnenkort vertrek ik opnieuw naar Oekraïne. Met een ambulance vol medische hulpgoederen rijd ik naar een militair ziekenhuis vlak bij het front. Oekraïense militairen noemen deze oorlog ook wel ‘the war of robots’. Zodra er een manier is gevonden om een aanval af te weren, verschijnt er alweer een nieuwe variant – sneller, slimmer en krachtiger dan de vorige.
Het enige wat ze soms kunnen doen, is wachten. Wachten tot de ogen in de lucht verdwijnen en het weer even stil is. Militairen zien hun gewonde kameraden in het veld liggen, terwijl artsen en evacuatievoertuigen klaarstaan om hen op te halen. Via een scherm kijken ze toe hoe iemand sterft die ze hadden kunnen redden, maar niet konden bereiken.
Over de auteur
Frederiek Roukens is co-assistent aan de Universiteit van Amsterdam.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
De soldaten die wél geëvacueerd kunnen worden, komen terecht in militaire ziekenhuizen: verzamelpunten van zwaargewonden afkomstig van de frontlinie. Daar liggen mannen en vrouwen zonder armen of benen, met gezichten die door explosies zijn verbrijzeld.
Ondertussen verschuift onze aandacht in de media én in ons dagelijks leven. Soms kan het lijken alsof we onverschillig zijn geworden. Maar klopt dat eigenlijk wel?
Vanuit het ziekenhuis waar ik naartoe ga, ontving ik een lijst met materialen die dringend nodig zijn: patiëntmonitoren, chirurgische instrumentensets en wondzorgmaterialen. Een paar dagen later stuurde diezelfde arts me nog een bericht: ‘Actually, bring everything, Fre. Ukraine needs everything.’
In de hoop de ambulance zo vol mogelijk te krijgen, plaatste ik een oproep op LinkedIn. Toen ik de volgende ochtend wakker werd, was het meer dan honderdduizend keer bekeken en bijna vierhonderd keer gedeeld. Mijn inbox vulde zich met berichten van mensen die iets wilden bijdragen.
Een wondverpleegkundige schonk drie tassen vol verband. Een arts liet weten dat ze op haar afdeling chirurgische sets ging verzamelen. Iemand anders bracht medische materialen langs die haar moeder had overgehouden na een behandeling.
Lang niet alle hulp was medisch. Een jonge vrouw met familie in Oekraïne hielp met vertalen en het leggen van contacten.
In een oorlog waarin telefoons, signalen en locaties onderdeel zijn van het gevecht, kan digitale zichtbaarheid je leven kosten. Een medewerker van Defensie stelde Faraday-materiaal beschikbaar dat signalen blokkeert en apparatuur afschermt tegen tracering.
Soms vrees ik dat we wennen aan de ellende van de wereld. Dat we scrollen, kijken, zuchten en weer doorgaan. Dat we langzaam gaan geloven dat verzet, klein of groot, geen verschil meer maakt.
Maar de reacties op mijn bericht lieten mij iets anders zien. Betrokkenheid heeft richting nodig om niet te veranderen in machteloosheid: een duidelijke vraag, een concreet doel, het gevoel dat wat je doet ergens aankomt.
Meerdere mensen bedankten míj, terwijl zij juist degene waren die iets aanboden of doneerden. Alsof ze opgelucht waren dat ze eindelijk iets konden doen.
Binnenkort rijdt deze volgeladen ambulance richting Oost-Oekraïne, dankzij honderden mensen die geloofden dat iets doen, hoe klein ook, ertoe doet.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant