Laten we ophouden te doen alsof een paar maffe influencers met ontbloot bovenlijf verantwoordelijk zijn voor de giftige masculiene sfeer in het klaslokaal. Kijk liever naar de programmeurs in Silicon Valley, en weer de laptop zoveel mogelijk uit het klaslokaal.
Met verbijstering, ik kan er geen ander woord voor vinden, las ik in de Volkskrant de artikelen over de oprukkende manosfeer bij jongeren. Geen verbijstering over de toename van seksisme en het bijbehorende conservatieve gedachtegoed, maar over de onwil van alle betrokkenen (leraren, onderzoekers en journalisten) om toe te geven dat het niet Andrew Tate en zijn masculiene vriendjes zijn die scholieren hun wereldbeeld opdringen, maar de algoritmes die dat gedachtegoed blijven rondpompen.
Algoritmes die als doel hebben ons, koste wat kost, aan ons scherm te laten kleven. Algoritmes waar kinderen aan bloot worden gesteld omdat ze van school een laptop moeten gebruiken. Apparaten waarop ze in de pauze, tijdens de les en tijdens hun huiswerk een wereldbeeld krijgen aangeboden waar ze onmogelijk weerstand aan kunnen bieden.
Over de auteur
Micha Wertheim is cabaretier en verzorgt wekelijks de berichten van het Transitie Journaal.
Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Dat de invloed van de manosfeer deze week weer even op de landelijke agenda kwam te staan is fijn. Maar wat moet er in hemelsnaam gebeuren voordat wij, de volwassenen, inzien dat alle zogenaamd sociale platformen, van TikTok en Instagram tot het door scholen veel gebruikte YouTube, de beste programmeurs hebben ingezet om onze aandacht en die van onze kinderen te kapen.
Dat doen ze niet met een vooropgezet politiek programma, maar door gebruik te maken van onze biologische zwaktes. Blijkbaar komt daar uit dat veel jongens als vanzelf content kiezen die een sprookje vertelt over macht, geld en mannelijkheid waarvan wij, als ze er in gaan geloven, nogal schrikken. Zoals het ook een hele generatie vrouwen ervan lijkt te overtuigen dat het zinnig is om hun lippen op te laten spuiten. Het maakt de eigenaars van die platformen niets uit wat de gevolgen zijn, als we maar blijven kijken.
Natuurlijk zijn er veel meer filmpjes op internet; sommige zijn heel leerzaam, literair, poëtisch of grappig, maar daar klikken jongeren minder snel op en dus verliezen die het als ze eenmaal terechtkomen in de draaikolk van het algoritme. Niet wij, maar het programma besluit wat het volgende filmpje is dat ze krijgen voorgeschoteld. Waar ze naar kijken interesseert de bedrijven die dat algoritme bedacht hebben niet. Wat ze willen, is onze aandacht: die kunnen ze verkopen aan adverteerders, de rest is bijzaak. Dat wat wij de manosfeer noemen komt bovendrijven als je jongeren alleen laat met het algoritme, is een bijproduct. Hun enige doel is geld verdienen.
Het wonderlijke is dat wij ze de aandacht van ons en onze kinderen voeren alsof daar geen prijs tegenover staat.
Je hoeft geen techneut te zijn om te snappen dat als morgen alle filmpjes van de broertjes Tate offline gaan, er vanzelf nieuwe filmpjes boven komen drijven waartegen pubers geen weerstand kunnen bieden. Waarschijnlijk met hetzelfde thema. Zoals mensen nu eenmaal eerder geneigd zijn naar porno te zoeken dan naar Homerus.
Het is ontroerend om een bedrukt kijkende leraar op de voorpagina te zien, die zich zorgen maakt over het gedachtegoed van zijn leerlingen, maar ook schokkend als je beseft dat juist het onderwijs ouders dwingt kinderen altijd en overal een laptop in de buurt te hebben. Precies dat apparaat is het infuus waardoor dit gevreesde wereldbeeld hun hoofd in druppelt. Je vraagt je af hoe lang het moet duren voor beleidsmakers en journalisten in willen zien dat het probleem niet de filmpjes zijn, maar de algoritmes die dat soort filmpjes op laten borrelen.
Mij wordt het als vader onmogelijk gemaakt om te reguleren waar en wanneer mijn kinderen online filmpjes kijken. En dat geldt voor alle ouders in Nederland. Soms geven de kinderen zelf toe dat ze filmpjes keken op school of tijdens het huiswerk, soms zullen ze dat voor mij verzwijgen. Zoals ik mijn ouders ook voor de gek probeerde te houden door te zeggen dat ik zat te leren, terwijl ik stiekem op hun slaapkamer tv keek.
Dat was niet ideaal, maar goddank had ik niet twintig tv-zenders op mijn kamer die allemaal tegelijk aan stonden. Waarop porno, geweld, fundamentalistisch gedachtegoed en andere onsmakelijkheden ongefilterd binnenkwamen. Die tv stond niet op mijn bureau en werd niet aangestuurd door een zelflerend amoreel programma dat speciaal was ontworpen om mij ervan te weerhouden de tv uit te zetten of zelf een andere zender te kiezen.
Toch is dat wat we onze kinderen aandoen door onderwijs te koppelen aan laptopgebruik. Wie dat apparaat openklapt om aardrijkskunde te leren, krijgt alle onweerstaanbare afleiding erbij cadeau. Natuurlijk ga ik daar het gesprek met mijn kinderen over aan. Maar als ouder heb ik geen enkele manier om de beerput van het internet zo nu en dan af te sluiten. Want voor school is de laptop altijd nodig.
Dat wil niet zeggen dat ik het niet heb geprobeerd. De wifi in huis op een bepaald tijdstip sluiten, de telefoon een nachtslot geven, ouderlijk toezicht instellen. Het werkt alleen als je voortdurend in de buurt bent om het slot er af te halen als school dat nodig acht (het eerste wat de school ons vroeg toen onze kinderen naar de brugklas gingen, was het ouderlijk toezicht eraf halen, want dat zorgde op school voor problemen als er iets moest worden gedownload of opgezocht).
Wat niet wil zeggen dat ik tegen het internet ben. Ook ik zie dat mijn kinderen via tutorials muziek leren maken, leren ontwerpen in 3D, talen oefenen en andere nuttige informatie tot zich nemen. Toch wegen de baten niet op tegen de kosten, zolang we weigeren in te zien dat de weg die we nu bewandelen niet werkt. Niet alleen omdat de computer ze van hun huiswerk afhoudt, maar ook omdat die als een paard van Troje seksisme en vrouwonvriendelijkheid binnenlaat.
Wie denkt dat kinderen tijdens het huiswerk weerstand kunnen bieden aan alles wat het algoritme op ze af stuurt, houdt zichzelf voor de gek. Dat ook leraren, onderzoekers en journalisten die over dit onderwerp schrijven de wortel van het probleem niet benoemen, drijft mij tot wanhoop.
Het is alsof de schoolkantine heroïne verkoopt en zich afvraagt wat ze moeten doen om kinderen die dat maar blijven injecteren te overtuigen ermee te stoppen. Het gesprek aangaan? Voorlichting geven? Posters ophangen? Rapporten schrijven? Of misschien toch de verslavende substantie zelf niet meer tijdens de schoollunch aanbieden.
Als ik even cynisch mag zijn: ik begrijp heel goed dat scholen het van groot belang vinden dat kinderen AI gebruiken om hun huiswerk te maken. En natuurlijk zijn computers onmisbaar om te voorkomen dat kinderen rustig in een boek lezen. Laptops in de klas helpen ook om de gehate telefoons te verbieden in de klas, aangezien je op die apparaten net zo makkelijk kunt appen, gamen en netflixen. Dat onderzoek keer op keer aantoont dat studenten meer leren wanneer ze een pen gebruiken, moet vooral niet betekenen dat we ze de kans gunnen om daar hun voordeel mee te doen.
Maar was het idee van onderwijs niet ooit dat we weerstand leren bieden aan onze laagste instincten? Was het niet juist het hele idee van school dat je daar een alternatief leert voor het pad waarop onze instincten ons sturen? Is er dan niemand die durft toe te geven dat zolang we allemaal als ratten achter het algoritmefluitje van Silicon Valley aanlopen, er niets zal veranderen?
Gelukkig begint het besef door te dringen dat er iets moet gebeuren. In Australië is er al een verbod op sociale media voor kinderen onder de 16 jaar. En de gemeente Arnhem kwam deze week met het dringende advies kinderen geen mobieltje te geven. Als we echt willen dat er iets gebeurt, zal de politiek kinderen, leraren en ouders te hulp moeten schieten. Wat nu nog voelt als een impopulaire maatregel, zou als het ervan komt nog wel eens met groot gejuich ontvangen kunnen worden. Vergeet niet hoe lang het duurde voor scholen mobiele telefoons in de ban deden, en hoe groot de opluchting was toen dat eenmaal zo ver was.
Wil dat zeggen dat kinderen nooit online mogen? Natuurlijk niet. Computers horen bij deze wereld, maar juist daarom moeten we ons onderwijs en onze opvoeding aanpassen. Is het probleem opgelost als we met laptoponderwijs stoppen? Natuurlijk niet. Sigaretten verbieden op school heeft ook niet geholpen om roken uit te bannen. Toch is de lucht op en rond het schoolplein een stuk schoner dan toen ik een puber was. Zoals het nu ook niet meer gepikt wordt dat leraren seks hebben met leerlingen.
Ook als scholen eindelijk weer analoog worden of als er ooit digitale lesmethodes komen die de deur naar YouTube, Snapchat, TikTok en WhatsApp gesloten houden, zal het probleem niet zijn opgelost. Zelfs als sportverenigingen stoppen met communiceren via apps die de deur naar sociale media weer openzetten, zullen er veel ouders zijn die hun kinderen onbeperkt achter de laptop laten zitten omdat dat nu eenmaal de weg van de minste weerstand is.
Omdat ze zelf ook al lang de strijd hebben opgegeven om zich te verzetten tegen deze heerlijke nieuwe wereld waarin het algoritme bepaalt wat we doen en wat we zien. Zoals dit land ook overloopt van de ouders die het geen punt vinden dat hun minderjarige kinderen experimenteren met alcohol en drugs.
Oplossingen zijn, zoals Theo Maassen ooit opmerkte, het probleem niet. Maar laten we in ieder geval ophouden te doen alsof een paar maffe influencers met ontbloot bovenlijf verantwoordelijk zijn voor de giftige masculiene sfeer in het klaslokaal. Die verantwoordelijkheid ligt bij de programmeurs in Silicon Valley en bij alle volwassenen die dat weigeren in te zien – en die de onvermijdelijke maatregelen niet onder ogen durven zien.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant