40 edities Music Meeting In 1985 begon Music Meeting met jazz-, dans- en improvisatiemuziek uit alle windstreken. Veertig jaar later staat dat concept nog steeds overeind, maar is het festivallandschap veranderd.
De Malinese band Tinariwen tijdens het Music Meeting Festival in Park Brakkenstein in 2015.
Werkgroepen, daar draaide het begin jaren tachtig allemaal om in het politiek-kultureel centrum O42 in Nijmegen. Er was een werkgroep derdewereldcultuur, een werkgroep improvisatiemuziek en een ‘kollektief’ dat de serie ‘Dansen op NivO’ programmeerde, met Afrikaanse muziek, salsa en funk. Die drie samen organiseerden in 1985 met enig bombast de First Multicultural Dance and Improvised Music Meeting. Al snel werd het simpelweg Music Meeting. Het festival is inmiddels aan zijn veertigste editie toe.
„Destijds noemden we het nog derdewereldmuziek”, zegt mede-oprichter Wim Westerveld een beetje beschaamd. Het festival bood daarnaast plek aan jazz, improvisatie en avontuurlijke projecten. Terwijl vergelijkbare festivals en podia zoals Festival Mundial, podium Rasa en het Tropentheater ten onder gingen, bleef Music Meeting overeind, steeds zoekend naar een nieuw concept.
Want inmiddels is de niche-muziek waar het festival in specialiseert deels ook te vinden op grotere mainstreamfestivals. In opnieuw een poging om meer en jonger publiek te vinden, gooit Music Meeting dit jaar het roer nog eens om. Na ruim twintig jaar in de openlucht keert het festival terug naar locaties in de Nijmeegse binnenstad, waar het ooit begon. Sophie Blussé, sinds 2020 directeur van het festival, wil met die terugkeer groeien van 5.000 naar 6.500 bezoekers. „De formule van het park had zijn beste tijd gehad. We hadden steeds meer moeite om nieuw publiek naar het park te krijgen. Daarom komen wij nu naar het publiek toe. En doordat global muziek ook elders wordt geprogrammeerd, werd het voor ons moeilijker om de echt grote acts te boeken.”
Daarnaast biedt de nieuwe aanpak ruimte voor een andere programmering. Zo staat in de Stevenskerk een nacht vol raga, Indiase klassieke muziek, op het programma. Westerveld: „Het gaat om muziek die bij zonsondergang gespeeld moeten worden, tot in de nacht. Dat kon niet in het park. Nu kunnen we tot drie uur ’s nachts door.”
„Het aanbod was overweldigend in die eerste jaren”, herinnert Westerveld zich, die tot 2022 bij het festival betrokken was. „Er was veel aandacht voor Afrikaanse muziek, bijvoorbeeld Youssou N’Dour en Khaled, maar ook flamenco, tango, fado. We haalden groepen uit Myanmar of Cuba. Er was ruimte voor muziek die niemand nog kende.”
Toumani Diabaté en Bassekou Kouyaté spelen samen tijdens het slotconcert van Ngoni Ba, Music Meeting 2008.
Managers waren er nog nauwelijks, alles ging via via. Om de Senegalese zanger Baaba Maal naar Nijmegen te krijgen, moest een leraar Frans uit de werkgroep bellen met een contactpersoon in Parijs. De ster uit Senegal werd geboekt met de telefonische toezegging dat hij zou komen. En voilà, zo geschiedde. Keurig op tijd, geweldig concert.
„Later kwam er meer structuur, en de fax, wat ons werk makkelijker maakte.” In het nieuwe millennium veranderde het speelveld. Het nieuwe was eraf. „Met de komst van internet en social media werd alles dichtbij en bereikbaar. De slogans die we gebruikten konden we steeds moeilijker waarmaken: ‘Parels, primeurs en projecten’, of ‘De beste muziek die je zelden ziet’.”
Het festival trok naar buiten, naar Park Brakkenstein, aan de rand van de stad. Daar was ruimte voor groei. Na een moeizame start trok het in het Pinksterweekeinde uiteindelijk weer de vier- of vijfduizend betalende bezoekers van voorheen, plus veel gratis bezoekers die een deel van het festival konden meemaken. „Scholieren, studenten, gezinnen. Vaak de kinderen van ons stampubliek.”
Zelfstandig programmeur en agent Francis de Souza, niet gelieerd aan Music Meeting, bezocht het festival voor het eerst in 1992 en zag daar een „fantastisch concert” van de Malinese zangeres Oumou Sangaré. „Music Meeting is een van de weinige plekken in Nederland waar je nog onbekende global artiesten kunt laten spelen.” Dit jaar kon hij hier bijvoorbeeld de Colombiaanse elektronica van het Colombiaanse Romperayo en de West-Afrikaanse griot-muziek van Guitari Baro op het programma zetten.
Ook De Souza ziet al jaren dat de aandacht voor global muziek minder wordt. „Dansmuziek lukt wel, maar vooral luistermuziek is lastig. Je trekt er niet gegarandeerd veel bezoekers mee en er is steeds minder subsidie. Als je de niet-westerse muziek niet kent, zul je het ook niet snel zelf vinden. Dan ontdek je ook niet dat er bijvoorbeeld in de Iraanse klassieke muziek veel vernieuwing plaatsvindt. Global music festivals zijn daarin cruciaal.”
Aan verwante festivals als Le Guess Who? in Utrecht en Rewire in Den Haag, beide succesvol, denkt Westerveld juist te zien dat er misschien meer ruimte voor avontuurlijke muziek is dan voorheen. „De grootste uitdaging voor Music Meeting was vooral het imagoprobleem dat rond de term ‘wereldmuziek’ hing, een woord dat we overigens zelf nooit gebruikten. Mensen dachten vaak: o, dat zijn hippies die dansen op Afrikaanse muziek. En misschien was dat ook een tijdlang zo.”
Wim Westerveld herinnert zich van de eerste editie hoe de salsadansers direct na avantgardistische impro-jazz kwamen en dat de stoelen uit de concertzaal moesten voor de ‘gouden stem uit Afrika’, Salif Keita. Wat dat betreft is het dit jaar niet zoveel anders. Vrijdag begint met Afrikaanse dansmuziek in Doornroosje, de dagen erna klinkt er van alles: van K-pop en cajun tot jazz en gnawa.
Music Meeting, 22 t/m 25 mei op verschillende locaties in Nijmegen. Info: musicmeeting.nl