Belasting box 3 Dinsdag begint de Eerste Kamer aan de behandeling van de wet die het belasten van vermogens moet regelen. Economen proberen de senatoren nog éénmaal te verleiden tot een principieel debat: belasten we vermogenswinst of toch liever vermogensaanwas?
Een petitie van ngo om de 'superrijken' zwaarder te belasten. Dinsdag vergadert de Eerste Kamer over de nieuwe heffing van de vermogensbelasting in box 3.
Aan het eindeloze debat over het belasten van vermogens in Nederland wordt deze week een nieuw hoofdstuk toegevoegd. Ruim vier jaar na het roemruchte Kerstarrest, waarin de Hoge Raad een streep zette door de manier waarop vermogens in Nederland belast werden, is het nu aan de Eerste Kamer om zich te buigen over de toekomst van de vermogensbelasting in box 3. Deze dinsdag beginnen de senatoren met een urenlange ‘deskundigenbijeenkomst’ over de Wet Werkelijk Rendement Box 3, die in 2028 moet ingaan. De belangrijkste vraag die voorligt: welk systeem van vermogens belasten is economisch gezien het beste: een vermogenswinstbelasting of een vermogensaanwasbelasting?
Die vraag werd op scherp gezet nadat de Tweede Kamer in februari al akkoord was gegaan met de wet. In die nieuwe wet vormt de vermogensaanwasbelasting de basis: huishoudens met vermogen in box 3 (aandelen, spaargeld, andere beleggingen) worden in principe geacht elk jaar belasting te betalen over de groei van dat vermogen. Vastgoed en aandelen in start-ups zijn daarvan uitgezonderd: voor die categorieën geldt een vermogenswinstbelasting, waarbij de waardestijgingen pas worden belast in het jaar waarop zij worden gerealiseerd (de facto: bij de verkoop van die beleggingen).
Want terwijl de Kamer akkoord ging met het nieuwe, hybride stelsel van vermogens belasten, werd het kabinet in een motie ook opgeroepen vaart te maken met het ‘doorontwikkelen’ van de nieuwe wet. Geen wet met twee manieren van belasten meer, maar een volwaardig stelsel gebaseerd op vermogenswinstbelasting, een route die ook al in het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA was geformuleerd. Opmerkelijk: van de coalitiepartijen stemde alleen de VVD voor de motie, CDA en D66 waren tegen. Het toont hoe politiek gevoelig fiscale onderwerpen liggen.
Dinsdag komt daarom een keur van specialisten en belanghebbenden langs in de Eerste Kamer: vertegenwoordigers van VNO-NCW, de vastgoedsector, de branchevereniging van familiebedrijven en de tech-sector komen langs, alsmede belastingadviseurs en een handvol economen. En hoewel de Tweede Kamer dus al richting een vermogenswinstbelasting beweegt, gaat de senaat er alsnog een fundamenteel debat van maken.
Waar belangenverenigingen erop hameren dat een vermogenswinstbelasting beter en eerlijker zou zijn voor alle beleggers, benadrukken economen – ook die van het ministerie van Financiën zelf – juist dat een vermogensaanwasbelasting veruit superieur is. Volgens de economen doen de lobbyisten er alles aan om het debat over box 3 te vervuilen met „mythes en spookverhalen” die suggereren dat een vermogensaanwasbelasting het opbouwen van vermogen zou verhinderen.
Een van de sprekers dinsdag is hoogleraar economie en overheidsfinanciën Bas Jacobs (Vrije Universiteit). Hij geldt als expert op het gebied van belastingen. In zijn bijdrage zet Jacobs uiteen waarom een belasting gericht op de aanwas van vermogen beter is dan eentje gericht op winst.
Een stelsel gebaseerd op vermogenswinstbelasting is om meerdere redenen oneerlijk, aldus Jacobs. Beleggers die relatief weinig vermogen hebben krijgen te maken met hogere effectieve tarieven en een vermogenswinstbelasting discrimineert beleggers die minder risico nemen door bijvoorbeeld te sparen of te beleggen in obligaties. Beleggers in aandelen en onroerend goed zien hun rendement pas veel later belast worden, omdat een groot deel van dat rendement ongerealiseerde waardestijgingen zijn van die aandelen of het onroerend goed. Bij een winstbelasting ontstaat een fiscale prikkel om de belasting op de waardestijgingen strategisch uit te stellen, omdat rendement kan worden behaald op de vermogensgroei die anders zou zijn wegbelast. Bij een vermogensaanwasbelasting worden alle soorten van beleggen gelijk behandeld en is er dus geen fiscale reden meer om winstrealisatie uit te stellen.
Tegenstanders wijzen erop dat bij een belasting op vermogensaanwas sommige beleggers in de problemen kunnen komen omdat hun beleggingen weliswaar in waarde zijn toegenomen, maar zij geen middelen hebben om de belasting daarover te voldoen. Dat geldt bijvoorbeeld voor vastgoed, dat soms fors in waarde toeneemt. Als daarover belasting betaald moet worden, kunnen sommige beleggers in betalingsproblemen komen omdat hun vermogen vastzit in stenen. Datzelfde geldt voor beleggingen in start-ups. Mede daarom is in de huidige wet een uitzondering gemaakt voor deze illiquide vormen van vermogen.
Jacobs vindt de uitzondering voor vastgoed „te billijken”, hoewel de problemen schromelijk overdreven worden, stelt hij. Dat bevestigde ook het ministerie van Financiën al in een eerdere vragenronde. Voor start-ups heeft Jacobs minder coulance: zij ondervinden geen hinder van een vermogensaanwasbelasting. Ook in het bestaande box-3-stelsel worden zij belast over ‘papieren’ rendement en dat leidt zelden tot problemen. Een uitzondering leidt tot arbitrage omdat sommige bedrijven zullen proberen ook onder de uitzondering te vallen. Daarbij schaadt dit deelbelang het algemeen belang van een heldere, uitvoerbare manier van vermogensbelasten.
Want los van de hoge transitiekosten die een vermogenswinstbelasting met zich mee zou brengen (de schatkist loopt bij de invoering van het stelsel aanvankelijk miljarden mis wegens uitstel van belasting op niet niet-gerealiseerde winsten), is een aanwasbelasting veel beter uitvoerbaar. Zowel voor de fiscus als voor partijen die informatie moeten aanleveren over beleggingen, zoals banken en andere financiële partijen. Ook is een vermogensaanwasbelasting juridisch houdbaar, stelt Jacobs, omdat ook de Hoge Raad al heeft vastgesteld dat vermogensaanwas tot het inkomen behoort.
De economische argumenten voor een vermogensaanwasbelasting stapelen zich dus op. De politiek nam echter al een andere afslag door het kabinet aan te sporen snel met een voorstel voor een volledige vermogenswinstbelasting te komen. Als het allemaal zoveel helderder, eerlijker en minder verstorend is, waar komt dan toch die weerzin tegen een vermogensaanwasbelasting vandaan? Jacobs: „Ik denk dat politieke partijen, met name de VVD, zich bang hebben laten maken door de wereldwijde hetze die is ontketend door Musk, Bezos en anderen, door druk van tech- en andere bedrijvenlobby’s – denk aan prins Constantijn en VNO-NCW – belangenbehartigers van beleggers en verschillende fiscalisten – denk ook aan de NOB. Allemaal hebben ze financiële belangen, soms zeer grote, om het wetsvoorstel te saboteren. De intimidatiepoging lijkt vooralsnog geslaagd.”
Het woord is de komende weken en maanden aan de leden van de Eerste Kamer. En juist op fiscaal gebied heeft de senaat een reputatie hoog te houden. Het zal niet voor het eerst zijn dan belastingwetten dankzij ingrijpen van de senatoren alsnog aangepast worden. Voor de Wet Werkelijk Rendement Box 3, waarin zowel een winst- als een aanwasbelasting is opgenomen, zal het niet tot grote wijzigingen leiden. Die zal in 2028 naar verwachting gewoon van start gaan. De grote vraag is of de senatoren hun stempel durven te drukken op het stelsel zoals dat daarna wordt doorontwikkeld.