Home

Wijken worden gesloopt en opgebouwd voor rijkere bewoners. Maar waarom laat de musical ‘Tombola’ dat zien op een ijsbaan?

Gentrificatiemusical Musical Tombola wil iets zeggen over veranderende steden, maar de locatievoorstelling is rommelig en mist zeggingskracht.

Scène in 'Tombola'.

Musical

Tombola van Luxor Theater Rotterdam en Wilminktheater Enschede

Gezien: 15/5, IJsbaan Twente, Enschede.

Te zien t/m 21 juni. Info: wilminktheater.nl

Eerst was het een arbeiderswijk; nu noemen ze het een getto. De buurt moet plat en alle bewoners worden uitgekocht, maar Aad wil niet verkassen. Hij is hier opgegroeid, wil hier sterven. Ondertussen staat de havermelkelite te trappelen om de buurt – na een bouwkundige transformatie – over te nemen.

Om een fenomeen als gentrificatie dichtbij te brengen, zoomt musical Tombola in op één woonkamer die binnen twee weken tegen de vlakte gaat. Daar woont Aad (gespeeld door John Buijsman) samen met zijn beste vriend, een verwarde verslaafde (Justus van Dillen). Vrouwlief is vertrokken, maar zijn kleindochter (Zippora Peters) komt wel over de vloer.

Tombola is een coproductie van het Luxor Theater in Rotterdam en het Wilminktheater in Enschede. In beide steden zijn er verloederende wijken, die na vernieuwing een andere (rijkere) samenstelling krijgen, waardoor oude gemeenschappen verdwijnen. De voorstelling speelt dan ook niet in een regulier theater, maar op locatie om ‘het thema van wijksloop en stedelijke verandering extra urgentie [te geven]: decor en omgeving vallen samen’.

Rommelig en overvol

In Enschede is van die wisselwerking weinig te merken. Tombola speelt op een ijsbaan tussen de universiteitscampus en een voetbalstadion. De hele bewoonde wereld voelt ver weg, zéker een knusse volkswijk.

Regisseur Leopold Witte haalt alles uit de kast om gevoelens van nostalgie en samenhorigheid op te roepen. Een legertje amateurspelers zingt en voert wat danspasjes uit en livemuzikanten gooien er haastig nog een nummer in waarin wordt herhaald wat al is gezegd. In het script van Peer Wittenbols worden maatschappelijke thema’s aangetikt (eenzaamheid, gastarbeiders, verslavingsproblematiek), maar we duiken ook in Aads liefdesleven en zien zijn vriend aftakelen. Tombola is rommelig en overvol.

Als iemand van de gemeente (leuke rol van Gonca Karasu) Aad een som geld biedt om op tijd zijn woning te verlaten, lijkt het even interessant te worden. Maar Aad roept meteen ‘nee!’ en iets over dat ze hem moeten wegdragen tussen zes plankies – wat hij al heel vaak heeft geroepen en nog heel vaak zal roepen.

Stereotype junk

Dat Tombola toch te pruimen is, komt door John Buijsman. Hij speelt een rol die hij vaker heeft gespeeld, en waarin hij floreert: de kerel met de grote mond en het kleine hartje. Hij is scherp en geestig, speelt relaxt en weet óók nog iets van drama in een plotselinge sterfscène te brengen.

Daar tegenover staat Justus van Dillen, die worstelt met de rol van doordraaiende junk. Met een lichaam van elastiek suist hij over het toneel. Hij foetert en zuipt, rukt een shirt van zijn lijf en duikt onder de dekens. Het ís ook een onmogelijk personage, dat stereotype aanvoelt in een voorstelling die zegt een waarachtig beeld van een veranderende wijk te willen geven.

Als de sloopkogel dan tegen de gevel knalt, is de grootste vraag opeens of Aad niet lekker met zijn nieuwe liefde mee moet gaan naar Zuid-Spanje. ‘Torremolinòòòòs’, schalt het koortje.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next