Expeditieschip De MV Hondius, waarop het hantavirus uitbrak, heeft maandag de Rotterdamse haven bereikt. Terwijl journalisten van over de hele wereld zich verdrongen op een rondvaartboot, bereidden havenautoriteiten en gezondheidsdiensten zich voor op de quarantaine van de bemanning.
De MV Hondius wordt geïnspecteerd in de Rotterdamse haven.
Diep in het Rotterdamse havengebied vaart de Zilvermeeuw, een rondvaartboot met een groep van gezondheidsexperts en honderd journalisten, richting de kade. Cameraploegen van over de hele wereld richten de lenzen vanaf het bovenste dek op de monding van de Nieuwe Waterweg. Daar doemen halverwege de ochtend de contouren op van de MV Hondius, het geplaagde cruiseschip waarop de dodelijke Andesvariant van het hantavirus uitbrak.
Drie weken nadat het schip wereldnieuws werd, vaart de Hondius onder begeleiding van patrouillevaartuigen van het havenbedrijf en de zeehavenpolitie de haven binnen. Bestemming is de Calandsteiger in Europoort, waar een reeks portakabins de bemanningsleden opwacht voor een wekenlange quarantaine.
Drie opvarenden van het cruiseschip, dat in april met een berg vogelaars vanuit Argentinië vertrok voor een tocht langs een reeks afgelegen eilanden, met Kaapverdië als eindbestemming, overleden als gevolg van het virus. Tot op heden zijn elf besmettingen vastgesteld.
Vorige week loste het cruiseschip een kleine 150 passagiers op Tenerife. Daarna voer de Hondius, dat de Nederlandse vlag draagt, door naar Rotterdam. Met aan boord nog 25 bemanningsleden, een arts en een verpleegkundige. Ook het lichaam van een van de overledenen, een vrouw uit Duitsland, is nog op het schip.
Voor havenmeester René de Vries is het een uitzonderlijke operatie. Op het dek van de Zilvermeeuw zegt de man dat hij wel gewend is dat schepen die in problemen verkeren de Rotterdamse haven aandoen – vooral vanaf de Noordzee. „Maar een schip dat bij Antarctica in de problemen is, dat had ik niet zien aankomen.”
Toch was het besluit snel genomen toen een medewerker enkele weken geleden het kantoortje van De Vries binnenliep en vertelde dat de Hondius naar Rotterdam wilde komen. Kaapverdië weigerde het cruiseschip. Ook Tenerife, waar de Hondius vanwege aanhoudende harde wind een tussenstop maakte, zat niet te wachten op het cruise-expeditieschip.
„Als wij dit als grootste haven van Europa niet kunnen”, zegt De Vries, „kan niemand dat. En een schip in nood laten we niet op zee. We zijn een gastvrije haven.” Niet dat de havenmeester veel keus had. Rotterdam is een zogeheten A-locatie voor schepen in nood, zoals Schiphol dat is voor vliegtuigen. „We kunnen moeilijk nee zeggen, maar hebben ook met volle overtuiging ja gezegd.”
Een halfuur na aankomst bij het vaste land bereikt de Hondius, voorbij de Maeslantkering en de olieterminals van de Europoort, de aangewezen aanlegplek. Op het dek staan twee bemanningsleden met mondkapjes, eentje in een witte overall. De locatie is afgezet met zwarte schermen. Een drone stuurt videobeelden live door naar het World Port Center op de Wilhelminapier in Rotterdam, waar een crisisteam monitort hoe het schip aanmeert. Op de wal staat medisch personeel klaar om de bemanning op te vangen.
Luchtfoto van het cruiseschip MV Hondius bij aankomst in de haven van Rotterdam.
Yvonne van Duijnhoven, directeur van GGD Rotterdam-Rijnmond, verzekert dat de komst van het schip weinig risico’s met zich meebrengt voor de omgeving. De dichtstbijzijnde woonkern is het acht kilometer verderop gelegen havendorp Rozenburg. „We zorgen dat het virus niet van het schip afgaat.”
In Rotterdam deed de komst van het schip weinig stof opwaaien. Raadsvragen bleven uit, in de stad leken inwoners zich niet druk te maken. Ook de GGD werd naar eigen zeggen „niet platgebeld door verontruste bewoners”. En „dat is een goed teken”.
Wanneer het schip eenmaal aan wal ligt, kunnen de bemanningsleden worden opvangen. Een onderzoeksteam gaat aan boord en geeft de opvarenden een medische screening. Ze worden vervolgens naar een testlocatie gebracht om bloedmonsters af te nemen. Vanaf die locatie worden de opvarenden in busjes naar de afgelopen weekend gereedgemaakte portakabins gereden.
Het grootste deel van de bemanning komt van de Filipijnen. Dat ze niet terugvliegen naar hun thuisland, is op advies van de Wereldgezondheidsorganisatie, zegt Van Duijnhoven. „De opvang is daar misschien nog wel te regelen, maar de zorg is onvoldoende. Bij klachten moeten ze meteen naar een academisch ziekenhuis. Dat is daar niet gegarandeerd.”
Aan boord bevinden zich 27 mensen, onder wie Nederlanders. Op het cruiseschip brak de gevaarlijke Andesvariant van het hantavirus uit.
Bij de portakabins staan tuinstoeltjes, om buiten te kunnen zitten. Er is internet geregeld via Starlink, het satellietsysteem van Elon Musk, zodat de bemanningssleden kunnen videobellen met het thuisfront en in contact kunnen blijven met de GGD.
De in Vlissingen gevestigde rederij Oceanwide Expeditions is zelf verantwoordelijk voor de desinfectie van het schip. Daarvoor huurt het een gespecialiseerd bedrijf in, dat onder strikte voorwaarden de Hondius gaat reinigen. Matrassen en bedlinnen worden vernietigd, hutten en relingen krijgen een grondige schoonmaakbeurt.
Aan de stuurboordzijde van de rondvaartboot krijgt de wereldpers daar weinig van mee. Enige tijd na aankomst maakt de Zilvermeeuw rechtsomkeert en verdringen journalisten – rond de honderd – elkaar langs de reling. De verslaggevers komen uit landen als China, Rusland, Spanje, Italië, Frankrijk en Duitsland.
Tjalling Leenstra, Centrumhoofd Landelijke Coördinatie Infectieziektebestrijding bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, ziet het vanaf een afstandje aan. Hij begrijpt de belangstelling voor het rampscenario dat de cruise trof wel.
Tegelijkertijd, zegt hij, hoort hij ook mensen reppen over een nieuwe pandemie. Maar die vergelijking gaat niet op, vindt Leenstra. „Dit is een virus dat we kennen, waarvan we weten hoe we het moeten indammen.” Hij noemt het „goed” dat er aandacht is. „Maar er wordt ook gehypet. En de vraag is of dat helpt.”