is columnist voor de Volkskrant
Op de slaapverdieping van mijn huis heb ik ooit in een nis een kastje laten bouwen dat dienst doet als de kinderboekenkast. Er zijn al een paar opruimrondes overheen geweest, dus nu staan alleen nog de klassiekers er, die ik bewaar voor mijn kleinkinderen die ik nog niet heb.
Als ik heel eerlijk ben, staan vooral de kinderboeken uit mijn eigen jeugd er, die voor míj klassiekers zijn, want al die boomhutten met verdiepingen die mijn zoon ooit las, en al die levens van losers, die zeggen me niet zoveel.
Ik stond voor de kast en pakte een klassieker die ik in mijn kindertijd meerdere keren gelezen heb: Liefdesverdriet van Karel Eykman, met tekeningen van Sylvia Weve. Wat meteen opmerkelijk is aan de omslag is dat er ‘Karel Eykman Sylvia Weve’ onder de titel staat, zonder aanduidingen wie wat heeft gemaakt, want schrijver en tekenaar zijn even belangrijk. Sylvia Weve is een groot kunstenaar. Ik was en ben dol op boeken die door haar zijn geïllustreerd.
Liefdesverdriet is er een in het genre uit de jaren tachtig dat ik de felrealistische jeugdliteratuur noem. Scheldwoorden, masturbatie, ontluikende borsten: het komt er allemaal in voor en wordt ook allemaal benoemd in dit genre. Liefdesverdriet begint met de zin ‘Ontiegelijke klootzak, als je nog eens wat weet!’, en al op pagina 9 zegt de vader van Monika, de puber met liefdesverdriet: ‘Neem een borrel. Of, even kijken, ik heb nog echte cognac. Zal ik je daar wat van geven?’
No judgment verder van de hoofdpersoon of de schrijver zelf, deze geste van de vader wordt gewoon als heel lief opgevat: ‘Wat hij zelf het lekkerste vond wilde hij haar geven.’
Ik ben zo dol op dit soort boeken, en was er toen ook al zo dol op, omdat ze kinderen serieus nemen. En een kind wil niets liever dan serieus genomen worden. Monika gaat vloekend en huilend door de hel die liefdesverdriet heet, soms zielig, soms volstrekt onredelijk. Aanpalend worden er andere thema’s behandeld, zoals een leraar die gay is.
Monika is gewoon een mens van vlees en bloed: ze is wel zielig met haar liefdesverdriet, maar ze is ook gemeen, als ze een jongen, Klaas, bij een concert van Echo & The Bunnymen zoent en diezelfde avond dumpt om wraak te nemen op De Man in het algemeen: ‘Donder op. Ik moet je niet meer.’
‘En ik was nog wel zo gelukkig’, stottert Klaas na deze emotionele achtbaan.
Ik had het toen allemaal niet door, maar ik blijk van een gelukkige generatie te zijn dat ik met dit soort boeken groot geworden ben. (Er staan er nog drie op boekwinkeltjes.nl.)
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant