Home

Raad van State: voorstel om politieke partijen uit te sluiten ’te vergaande beperking’

Wet politieke partijen De Raad van State is kritisch over het voorstel van D66 en GroenLinks-PvdA om politieke partijen zonder leden uit te sluiten bij verkiezingen. De vraag is of het voorstel hiermee nog op een Kamermeerderheid kan rekenen.

Het is volgens de Raad van State nog onduidelijk hoe uitvoerbaar het voorstel van D66-Kamerlid Joost Sneller en GroenLinks-PvdA-Kamerlid Mikal Tseggai is.

Het uitsluiten van politieke partijen bij verkiezingen vanwege een gebrek aan interne partijdemocratie is een „te vergaande beperking”. Dat blijkt uit het advies dat maandag is gepubliceerd door de Raad van State over het voorstel van D66-Kamerlid Joost Sneller en GroenLinks-PvdA-Kamerlid Mikal Tseggai. De Kamerleden willen met het voorstel alle partijen verplichten leden te hebben. Een partij als de PVV, die behalve partijleider Geert Wilders geen leden heeft, zou hierdoor worden uitgesloten van de verkiezingen.

De regels voor politieke partijen zijn op dit moment beperkt. Deze schrijven alleen voor dat een partij een vereniging moet zijn. Er is al jaren een Wet op de politieke partijen in de maak, naar aanleiding van de staatscommissie parlementair stelsel onder leiding van Johan Remkes. Volgens D66 en GroenLinks-PvdA zou deze wet óók moeten regelen wanneer een partij verboden zou kunnen worden. Zo moeten partijen leden hebben, die invloed kunnen hebben op de kandidatenlijst en het verkiezingsprogramma.

Volgens de Raad van State is er wel „constitutionele ruimte” om de interne organisatie van politieke partijen wettelijk te regelen. Tegelijkertijd benadrukt het ook dat een grote mate van vrijheid voor partijen essentieel is voor een goede werking van de democratie. Voor het beperken van de deelname van politieke partijen is dan ook een stevige onderbouwing nodig.

Dat hebben de Kamerleden volgens de Raad van State nog „onvoldoende gemotiveerd”. Bovendien is het volgens de Raad nog niet duidelijk aan welke regels politieke partijen moeten voldoen. Het is onder meer aan de Tweede Kamer om hierover verder te discussiëren.

Zo ook over het voorstel van D66 en GroenLinks-PvdA om verkiezingsdeelname van politici met een blanco lijst — zonder partijnaam — te verbieden. Wanneer een politicus met een blanco lijst meedoet aan de verkiezingen kan het de Wet op de politieke partijen omzeilen, aangezien het geen politieke vereniging is.

Uitvoerbaarheid

Ook is het volgens het adviesorgaan nog onduidelijk hoe uitvoerbaar het voorstel is, omdat veel normen nog onvoldoende zijn uitgewerkt. De Nederlandse autoriteit politieke partijen (Napp), die volgens het amendement moet controleren of partijen aan de normen zouden voldoen, zou volgens de Raad van State in een „kwetsbare positie” belanden. Deze nog op te richten autoriteit zou naast de Kiesraad, een onafhankelijk adviesorgaan dat toeziet op eerlijke, transparante verkiezingen, ook een taak krijgen in het verkiezingsproces. 

Zo kunnen partijen op papier wel aan de wettelijke vereisten hebben voldaan, maar het niet in de praktijk hebben uitgevoerd. Uit het voorstel van D66 en Groenlinks-PvdA is volgens de Raad van State nog onduidelijk hoever de Napp hierin mag gaan. Het kan tot een ingewikkelde situatie leiden: een uitgesloten partij stapt na het besluit van de Napp naar de bestuursrechter, maar de Kiesraad moet de officiële verkiezingsuitslag intussen al vaststellen. 

‘Lege huls’

De Raad van State stelt mede daarom voor, als de politieke wens er is, om de interne partijdemocratie wettelijk vast te leggen zonder het voorgestelde verbod van Sneller en Tseggai. De vraag is alleen of zonder deze sanctiemogelijkheid de regels dan wel zin hebben, schrijft de Raad van State. Deze kunnen „makkelijk worden ontweken of genegeerd” door partijen. Maar, zo schrijft het adviesorgaan, het invoeren van de regels kan ook een goede aanleiding zijn om „een maatschappelijke en politieke dialoog” te blijven voeren over interne partijdemocratie.

Kamerlid Sneller is „blij” dat de Raad van State ruimte ziet in de Grondwet om meer te regelen en strenger te reguleren met betrekking tot interne partijdemocratie. Maar volgens Sneller blijken normen zonder handhaving „te vaak een lege huls”. „De norm van interne partijdemocratie is volgens mij helder en breed gedragen in de praktijk, bijna alle partijen houden zich hieraan. We zien vaker dat partijen aan de randen van de democratie zich niets aantrekken als er geen consequenties zijn”, aldus Sneller. Ze zullen daarom verder werken aan het amendement.

De vraag is of de wetswijziging na het kritisch advies van de Raad van State nog op voldoende steun van de Tweede Kamer kan rekenen. D66, GroenLinks-PvdA, CDA, ChristenUnie, PvdD en Volt stemden in 2024 al voor een soortgelijke motie van Sneller, maar behaalden hiermee niet een Kamermeerderheid. Met de steun van SP en Denk of de VVD zou er op dit moment wel een meerderheid zijn. 

Politiek Den Haag

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next