Home

Veertig dagen tussen wal en schip: quarantaine was vroeger vaak ronduit mensonterend

Waar de opvarenden van de MV Hondius nu in thuisisolatie gaan, moesten zeelieden vroeger in tochtige barakken of op afgelegen rotspunten angstig afwachten of ze ooit nog aan wal mochten komen.

schrijft voor de Volkskrant over historische onderwerpen.

Op een uithoek van Wieringen, ingeklemd tussen zeewater en wind, bivakkeerden vanaf 1806 zeelieden met mogelijk besmettelijke ziekten. In een paar tochtige houten barakken op de zuidwestpunt van het toenmalig eiland wachtten bemanningsleden met verschijnselen van cholera, pokken en tyfus tot ze Nederland binnen mochten, of tot ze bezweken aan hun ziekte.

Wie goed kijkt, ziet nog altijd de sporen van het kamp. Een dijkje, een onverhard pad langs de oude omheining en, niet te missen, twee straatnamen: de Quarantaineweg en de Korte Quarantaineweg.

Sinds de uitbraak van het hantavirus op het cruiseschip MV Hondius is het verschijnsel quarantaine weer actueel. Hoewel vrijwel de hele wereldbevolking recente ervaring heeft met coronalockdowns, was verplichte quarantaine eeuwenlang vooral iets voor zeelieden en scheepspassagiers. Schepen met een mogelijke uitbraak van een besmettelijke ziekte bleven vaak gedwongen voor anker. Havensteden overal ter wereld hadden speciale, afgezonderde quarantainegebieden.

In de rubriek Toen duiken historici en specialisten van de Volkskrant in het verleden om de actualiteit beter te kunnen begrijpen.

Het zogeheten Quarantaine-Station op Wieringen werd opgericht in 1806 in opdracht van koning Lodewijk Napoleon. Het eiland lag destijds op bijna 10 kilometer van de vaste wal. En de zuidwesthoek, ver van de grotere dorpen Hippolytushoef en Den Oever, leek een geschikte plek om zieke bemanningsleden van schepen op weg naar Enkhuizen, Hoorn en Amsterdam te isoleren.

Op landkaarten uit de vroege 19de eeuw staan tien gebouwtjes ingetekend achter een 400 meter lange houten afrastering. Het terrein had ‘eene oppervlakte van ruim 11 bunders’ (een bunder is een hectare, red.).

In Het eiland Wieringen en zijn bewoners (1855) beschreef auteur F. Allen de omgeving: ‘In deze Quarantaine-Inrigting, welke door een houten rasterwerk van den publieken weg is afgesloten, vindt men de woningen voor den Intendant, Geneesheer en Pakhuismeester; een lazaret- of ziekenhuis, een magazijn, en een paar loodsen of pakhuizen.’

Tragische afloop

Allen schrijft dat de inrichting weinig werd gebruikt. De aangestelde geneesheer kwam zelden op het eiland. Alleen tijdens de cholera-epidemie van 1832 was het quarantainestation volop in bedrijf. Met tragische afloop. ‘(Toen) stierven aldaar meer dan tweehonderd Paltzers, aan evengenoemde ziekte, welke op de begraafplaats te Westerland ter aarde werden besteld.’

Elders in Nederland had bijvoorbeeld Rotterdam een quarantainegebied op het eiland Tiengemeten. Later opende de stad een speciaal terrein op Heijplaat, bij de Waalhaven. Niet ver van Wieringen had Den Helder in de 19de eeuw een quarantainestation in een hoek van het zogeheten Nieuwe Werk, aan de kop van het Noordhollandsch Kanaal.

Geschiedenisboeken suggereren Venetië als uitvinder van de quarantaine voor zeelieden. De havenstad zou in de 14de eeuw, toen met enige regelmaat pestuitbraken door Europa trokken, maatregelen hebben afgekondigd om zieke schepelingen te isoleren.

Helemaal nieuw was het idee niet. In het bijbelboek Leviticus is al sprake van gedwongen isolatie van patiënten met schurft. Mogelijk ontleenden de Venetianen hieraan ook de tijdsduur van de gedwongen isolatie. De naam ‘quarantaine’ komt van ‘quaranta giorni’ (veertig dagen, precies de duur van de vastenperiode, van de zondvloed en Mozes’ verblijf op de berg Sinaï).

Tyfusuitbraak op volle zee

De omstandigheden in quarantaine-inrichtingen waren vaak erbarmelijk. Op schepen waar ziekten rondgingen, was de toestand zo mogelijk nog beroerder. Berucht is het verhaal van de klipper Ticonderoga, in 1852 onderweg naar Melbourne met ruim zevenhonderd straatarme Schotse landverhuizers en 48 bemanningsleden. Bij een tyfusuitbraak op volle zee stierven minstens honderd passagiers en de scheepsarts.

Aanvankelijk ging het schip gedwongen voor anker net buiten de baai van Melbourne. Maar de toestand aan boord was zó mensonterend slecht – volgens één bron werden omgekomen passagiers met tien personen tegelijk in strozakken overboord gegooid – dat de autoriteiten haastig een quarantainestation stichtten op een afgelegen rotspunt. Daar stierven nog eens tachtig mensen aan de tyfus. Ze werden ter aarde besteld in geïmproviseerde massagraven.

Gerepatrieerde passagiers van het cruiseschip Hondius moeten de komende weken op voorschrift van het ECDC, het Europese equivalent van het RIVM, in thuisquarantaine. De duur van die thuisquarantaine is vrijwel gelijk aan de pestmaatregelen in Venetië: zes weken – net iets meer dan veertig dagen.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next