De partij van de Spaanse premier Pedro Sánchez rijgt de verkiezingsnederlagen aaneen. In de belangrijke regio Andalusië hebben ‘zijn’ sociaaldemocraten zondag hun grootste verlies ooit geleden. Dat resultaat zal lang nadreunen. De grote winnaar in Andalusië is de rechtse Partido Popular.
is correspondent Spanje, Portugal en Marokko van de Volkskrant. Hij woont in Madrid.
Na het tellen van de stemmen kwam Sánchez’ sociaaldemocratische PSOE uit op 28 van de 109 zetels in het Andalusische parlement. Dat zijn er twee minder dan vier jaar geleden, een resultaat dat toen al als catastrofaal werd gezien. De stembusgang in Andalusië is sfeerbepalend voor de rest van het land: met 8,6 miljoen is dit de regio in Spanje met de meeste inwoners.
Dat de partij nu opnieuw door de ondergrens is gezakt, komt hard aan bij de PSOE. Na de dood van dictator Franco gold Andalusië vier decennia lang als een rood bolwerk. In 2019 werd de PSOE voor het eerst uit het regiobestuur gestoten. Sindsdien zijn de sociaaldemocraten dolende.
Voor premier Sánchez is het historisch slechte resultaat de zoveelste tik in korte tijd. Sinds december vorig jaar gingen vier regio’s naar de stembus: Extremadura, Aragón, Castilië en León, en nu dus Andalusië. In alle vier eindigde zijn partij achter de rechtse Partido Popular, in de meeste gevallen met ruim zetelverlies.
Hoewel landelijke politici zich meestal haasten om te zeggen dat regionale verkiezingen hun eigen dynamiek kennen, tekent zich zo wel een trend af. Die moet Sánchez zorgen baren op weg naar de volgende landelijke verkiezingen. Die vinden uiterlijk in augustus 2027 plaats.
Sánchez’ regering wordt geplaagd door instabiliteit: zijn parlementaire meerderheid is hij kwijt, een nieuwe begroting is sinds 2023 niet meer aangenomen. Een reeks corruptieschandalen in het hart van de partij heeft het imago geen goed gedaan.
De kiezer beloont Sánchez vooralsnog niet voor diens eigenzinnige buitenlandbeleid – zijn felle stellingname tegen de Verenigde Staten voorop. Binnenlandse kwesties als het grote gebrek aan betaalbare woningen en de vastlopende gezondheidszorg voeren in de campagnes de boventoon.
Winnaar Partido Popular behaalde in Andalusië 53 zetels. Toch zal die winst bitterzoet smaken: anders dan vier jaar geleden komt de Partido Popular net tekort voor een absolute meerderheid. Juanma Moreno, sinds 2019 de president van Andalusië namens de rechtse partij, zal dit keer een coalitie moeten vormen.
Dit betekent dat er een sleutelrol is weggelegd voor het radicaal-rechtse Vox. Die partij behaalde vijftien zetels, één meer dan bij de vorige verkiezingen. Alleen met de steun van Vox is er nu een rechtse meerderheid te vinden.
De afgelopen maanden sloten de Partido Popular en Vox al zulke akkoorden in Extremadura en Aragón. Een van de uitgangspunten in die akkoorden, bedongen door Vox, is die van de ‘nationale prioriteit’. Onder dat principe moeten inwoners die ‘geworteld’ zijn eerder in aanmerking komen voor huurwoningen of uitkeringen. Door Vox wordt dit uitgelegd als het geven van voorrang aan Spanjaarden boven immigranten. Vooralsnog is onduidelijk wat dat voor de praktijk betekent: discrimineren op basis van afkomst is ook in Spanje verboden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant