Home

Opinie: Na DigiD dreigt een groter gevaar, namelijk het einde van de Nederlandse bank

Nederland moet, na de waarschuwing van de DigiD-casus en de nasleep van de financiële crisis, niet de ogen sluiten voor een naderend bankendebacle.

De recente commotie rondom DigiD en de hosting bij Solvinity leggen iets pijnlijks bloot: onze digitale afhankelijkheid van externe partijen is een geopolitiek risico. Maar terwijl Den Haag debatteert over dataservers en aanbestedingsregels, ontvouwt zich in de schaduw een scenario met potentieel veel grotere gevolgen voor onze soevereiniteit. Wat als er straks simpelweg geen Nederlandse banken meer zijn?

De puzzelstukjes vallen in rap tempo op hun plek. Het Europese banklandschap is aan het consolideren en nu ABN Amro door de staat stapsgewijs wordt afgestoten, ligt het in de rede dat zij op termijn onderdeel wordt van een grotere buitenlandse groep. Ook ING kijkt met een schuin oog naar andere partijen. Met slechts ongeveer 25 procent van de activiteiten op eigen bodem is de band met Nederland al dun.

Over de auteurs

David van Overbeek (projectleider), Cor van Beuningen (adviseur) en Kees Buitendijk (directeur) zijn werkzaam bij Socires, een onafhankelijk centrum voor samenlevingsvraagstukken.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Maximalisatie

Ondertussen maakt minister Eelco Heinen van Financiën hernieuwde plannen voor de verkoop van ASN (voorheen Volksbank). Zijn koers lijkt helder: maximalisatie van de opbrengst voor de staat. In de praktijk betekent dit vaak een verkoop aan de hoogste bieder, en die komt zelden uit de polder.

Opvallend is dat er geen maatschappelijke gesprek plaatsvindt over de toekomst en strategische relevantie van Nederlandse banken. Politiek en toezichthouders lijken eerder de schouders op te halen en in te zetten op internationalisering, schaalvergroting en een terugtredende overheid. Grotere banken kunnen als bedrijf efficiënter opereren, risico’s beter spreiden en internationaal concurreren, is de gedachte. En zolang er garanties zijn voor privacy, toegankelijkheid en toezicht, vindt men het wel best. Met digitale nieuwkomers als Bunq of Revolut is er immers genoeg keuze voor de Nederlandse consument?

Het is alsof de vraag wie de eigenaar is, of waar de strategische beslissingen worden genomen, er uiteindelijk weinig toe doet zolang de markt maar functioneert en de toezichthouder zijn werk doet. Deze houding is vanuit klassiek economisch perspectief te begrijpen, maar na de financiële crisis hopeloos achterhaald.

De Nederlandse bankensector is namelijk veel meer dan een verzameling aan dienstverlening; het is de bloedsomloop van onze economie. Banken bepalen in belangrijke mate hoe en waar krediet wordt verstrekt, aan welke sectoren en onder welke voorwaarden. Ze spelen een cruciale rol in het betalingsverkeer, de financiering van het midden- en kleinbedrijf, in de energietransitie en in het opvangen van economische schokken. En juist in tijden van crisis blijkt hoe relatief de scheiding tussen markt en maatschappij eigenlijk is, zoals we na 2008 hebben gezien.

Rol overheid

De vraag is dan niet óf de overheid een rol heeft, maar wanneer en onder welke voorwaarden. Andere Europese landen staan bewuster stil bij deze strategische overwegingen. In Frankrijk worden grote banken gezien als onderdeel van de nationale economische infrastructuur. Instellingen als BNP Paribas en Crédit Agricole opereren internationaal, maar zijn stevig verankerd in een nationale strategie waarin schaal, invloed en stabiliteit samenkomen. In Spanje is na de eurocrisis actief gestuurd op consolidatie rond spelers als Banco Santander en BBVA, juist om vanuit Spanje hun internationale positie te versterken. En ook in Italië en Duitsland zijn vergelijkbare vormen te vinden.

Tegen die achtergrond is het tekenend dat het in de huidige discussie over de toekomst van ASN op het ministerie van Financiën alleen lijkt te gaan over verkoopopbrengst en marktregels. Alsof het hier gaat om een willekeurig staatsbedrijf, en niet om een instelling die expliciet een maatschappelijke opdracht heeft.

Zolang de staat eigenaar is, bestaat er een keuze. Nederland kan besluiten om, net als andere Europese landen, een deel van zijn bankensector bewust te verankeren in nationale en publieke belangen, bijvoorbeeld door de bevordering van een rentmeestervennootschap.

Wat in ieder geval niet kan na de waarschuwing van de DigiD-casus en de nasleep van de financiële crisis: de ogen sluiten voor een naderend bankendebacle. Als Nederland over enkele jaren inderdaad nauwelijks nog banken heeft die hier geworteld zijn, dan is dat geen onvermijdelijke uitkomst van globalisering. Dan is dat het resultaat van beleid.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Source: Volkskrant

Previous

Next