Home

Nieuwe steden? Ruimte genoeg in de bestaande stad

Twee mannen in oranje hesjes gaan van fietsenkelder naar fietsenkelder en slijpen een gat in de betonnen muur. Daarachter komen de buitenunits van warmtepompen die de cv-ketels vervangen in alle 66 woningen van deze verouderde portiekflat in Vlaardingen.

Wat ook komt: nieuwe isolatie, nieuwe voordeuren, grotere balkons, en een opfrisbeurt voor de gevel. Bewoners die een grotere keuken of badkamer willen, kunnen intern laten verkavelen.

Voor ouders met twee tienerzoons blijft het netto krap. „Maar ik ben hier zo blij mee”, glundert Nurten Kudroglu (55), die hier 23 jaar geleden kwam wonen. „Een nieuwe badkamer en een gróót balkon!”

De flat is in 1952 gebouwd volgens het MuWi-systeem – van bouwbedrijf ‘Muis & De Winter’ – dat bestaat uit holle legoblokken van gasbeton die later met grindbeton werden gevuld. Als je het weet zie je ze overal in de Randstad: MuWi-portiek- en galerijflats uit de naoorlogse Wederopbouw om een einde te maken aan de woningnood.

In Vlaardingen werd voor het eerst zo gebouwd. Wat de raadselachtige naam van de wijk verklaart: MUWI1, met 700 woningen in flats van drie, vier, of vijf lagen; nu allemaal sociale huur.

Het moderne, functionele optimisme van ooit lijkt nu rijp voor sloop. Het had gekund. In plaats daarvan werkten de gemeente, wooncorporatie Waterweg Wonen, architectenbureau KAW én bewoners samen een plan uit waarbij minimaal wordt gesloopt en maximaal gerenoveerd.

Deze portiekflat is als eerste aan de beurt. In 2035 moet het project zijn afgerond. Dan zijn hier evenveel sociale huurwoningen, tweehonderd woningen extra en meer ruimte voor groen en water.

„Klinkt ongeloofwaardig, hè”, zegt Reimar von Meding, directeur van KAW, in 1976 opgericht als Koöperatieve Architekten Werkplaats. „Toch kan het, als je de capaciteit van de bestaande stad maar benut.”

Terwijl de politiek droomt van ‘tien nieuwe steden’ of het inpolderen van het Markermeer voor ‘IJstad’, geloven Von Meding en zijn kantoorgenoten dat de woningnood kan worden opgelost met ‘wat er al is’. In tientallen steden brengen ze dat in de praktijk. Vooral in naoorlogse nieuwbouwwijken valt veel te herschikken. Vroeger heette het ‘inbreiden’, nu ‘verdichting’.

Op alle terrains vagues in en aan de randen van wederopbouwwijken past een stad als Den Haag, heeft KAW becijferd in Ruimte Zat in de Stad (2020), hun onderzoek naar 1.800 buurten met naoorlogse corperatiewoningen. Alleen al op het oppervlak van ongebruikte garageboxen past een Groningen. „Omarm het bestaande”, zegt Von Meding. „In de vijftig jaar van ons bestaan hebben we nooit op de groene wei gebouwd.”

Driekwart van de wijk heeft voor het plan gestemd. Tegenstanders vrezen overlast, willen überhaupt geen sloop, of hebben geen zin in huurverhoging als ze intern laten verbouwen.

„Daarom wil mijn vader de indeling niet veranderen”, zegt Cetin Kaya (47), die open doet. „Mijn vader is in Turkije geboren, maar ik ben een geboren en getogen Haringkopper”, zegt hij, de bijnaam uit de tijd dat Vlaardingen nog een eigen vissersvloot had. Kaya kent de wijk op zijn duimpje en vindt dat het wel meevalt met de medezeggenschap. „Dit duurt al jaren”, zegt hij. „Alleen last-minute hoor je iets.”

„Communicatie is complex en beklijft niet altijd”, erkent Von Meding. „Ja, de huur stijgt, maar sociale huur blijft afgetopt. Mensen maken zich nu misschien zorgen over 150 euro meer in de maand, maar hun nieuwe energierekening wordt ongeveer nul.”

Hans Steketee doet elke maandag ergens vanuit Nederland verslag

Wonen

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next