Wat me blijft fascineren is de groeiende kloof tussen verstand en politiek – wanneer deskundigen ‘A’ zeggen en de politiek ‘B’ doet, precies het tegenovergestelde. Of de boel de boel laat. In de afgelopen weken was de invoering van een ‘tweestatusstelsel’ in het asielrecht een fraai voorbeeld. Over het politiek theater, het ragfijne PVV-spel, de smeulende VVD-D66-brouille en het EU-migratiepact dat de wet meteen overbodig maakte, is de krant al volgetikt, dus dat laat ik hier verder.
Mijn punt is dat er geen ambtelijk uitvoerder, geen inhoudsdeskundige of migratiejurist gevonden kon worden die een tweestatusstelsel een goed idee vond. Al was het maar omdat het al lang en breed was geprobeerd en in 2000 afgeschaft wegens, inderdaad, rompslomp en kosten. Van de Raad van State, de IND tot de Adviesraad voor Migratie luiden de oordelen: onuitvoerbaar, onnodig, niet doen. En toch kwam het tot invoering.
Terzijde: als diep geïrriteerde kijker roep ik al langer vanaf de bank tegen m’n tv dat de vluchtelingentoeloop natúúrlijk immuun is voor (louter) Haagse wetten. Maar heel gek, niemand luistert. Politiek leeft van illusies, beeldvorming en beleidstoneel. De kiezer uitleggen dat migratierecht nooit meer dan symptoombestrijding of wachtrijmanagement kan zijn, is te veel gevraagd.
Het gebeurt vaker. Een fraai voorbeeld van ‘de boel maar zo laten’ is het verkeersboetestelsel, waar de Kamer in april een rondetafelgesprek over hield met deskundigen en uitvoeringsorganisaties. Dat thema is ook doodgepraat – er waren een stuk of vijf parlementariërs aanwezig. En álle deskundigen waren het met elkaar eens: dit kan zo niet langer. Al enige jaren staat vast dat vooral de automatische verhogingen van verkeersboetes zo uit de hand is gelopen dat het stelsel niet meer legitiem is, niet proportioneel en een risico voor de samenleving is geworden. Misschien wel een groter probleem dan de verkeersonveiligheid die het geacht wordt te bestrijden. Ieder jaar krijgen 8 miljóén burgers een incasso voor een boete. Dit raakt dus vrijwel iedereen. De olifant in de Kamer is dat het ministerie van Justitie dit geld zelf houdt, waarmee het vervolgens bezuinigingen weet te dempen. Wat betekent dat het verlagen van boetes een gat in de begroting slaat. Ik schreef er eerder al een stukje over.
Justitie zit dus klem, is feitelijk tol gaan heffen op verkeersdeelnemers en iedereen weet al tijden dat dit onjuist en onhoudbaar is. Het WODC bond in januari de kat de bel aan. De bevoegdheid om boetes te verhogen wordt „oneigenlijk gebruikt”, namelijk „om de rijksbegroting sluitend te krijgen”. Dit „kan” leiden tot aantasting van het vertrouwen van de burger, heette het. Zeg maar rustig ‘zal’, of ‘heeft geleid’.
Het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) liet zich bij het rondetafelgesprek vergelijkbaar hard uit. Wat staatsrechtelijk pikant is voor een uitvoerende ambtelijke dienst, die meestal niet verder gaat dan ‘zorgen’ uiten. Het CJIB heeft inmiddels wel wat opties gekregen om incasso ‘op maat’ af te spreken. Maar mag nog altijd véél minder dan bijvoorbeeld de fiscus. Kwijtschelden kan het pas sinds vorig jaar. De laatste concessie is dat het CJIB een pilot mag doen om de betalingsherinneringen te versturen zónder administratiekosten. Iedere commerciële aanbieder van producten en diensten in dit land is al lang en breed verplícht dat gratis te doen. Maar de overheid staat zichzelf toe op iedere boete nog altijd 9 euro ‘administratiekosten’ te leggen. Ach, kan er ook nog wel bij, op de Justitie-graaicarrousel.
Het stelsel zit barstensvol onredelijkheden. Boetes voor vergelijkbare overtredingen via de strafrechter worden maximaal met 20 procent verhoogd. Maar de administratieve route langs het CJIB leidt tot een verhoging met 50 procent bij de eerste aanmaning. En bij de tweede herinnering met 100 procent. Disproportioneel, zei de directeur van het CJIB tegen de Kamer. En: „Sinds 2022 zeggen we dit al”. In geen enkel rechtsgebied komen zulke verhogingen voor. Waarna hij de Kamer herinnerde aan de (vernieuwde) ambtseed voor ambtenaren: „Ik behandel iedereen rechtvaardig.”
Zoiets zag ik niet eerder. Een hoge uitvoerend ambtenaar die impliceert dat de overheid z’n mensen feitelijk dwingt tot het overtreden van de ambtseed. Ik kende al wel ambtenaren die op de stoep voor hun ministerie (Buitenlandse Zaken) demonstreren tegen het Gazabeleid van het kabinet, wat zij evenmin in overeenstemming met hun trouw aan de grondwet achten. Feitelijk zijn dat wanhoopsacties – ‘binnen’ zit het kennelijk muurvast. Soms wordt een ambtelijk deskundige openlijk klokkenluider: we zagen het de Chief Privacy Officer van Binnenlandse Zaken doen bij de voorgenomen Amerikaanse overname van DigiD. De ‘veiligheid van Nederland’ is in het geding, vond hij. En werd prompt ontslagen.
De rechter die namens de Raad voor de Rechtspraak de Kamer kwam bijlichten, was ook tegen een boete aangelopen. Zijn partner was per ongeluk een afgesloten straat in gereden. Haar bekeuring van 290 euro kon makkelijk tot 870 euro oplopen. Volgens de rechter zijn dergelijke verhogingen „ronduit onwenselijk”. Het boetestelsel is verworden tot een „schuldversneller” voor kwetsbare groepen. En of de Kamer vooral maar „de menselijke maat” voor ogen wil houden, een hint naar de Toeslagenaffaire, waar die juist ontbrak. De overheid is hier door het ijs gezakt. Doe er dus wat aan, kabinet en Kamer. Tenzij je natuurlijk denkt dat boetes nooit hoog genoeg kunnen zijn. Althans voor de ander. Maar nóóit voor jezelf.