Home

Pas als we bang zijn voor klimaatverandering, zullen we er écht werk van maken

Klimaatbeleid Eerst de begroting op orde, dan kijken of er nog wat over is voor het klimaat: zo werkt het nu vaak, ziet Hans Stegeman. De rekening die we uiteindelijk gepresenteerd zullen krijgen, wordt er alleen maar hoger van.

De natuurbrand bij 't Harde.

„Ik wil het in de goede volgorde doen.” Dat zei minister van Financiën Eelco Heinen eind april in de Tweede Kamer, toen hem werd gevraagd waarom hij nog niet wil ingrijpen op de overwinsten van oliebedrijven die profiteren van de crisis in het Midden-Oosten. Open voor het idee, maar nu nog niet. Eerst andere stappen. Eerst ‘de goede volgorde’.

Hans Stegeman is hoofdeconoom bij Triodos.

Het is een redenering die je overal tegenkomt in Den Haag. Klimaat staat in vrijwel elk beleidsstuk netjes in de rij, na defensie, na koopkracht, na de zorg. Het Centraal Economisch Plan 2026 benoemt het zo: hogere uitgaven aan defensie, sociale zekerheid en zorg leiden tot verslechterend overheidssaldo, en klimaat is daarin een post die later verder uitgewerkt wordt. De CPB-analyse van het coalitieakkoord voegt eraan toe dat de klimaatdoelen voor 2050 met aanvullend beleid gerealiseerd moeten worden. Dat aanvullende beleid is er voorlopig niet.

Aan de ene kant is het verstandig en volwassen om prioriteiten te stellen. Maar tegelijk is de manier waarop de overheid het klimaat telkens achterstelt, volkomen ontoereikend voor de wereld die eraan komt.

De praktische gevolgen ervan zagen we recent op de Veluwe. Op 29 april brak brand uit op het Artillerie Schietkamp in ’t Harde. Honderden hectaren natuur gingen verloren, de rookpluimen waren vanuit de ruimte zichtbaar. De oorzaak was een oefening met springstof, correct aangevraagd en vooraf goedgekeurd door alle bevoegde autoriteiten. Niemand had iets verkeerds gedaan.

In diezelfde week woedden ook branden op de Oirschotse Heide en de Weerterheide, eveneens op militaire oefenterreinen, eveneens tijdens oefeningen. In april waren er al vijf NL-Alerts voor natuurbranden, twee meer dan in heel 2025.

Defensie oefende voor toekomstige veiligheidsrisico’s. En veroorzaakte zo de veiligheidscrisis van nu. En de commandant zei dat hij zou blijven oefenen. Prioriteiten.

Natuur wacht niet

Zo werkt het nu. De oefening stond gepland, de procedures klopten, de volgorde was correct. Maar de omstandigheden waren al veranderd, terwijl de protocollen nog niet waren aangepast aan de droogte in Nederland. En zo gaat het ook met de ‘goede volgorde’ op klimaat- en duurzaamheidsgebied: de natuur wacht niet tot wij eindelijk klaar zijn om te handelen.

Economisch gezien klinkt het aannemelijk: eerst de begroting op orde, dan investeren in de toekomst. Maar de Britse econoom Nicholas Stern liet in een rapport dat hij in 2006 schreef voor de Britse overheid al zien dat klimaatverandering het grootste marktfalen in de geschiedenis is: het bedrag dat ons consumptiepatroon ons kostte, staat in geen verhouding tot de schade die het heeft aangericht. Elke dag dat we verzuimen er iets aan te doen, stijgen de uiteindelijke kosten. De laatste jaren laten al zien hoe snel die rekening oploopt. Wie kiest voor ‘eerst verdienen, dan verduurzamen’, accepteert daarmee ook hogere kosten voor later.

Dingen ‘in de goede volgorde’ willen doen is dus geen neutrale keuze. Het is een moreel besluit. De Britse filosoof Derek Parfit beschreef in zijn boek Reasons and Persons (1984) waarom die morele dimensie zo makkelijk onzichtbaar blijft: toekomstige mensen bestaan nog niet, ze kunnen niet stemmen of klagen. Die afwezigheid van een klager werkt als een stille vrijbrief om alles op te maken. Alsof we bij de barbecue niet het geduld hebben te wachten op de buren die later komen.

Maar tijdshorizon alleen verklaart niet waarom we zaken zo hardnekkig in de juiste volgorde willen doen. Twee andere mechanismen houden die gewoonte ook in stand. Het eerste is de structuur van winst en verlies. De kosten van duurzaamheidsbeleid zijn direct zichtbaar en voelbaar; denk aan de hogere energiebelastingen. De baten zijn diffuus en in de toekomst. Wie inzet op verduurzaming, draagt hogere kosten, terwijl de duurzaamheidswinst voor iedereen is. Omgekeerd: de winsten van niets doen zijn privaat en direct, de kosten zijn collectief en uitgesteld. Hoe groot die winsten zijn, toont recent onderzoek aan: 80 procent van de financiële waarde van de grootste beursgenoteerde bedrijven in Nederland en Duitsland gaat ten koste van de samenleving.

Het tweede mechanisme is schaal. De kosten van duurzaamheidsbeleid worden gedragen door de nationale belastingbetaler, maar de opbrengsten kennen geen landgrenzen. Landen die wel handelen, kunnen niet voorkomen dat anderen meeliften, en de kiezer die vandaag betaalt ziet de baten niet terug in zijn eigen omgeving.

De gewoonte om klimaat altijd onderaan het prioriteitenlijstje te zetten, kunnen we verbreken. Door de dreiging concreet te maken, want abstracte toekomstige schade verliest het altijd van de rekening van vandaag. Nederland weet hoe dat werkt: de Deltawerken kwamen er omdat het water dichtbij was, zichtbaar en onontkoombaar. Daarnaast moeten we toekomstige generaties een stem geven via klimaat- en natuurraden. En wie schade aanricht, mag daar niet meer gratis mee wegkomen: belastingen op vervuiling en overwinsten veranderen die rekening. Europa is daarvoor het meest logische niveau.

Op ’t Harde was alles correct aangevraagd en goedgekeurd. En toch stond het bos in brand, omdat de wereld al veranderd was terwijl de procedures dat nog niet hadden bijgehouden. Ons systeem is structureel ontworpen tegen langetermijnhandelen. Maar gelukkig kunnen we het ontwerp veranderen. Anders volgt de rekening – met rente.

Klimaatverandering

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next