is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Geloof, hoop, liefde, positiviteit. De sport heeft verhalen nodig als metafoor voor het leven. Er lukt iets dat onmogelijk is. Telstar dat in de eredivisie blijft, is zo’n verhaal.
Het heeft geen zin om te ontkennen: ik ben een beetje verliefd op Telstar. Dat kan, als sportjournalist. Telstar is een magneet. Gewoon, omdat ik er bijna naast woon. Omdat ik vroeger geregeld ging kijken op een loze vrijdag in de eerste divisie en het toen al ontzettend grappig vond, vanwege het relativeren van de totale gekte in het betaald voetbal. Toen ze per ongeluk promoveerden, besloten ze normaal te blijven doen.
Ze bouwden een half nieuw stadion, gaven spelers uit lagere divisies kansen en draaiden elke euro zes keer om. Ze hadden een trainer die vrijwel zijn hele leven in Velserbroek woont. Verhip, hij lachte langs de lijn en zeikte niet over scheidsrechters. Hij liet jongens lekker met elkaar voetballen en deed dat beter dan ploegen met veel meer geld.
Telstar heeft me geholpen om de groeiende aversie tegen voetbal in de top te weerstaan. Telstar heeft de liefde zelfs verdiept, omdat je gewoon als Telstar kunt zijn. Soms zag ik mijn kinderen in een Telstar-shirt naar het stadion trekken, in zo’n sliert met harten vol verwachting en nieuwsgierigheid. Alsof het 1973 was. Of, zoals Correia zei, nadat hij tot op de onderbroek nat was na de beslissende overwinning in Volendam: ‘IJmuiden kan trots zijn op Telstar.’
Omdat Johan Overeem tegen zijn vriend Correia zei dat Telstar als veertiende zou eindigen in de eredivisie. Johan verloor dit seizoen zijn zoon Paddy bij een tragisch ongeluk in de haven van Amsterdam, en Paddy was gek van Ajax. Bij Ajax is nummer 14 magisch. Dus zei Johan steeds tegen vriend Anthony: luister nou, veertiende.
Telstar hielp Johan een ietsjepietsje bij het verwerken van het oneindige verdriet. Het zal allemaal wel toeval zijn, dat Telstar op de laatste dag steeg naar de veertiende plek. Maar misschien is het helemaal geen toeval, en juist dat is zo mooi.
Eerlijk gezegd heeft het seizoen me ongelooflijk geïrriteerd. Dat voorname geouwehoer bij Ajax en Feyenoord, de terreur van supporters met vuurwerk, en dan moeten we het WK nog krijgen, na die ridicule Vredesprijs voor Trump van zijn vriendje Infantino. Even niet nog. Even Telstar.
De sport heeft dit soort verhalen nodig. Hearts was ook zo’n verhaal. De ploeg uit Edinburgh stond 250 dagen bovenaan in Schotland, om de eeuwige hegemonie van Celtic en Rangers te doorbreken. De VAR greep in de voorlaatste wedstrijd alvast in, door Celtic aan een strafschop te helpen, na ongeveer vijf minuten bestuderen van beelden. De VAR is slechts op aarde om duidelijke fouten te herstellen, niet om ergens minuten naar te kijken. De VAR doet veel goed, maar heeft ook leven uit het voetbal gezogen.
Dan Telstar maar en warempel, het lukte, toen een doelman (Koeman) die zich een paar jaar geleden afvroeg of hij doelman moest blijven, naar voren liep om de beslissende strafschop in te schieten. Bij Telstar schilderden ze dit seizoen de gang van het stadion, met een spreuk op de muur: ‘Het onmogelijke mogelijk maken.’ Dat is gebeurd. Of dat toeval is? Natuurlijk niet.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant