Home

Performatief feminisme is hemeltergend onuitstaanbaar. Maar is het ook kwalijk?

Julien Althuisius is schrijver en voor de Volkskrant columnist over het dagelijks leven.

Afgelopen vrijdag schreven Anne-Trije van Eck en Dionne Maria Hallegraeff in de Volkskrant een opiniestuk over ‘performatief feminisme’. De twee afgevaardigden van Dolle Mina Amsterdam betoogden dat er steeds meer mannen zijn die het online opnemen voor vrouwen en queer personen, maar dat deze mannen een geloofwaardigheidsprobleem hebben.

Als ik het goed heb begrepen waren de twee centrale boodschappen: geacteerd feminisme is problematisch, want het draagt niet bij aan verandering. Én het leidt ertoe dat mannen niet bij het feminisme worden verwelkomd, want feministen wantrouwen ze.

Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Ik ken ze maar al te goed, die performatieve feministische mannen. Gratuite posts op Instagram, schijnheilige praatjes in podcasts, het gespeeld opkomen voor vrouwen, het neppe afzetten tegen andere mannen: zum Kotzen. Overigens is performatief feminisme niet voorbehouden aan mannen.

Ik zie minstens zo veel vrouwelijke performatieve feministen als mannelijke performatieve feministen. Ze hebben gemeen dat ze het feminisme in eerste plaats zien als een vehikel om zichzelf mee te kunnen onderscheiden en pas in de tweede plaats als een beweging voor noodzakelijke verandering.

Hemeltergend onuitstaanbaar. Maar is het kwalijk?

Het performatieve is verweven met ons moderne leven. De onstilbare honger gezien te worden, de bodemloze behoefte aan aandacht: het is een collectieve geestesziekte die aan ons tijdperk plakt zoals zeepokken op mossels. Tijdlijnen staan vol met mensen die willen laten zien hoe sportief ze zijn, hoe leuk hun kinderen zijn, hoe gezond ze eten, hoe mooi hun interieur is, hoe avontuurlijk hun trip naar Mexico, hoe vaak ze uitgaan.

Het performatieve uit zich dan ook in werkelijk alle vormen van activisme. Als je iedereen die moreel niet helemaal zuiver op de graat was de toegang had ontzegd tot de klimaat-/lhbti-/Black Lives Matter-/Palestina-demonstraties, dan waren die een stuk dunner bevolkt geweest. ‘De meeste woke mensen zijn niet woke omdat ze zo begaan zijn met het lot van minderbedeelden, maar omdat het uiten van ‘correcte meningen’ statusverhogend werkt’, zo betoogde de Amerikaanse socioloog Musa al-Gharbi vorig jaar in de Volkskrant.

Performatief activisme is irritant, maar het is ook bruikbaar. Als iemand op sociale media honderden, duizenden of honderdduizenden mensen bereikt en zo het feministische gedachtegoed verspreidt, wat boeit het dan of dat een zogenaamd performatieve daad is? Moet je deze mensen dan weren uit je organisatie? Of moet je ze lekker inzetten als dommekrachten voor het grotere goed?

Het gebeurt wel vaker dat activistische bewegingen zichzelf in de staart bijten met dogmatische achterhoedegevechten en zo goedbedoelende nieuwkomers afschrikken. Het is niet zozeer het performatieve feminisme waardoor mannen niet verwelkomd worden in het feminisme; het puristische haarkloven lijkt me veel problematischer.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next