Home

Donald Pols stapt over naar de ‘dark side’, wat hebben idealisten daar te zoeken?

De beslissing van Milieudefensie-directeur Donald Pols om over te stappen naar Tata Steel heeft voor veel opschudding gezorgd. Toch is zo’n ongebruikelijke transfer niet uniek. Wie gingen hem voor, en wat zegt dat over zijn kansen?

Het is buiten het voetbal waarschijnlijk de controversieelste Nederlandse transfer van de laatste jaren: die van Milieudefensie-directeur Donald Pols naar het Indiase staalconcern Tata Steel. Als pak ’m beet Partij voor de Dieren-leider Esther Ouwehand lobbyist voor de vleesverwerkende industrie was geworden, of bewegingsgoeroe Erik Scherder reclameboegbeeld van Coca-Cola, had het rumoer nauwelijks groter kunnen zijn.

Sinds zijn abrupte afscheid bij Milieudefensie vorige week is Donald Pols (54) uitgegroeid tot een nationale rorschachtest, een inktvlek waarin iedereen iets anders lijkt te herkennen. De een ziet in hem een soort ecologische Darth Vader, overgelopen naar de ‘dark side’. Een Judas, die zijn mede-klimaatapostelen verraadt voor de zilverlingen van een staalbedrijf dat niet alleen tot Nederlands grootste CO2-uitstoters behoort, maar ook berucht is om de gezondheidsschade die het veroorzaakt in de regio IJmuiden.

Anderen zien de man met de kenmerkende hoed juist als een held, die ‘zijn naam, zijn reputatie en zijn geloofwaardigheid’ op het spel durft te zetten voor de verduurzaming van staalfabriek van Tata in IJmuiden, zoals econoom Jona van Loenen het in een opiniestuk verwoordde. Of zelfs als een paard van Troje, schreef De Telegraaf, dat Tata Steel van binnenuit zal hervormen óf desnoods te gronde richten.

Vaandelvlucht

Wat te denken van de carrièrestap van Pols; pleegt hij vaandelvlucht, of neemt Tata de vlucht naar voren, of allebei? Wie maakten er eerder zo’n ongebruikelijke transfer? En pakken die over het algemeen inderdaad zo succesvol uit als Pols zelf hoopt?

‘Carrièrestappen zoals die van Donald Pols zie je niet vaak’, zegt Arco Timmermans, expert lobby en politiek aan de Universiteit Leiden. Een van de weinige andere opzienbarende Nederlandse voorbeelden van een activist die naar het bedrijfsleven overstapte was ex-Greenpeace-boegbeeld Faiza Oulahsen, die in 2024 bij accountants- en advieskantoor KPMG begon.

Dat Pols nu zoveel negatieve reacties oproept, komt misschien deels doordat zijn overstap gelijkenissen vertoont met het zogeheten ‘draaideurprobleem’ in Den Haag: de laatste jaren verruilden veel ex-bewindspersonen hun politieke carrière even moeite- als schaamteloos voor een bestaan als lobbyist.

Zo wisselde Cora van Nieuwenhuizen (VVD) het ministerschap van Infrastructuur en Waterstaat in 2021 in voor het voorzitterschap van lobbyclub Energie-Nederland. Vergelijkbare voorbeelden waren Eurocommissaris Digitale Agenda Neelie Kroes (werd lobbyist voor Uber), oud-staatssecretaris van Defensie Jack de Vries (JSF-lobbyist) en ex-minister van Verkeer en Waterstaat Camiel Eurlings (KLM-directeur).

Op één hoop

Toch is het niet helemaal terecht om Pols op één hoop te gooien met deze voorbeelden, vindt Timmermans. ‘Bij de Haagse draaideur gaat het om politici die vanuit de overheid naar het bedrijfsleven vertrekken. Daarbij is het probleem dat bestuurders soms wel heel makkelijk de pet van het publieke belang afwerpen om die van het private belang op te zetten. Dit soort mensen is vooral populair bij werkgevers omwille van hun goede connecties in de politieke wereld.’

‘Pols is een ander geval. Bij hem gaat het niet zozeer om zijn connecties, maar om het feit dat hij jarenlang campagne heeft gevoerd tegen het bedrijfsleven, onder meer via spraakmakende gerechtelijke procedures. Die ervaring neemt hij nu uitgerekend mee naar een van de bedrijven waartegen hij altijd heeft gestreden. Dit levert heftige reacties op bij sommigen, die het al dan niet terecht zien als het verlaten van je principes.’

Zowel Tata als Pols heeft met de keuze voor elkaar bepaald niet voor de weg van de minste weerstand gekozen, ziet headhunter Jasper Steffens. Hij verdient als baas van ‘directeurenwinkel’ ThunderMinds zijn brood met het werven van bestuurders voor vacatures met een jaarwedde van 1- tot 5 ton. Precies het segment van Donald Pols, die bij Milieudefensie 145 duizend euro bruto per jaar opstreek, en bij Tata naar eigen zeggen weliswaar meer gaat verdienen, ‘maar bij lange na niet drie keer zoveel, wat een columnist in jullie krant schreef’.

Buitenstaander

‘Aan de bovenkant van de markt is men toch vaak op zoek naar ‘een kopietje van Pietje’’, merkt Steffens, die zelf overigens niet voor Tata Steel werkt. ‘Raden van commissarissen kiezen veelal voor de veilige weg, terend op wat in het verleden heeft gewerkt. Tata gooit het daarentegen over een heel andere boeg. Met Donald Pols kiezen ze voor een buitenstaander, voor iemand die niet vastzit in de oude denkpatronen. Ik vind het van allebei een stoutmoedige stap.’

Voor Steffens staat het ongebruikelijke arbeidshuwelijk tussen Pols en Tata symbool voor het ongemakkelijke besef dat een schonere economie zonder de nu nog vieze industrie vrijwel onmogelijk is. ‘De energietransitie vergt nu eenmaal enorm veel geld. Neem de Noren: nergens ter wereld wordt zo veel elektrisch gereden als in Noorwegen. Maar die transitie is nota bene gefinancierd met vies geld: door de Noorse olie- en gas-inkomsten te investeren in een schonere economie.’

De wereld verandert uiteindelijk niet aan de talkshowtafel of met een A12-blokkade, concludeert Steffens, maar in de directiekamers van de uitstoters, waar bestuurders zich buigen over saaie Excel-sheets vol investeringsuitgaven en vergunningstrajecten. ‘Je kunt de koning alleen schaakmat zetten door op het bord te gaan staan. Dat is wat Pols nu doet.’

Zwart-wit

Nederlanders denken soms te zwart-wit in het klimaatdebat, meent ook econoom en ABN Amro-bestuurder Sandra Phlippen. Wie de fabrieksschoorstenen minder koolstofdioxide wil laten uitdampen, heeft eigenlijk maar drie smaken tot zijn of haar beschikking: activisme via een ngo, zelf een groen bedrijf beginnen of, à la Pols, een ‘bruine’ onderneming proberen te vergroenen.

‘Dat zijn allemaal legitieme keuzes. Ik vind dat de maatschappij soms te hard oordeelt over mensen die niet voor het activisme via een ngo kiezen. Er is niets immoreels aan wanneer je probeert om veranderingen teweeg te brengen via een andere weg.’

‘En vanuit Tata bekeken is het tactisch een slimme zet’, denkt lobbyexpert Timmermans. ‘Een cynicus zou misschien zeggen dat Tata met het wegkapen van Donald Pols een van zijn grootste tegenstanders onthoofdt. Maar ik kan me eerlijk gezegd niet voorstellen dat Pols daar met open ogen in zou tuinen.

‘Ik bekijk het wat positiever. Er is voor Tata maar één manier om niet te worden uitgekotst in Nederland, en dat is verduurzamen. Tata zal die les zelf waarschijnlijk ook hebben getrokken. Door een tegenstander binnen de gelederen te halen, iemand die symbool staat voor vergroening, maakt Tata nu de sprong naar voren.’

Morele ambitie

Rutger Bregman is sceptisch, al wil hij Pols het voordeel van de twijfel gunnen. Bregman, schrijver van succesboeken als De meeste mensen deugen (2019) en Morele ambitie (2024), richtte twee jaar geleden de School voor Morele Ambitie op. Dit ‘Zweinstein voor wereldverbeteraars’ wil idealisten helpen om hun ‘lege carrières achter zich te laten’ en hun talenten te wijden aan de urgentste problemen van onze tijd.

Ook de overstap van Pols is bepaald niet gespeend van morele ambitie. In een interview met de Volkskrant zei hij zaterdag dat Nederland, ‘als rijk land met een disproportioneel grote historische CO2-voetafdruk’, een grote verantwoordelijkheid heeft om ‘mondiale oplossingen te ontwikkelen voor de klimaatcrisis’. ‘Nu ga ik even dromen: stel je voor dat Tata erin slaagt om rendabel groen staal te gaan produceren. Dan zijn ze daarin de grootste fabriek in de wereld.’

Zo zou vanuit Nederland een belangrijk puzzelstukje gelegd kunnen worden in de wereldwijde energietransitie, is de hoop van de ex-activist. En daar zou hij dus graag aan bijdragen.

Maar de lat ligt erg hoog, constateert Bregman. ‘Er zijn helaas maar weinig succesvolle voorbeelden van intrapreneurship, waarbij mensen een bedrijf of systeem van binnenuit weten te veranderen, zoals Pols zegt te willen doen. Het is ontzettend moeilijk dat voor elkaar te krijgen bij een moloch à la Tata. Dikwijls verandert de werknemer niet zozeer het systeem, als wel het systeem de werknemer. Dat wil niet zeggen dat de missie van Pols onmogelijk is, maar wel dat het een tikje onwaarschijnlijk is dat hij slaagt.’

Interne revolutie

Ook Timmermans vreest dat het Pols nog weleens ‘vies kan tegenvallen’ hoe moeilijk het is om een interne revolutie te ontketenen binnen een internationale staalgigant als Tata. ‘Transities zijn per definitie ontzettend moeilijk. Er staan allerlei gevestigde belangen en reputaties op het spel. Meestal wint de status quo – de mensen die er baat bij hebben om veranderingen tegen te houden. Dat wil niet zeggen dat Pols kansloos is.’

‘Ik weet uit eigen ervaring dat je als idealist echt wat kunt bereiken binnen een commerciële organisatie’, zegt econoom Brenda Kramer. Zij is nu directeur van het Sustainable Finance Lab, een denktank van de Universiteit Utrecht waar onderzoek wordt gedaan naar de verduurzaming van de financiële sector. Eerder werkte zij voor pensioenuitvoerder PGGM aan methodes die ervoor zorgen dat pensioengeld zo wordt belegd dat het bijdraagt aan het halen van de ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties.

‘Die methode heeft zich uiteindelijk als een olievlek verspreid’, constateert Kramer tevreden. ‘Maar daarvoor had ik medestanders nodig binnen PGGM en bij vergelijkbare bedrijven in Europa. Want zulke bondgenoten heb je wel nodig als je echt wat wil veranderen.’

Pols moet inderdaad uitkijken dat hij niet gaat fungeren als een veredeld stuk groene zeep, waarmee Tata de eigen reputatie probeert schoon te wassen, waarschuwt econoom Phlippen. ‘Je wilt voorkomen dat slechts je groene imago gekocht wordt door een bruine onderneming.’

Groen uithangbord

Zelf maakte Phlippen vanuit de academische en journalistieke wereld – ze was onder meer universitair docent toegepaste economie aan de Erasmus Universiteit en hoofdredacteur van economisch vakblad ESB – de overstap naar ABN Amro. Ze begon bij de bank als hoofdeconoom en is sinds dit jaar als ‘Chief Sustainability Officer’ verantwoordelijk voor het duurzaamheidsbeleid van ABN Amro.

Om er zeker van te zijn dat ze niet meer is dan een groen uithangbord, was het voor Phlippen cruciaal dat ABN Amro zich zou vastleggen op concrete, meetbare klimaatambities. ABN Amro heeft beloofd zijn volledige kredietportefeuille in lijn te brengen met klimaatscenario’s die de opwarming van de aarde beperken tot ‘ruim onder de 2 graden’. Om dit te bereiken heeft de bank zich recent gecommitteerd aan een jaarlijks afnemende CO2-voetafdruk.

‘Daar moet je bedrijven uiteindelijk op afrekenen: wordt hun CO2-uitstoot jaar op jaar lager? Als je bedrijven voortdurend ter verantwoording roept over CO2, dan gaan ze daar ook op sturen.’

Ook Pols lijkt concrete toezeggingen te hebben afgedwongen bij Tata, zo liet hij doorschemeren tegenover de Volkskrant. ‘Ik leg mijn reputatie in de waagschaal, dat is waar. Maar dat geldt voor het bedrijf misschien nog wel sterker. Als zou blijken dat ze hun toezeggingen aan mij niet waarmaken, dan lopen ze het risico dat ik over een jaar weer vertrek.’

Afbreukrisico

Timmermans is het met Pols eens dat het afbreukrisico niet alleen voor hem, maar ook voor Tata groot is. ‘Want als zelfs iemand als Donald Pols geen transitie in gang weet te zetten, wie dan wel?’ Dan zou de indruk kunnen ontstaan dat Tata een hopeloze zaak is, een onverbeterlijk geval, en dat het staalbedrijf dus geen toekomst heeft in Nederland, vindt Timmermans.

Het enige wat uiteindelijk telt is of Donald Pols zijn woorden – Tata ‘groen’ oftewel CO2-neutraal staal laten maken – weet in te lossen, denkt Phlippen. En of Pols de gezondheidszorgen van de omwonenden van Tata weet weg te nemen. ‘Het zal de komende tijd heel spannend worden of Pols echt wat voor elkaar krijgt. Hij moet vanaf nu vooral even zijn mond houden, en pas weer naar buiten treden als hij een concrete prestatie te melden heeft.’

Rutger Bregman: ‘We weten gewoonweg nog niet of meneer Pols zijn ambities waar gaat maken. Zijn overstap naar Tata, hoe onwaarschijnlijk die ons nu ook in de oren klinkt, zou het begin kunnen zijn van een geweldig verhaal. Het is, ongeacht de afloop, in elk geval een verhaal dat iedereen in Nederland vanaf nu nauwlettend gaat volgen.’

Eerdere overstappers

Overstappen naar de ‘dark side’: twee jaar voor Donald Pols haalde Faiza Oulahsen (1987) er al de krantenkolommen mee. Als Greenpeace-boegbeeld belandde ze nog in de Russische gevangenis voor haar poging een boorplatform te enteren, uit protest tegen de Russische oliewinning in het Noordpoolgebied. In 2024 verruilde ze de rubberboten en megafoons voor een bureau tussen de accountants en consultants van KPMG.

Als ‘associate director klimaat en duurzaamheid’ adviseert Oulahsen tegenwoordig grote bedrijven over verduurzaming. Bang dat bedrijven haar dankbaar zullen gebruiken om hun reputaties groen te wassen, bleek de oud-klimaatactivist niet. ‘Als bedrijven mij willen gebruiken, kan ik daar heel hard om lachen. Want dan is die intentie geheel wederzijds’, zei ze tegen de Volkskrant.

Lachen deden ze niet bij de Britse tak van Greenpeace toen hun adellijke uithangbord Peter Mond, alias Lord Melchett (1948-2018), begin deze eeuw een wel heel pikante overstap maakte. Als Greenpeace-directeur werd Melchett ooit in de boeien geslagen voor het vernielen van meer dan twee hectaren genetisch gemodificeerd graan in een maïsveld in Norfolk.

Enkele jaren later verruilde Melchett Greenpeace voor Burson-Marsteller, een van ’s werelds grootste pr-bureaus. Een van de klanten was uitgerekend het biotechbedrijf Monsanto, de machtigste en beruchtste voorvechter van genetisch gemodificeerde gewassen, tegenwoordig in handen van het Duitse Bayer. Uit onvrede over dit verraad werd Melchett prompt uit het bestuur van Greenpeace International gebonjourd.

Activisten die naar ‘de vijand’ overlopen zijn in Nederland dun gezaaid, maar onder politici zijn er meer voorbeelden te vinden. Zo hekelde Wim Kok (1938-2018) in 1997 als premier nog de ‘exhibitionistische zelfverrijking’ in het bedrijfsleven, terwijl de sociaaldemocraat later als commissaris van ING en Shell precies het soort megabonussen goedkeurde waartegen hij vroeger was uitgevaren.

Van morele lenigheid getuigde ook de metamorfose van CDA’er Elco Brinkman (1948) van minister van Volksgezondheid in de jaren tachtig tot invloedrijk commissaris en lobbyist voor Philip Morris, een van ’s werelds grootste fabrikanten van sigaretten – ook wel, qua sterftecijfer althans, ‘de dodelijkste voorwerpen uit de geschiedenis’ genoemd.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next