Onder vluchtelingen bestaat begrip voor de onvrede van sommige Nederlanders over de asielopvang. Maar er is ook frustratie, verdriet en angst. Soms verzwijgen ze dat ze in een azc wonen. ‘We worden allemaal over een kam geschoren.’
is verslaggever van de Volkskrant en schrijft over asiel, migratie en de multiculturele samenleving.
Mohamed Mokhaiber ziet de beelden al weken op Instagram: woedende menigtes die ‘azc weg ermee’ scanderen, vuurwerkbommen, brandstichting bij de noodopvang in Loosdrecht, mensen die zeggen dat mannen zoals hij criminelen en verkrachters zijn. ‘Ik voel me gefrustreerd en verdrietig.’
Mokhaiber (27) is een Syrische aleviet en woont in een asielzoekerscentrum (azc) aan de rand van Utrecht. Daar zit hij woensdagavond buiten op een houten bankje en begint al snel over Lisa uit Abcoude. ‘Toen dat meisje werd verkracht en vermoord vond ik dat vreselijk’, zegt hij. ‘Maar ik ben niet zo. We zijn echt niet allemaal zo.’
Anderhalf jaar geleden was hij zijn studie tandheelkunde aan het afronden. ‘Ik had een huis en een auto en was bezig met het opzetten van mijn eigen praktijk.’ Toen viel dictator Bashar al-Assad, waarna in Syrië een klopjacht begon op alevieten. Nu woont Mokhaiber in een overvol azc, in een kamer met twee stapelbedden en drie kamergenoten. Hij werkt in een distributiecentrum. ‘Geloof me, ik ben hier niet voor mijn lol. Ik ben hier omdat we in Syrië worden afgeslacht.’
Toch heeft hij begrip voor de weerstand die een deel van de Nederlanders voelt tegen azc’s. ‘Er zijn asielzoekers die problemen veroorzaken’, zegt hij. ‘In Syrië noemen we dat rotte appels, ze verpesten het voor de rest.’
De 33-jarige Aron Nia, een goedlachse logistiek ingenieur uit Iran, is het daar roerend mee eens. ‘Soms zijn het mensen met trauma’s’, zegt hij terwijl hij een jas aantrekt tegen de kille avondwind. ‘Anderen zijn simpelweg crimineel.’
Nia kwam naar Nederland met een werkvisum en had twee jaar lang een goede baan en een appartement in Venlo. Toen het contract afliep, vroeg hij asiel aan. Hij vreest het repressieve islamistische regime van Iran. ‘Ook omdat ik biseksueel ben.’
Beide mannen verzwijgen in het dagelijks leven zoveel mogelijk dat ze in een azc wonen. ‘Zodra het woord asielzoeker valt, hebben mensen negatieve associaties’, merkt Mokhaiber. ‘Ik zeg soms dat ik een internationale student ben.’
Nia heeft te doen met de vluchtelingen die in Loosdrecht zijn geplaatst, maar maakt zich geen zorgen over zijn eigen veiligheid: ‘Ik ben best goed geïntegreerd, ik denk niet dat ze het op mij gemunt hebben.’
Dat voelt anders voor Amani, een 34-jarige vrouw uit Damascus. Door de protesten is haar altijd aanwezige angst toegenomen. ‘De haat richt zich vooral op moslims’, zegt ze. ‘En ik draag een hoofddoek.’
Amani wil niet met haar echte naam in de krant, omdat ze bang is dat het haar asielprocedure kan beïnvloeden (haar naam is bij de redactie bekend). ‘Amani betekent dromen en hoop’, vertelt ze. En dat kan ze wel gebruiken. ‘Nederlanders denken dat asielzoekers in paleizen wonen, dat we in luxe leven. Ze hebben geen idee hoe zwaar het is.’
Sinds ze tweeënhalf jaar geleden in Nederland aankwam, verbleef ze in Ter Apel, Assen, Deventer, opnieuw Ter Apel, Hoogeveen en sinds kort in Utrecht. Ze voelt grote paniek bij het idee te worden overgeplaatst naar een plek met gewelddadige protesten. ‘Ik heb tien jaar oorlog doorgemaakt in Syrië. Hier dacht ik veilig te zijn.’
De moslimhaat ervaart ze al langer. ‘In Hoogeveen ben ik met stenen bekogeld, kinderen scholden me uit voor aap. Ik verberg nu vaak mijn hoofddoek, dan doe ik er bijvoorbeeld een petje overheen.’
Een 33-jarige Syriër die alleen met zijn initialen O.M. in de krant wil (zijn volledige naam is bij de redactie bekend), legt een deel van de schuld van de anti-azc-protesten bij rechtse partijen. ‘Zij geven vluchtelingen de schuld van alle problemen’, zegt hij. ‘Ik weet dat er woningnood is, maar dat komt echt niet alleen door ons.’ Hij vreest dat dit alles een negatieve spiraal veroorzaakt. ‘Asielzoekers worden aan de lopende band beledigd. Ook wij zijn mensen, met soms emotionele reacties.’
O.M. pleit voor een veel hardere aanpak van asielzoekers die zich niet aan de regels houden. ‘Nederland geeft ons een kans op een leven in vrijheid en veiligheid. Als je je slecht gedraagt, dan verspeel je die kans.’ Hij maakt de vergelijking met Dubai, waar veel rijke Europeanen wonen. ‘Als zij zich niet aan de wet houden, worden ze gestraft of er uitgegooid.’
In een provisorisch gebouwtje op het terrein van het azc in Utrecht is een activiteit bezig van Musicaz, een collectief dat muziek maakt met asielzoekers. Zo’n 25 vluchtelingen zingen samen in elkaars talen. Er is koffie en gember-citroenthee, er zijn gitaren en tamboerijnen. Een vrouw filmt glunderend van trots haar dochters die samen een Koerdisch lied voordragen.
De 26-jarige Ibrahim Ali, een begenadigd zanger met een repertoire uit Jemen, heeft het anti-azc-nieuws slechts zijdelings meegekregen. Hij volgt vooral de ontwikkelingen in Jemen en appt met zijn zussen die nog in een vluchtelingenkamp in Turkije zitten. Een van zijn voortanden is donkerbruin. ‘Knuppel van de Griekse grenspolitie’, zegt hij droogjes. ‘Het was een barre tocht om hier te komen.’
Ali hoopt dat de Nederlanders hem een kans geven. ‘Ik heb nooit problemen veroorzaakt’, zegt hij, waarna hij opsomt welke kwaliteiten hij verder heeft: ‘Ik rook niet, ik werk hard en ik sport veel.’ Hij kijkt even nadenkend voor zich uit. ‘Er zijn verschillen tussen asielzoekers en Nederlanders’, zegt hij dan. ‘Maar we proberen allemaal iets van ons leven te maken.’
Wilt u belangrijke informatie delen?
Mail naar tips@volkskrant.nl of kijk op onze tippagina.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant