De Londense illustrator Mr Bingo leeft van en voor de grap. Zijn hele business drijft op een stimulerende uitwisseling van lol met liefhebbers van zijn werk. ‘Iedereen houdt van humor. Dus dat is mijn lucky charm: dat ik grappig werk kan maken.’
Gidi Heesakkers is chef van Volkskrant Magazine. Ze schrijft over stand-upcomedy & cabaret en populaire cultuur.
Mr Bingo (47, zijn echte naam is een mysterie) komt er gewoon voor uit: fans hebben is iets geweldigs. Hij zou absoluut niet meer zonder ze willen, de duizenden mensen die zijn tekeningen kopen, online en offline interactie met hem aangaan en zijn maffe plannen toejuichen. ‘De belangrijkste reden dat ik werk maak, is omdat een hongerig publiek erin geïnteresseerd is’, zegt hij. ‘Hoe meer fans ik heb, hoe meer werk ik wil maken. We voeden elkaar.’
Is het zelfingenomen om zo over fans te praten? Op Bingo’s website staat iets over zijn toontje, onder het kopje veelgestelde vragen. ‘Je lijkt arrogant, ben je in het echt ook zo irritant?’ Antwoord: ‘Nee, ik ben een charmante sociopaat. Je zult me vast wel aardig vinden.’
Inderdaad: heel aardig, en gezellig.
Zoals elke vrijdag heeft hij vandaag zijn winkel in Amwell Street geopend, een rustige straat in Londen waar hij het niet moet hebben van toevallig passerend volk. Is er vandaag nog iets interessants gebeurd, waren er leuke interacties met klanten om later op de dag op Instagram te delen? Nee, zegt hij, ‘it’s the most dead day ever’.
Maar net als we allebei een biertje uit de gratis-bierkoelkast pakken, stappen er een man en een vrouw van in de dertig binnen. Hij heeft haar een tekening voor haar verjaardag beloofd – een op maat gemaakt venndiagram, zo een met overlappende cirkels. ‘You, me, Fred again...’, iets in die trant moet er komen te staan.
Na een minuut of tien rondneuzen trekt de man zijn broek omlaag om de tattoo op zijn rechterbovenbeen te showen, zodat Bingo er een foto van kan maken. Het is een van zijn bekendste beeltenissen: een grafzerk met daarop de tekst ‘Don’t forget to have fun’.
Bingo: ‘Je moet je T-shirt een beetje laten zakken, dan kun je niet zien dat je een onderbroek aanhebt. Zo, misschien kom je nu in een Nederlandse krant.’ Als ze weg zijn: ‘Dat was goed hè? Bijna alsof ik ze uitgenodigd had, speciaal voor dit interview.’
Voor hij een internetberoemdheid werd, publiceerde Mr Bingo als illustrator in onder meer The New Yorker, The Guardian, Time en The New York Times. In 2015 nam hij het besluit om nooit meer voor commerciële klanten te werken. Hij wilde onderzoeken of het zou lukken om geld te verdienen met dingen die hij ‘gewoon’ grappig vond om te maken.
Met een crowdfundingcampagne haalde hij meer dan een ton (in Britse ponden) op voor een boek over zijn Hate Mail-project, een dienst waarbij hij vreemden liet betalen om een vintage ansichtkaart naar hen te sturen met daarop een tekening en een beledigende tekst.
Het leverde hem het inzicht op dat wie een groot genoeg publiek heeft, geen uitgeverij nodig heeft – en dan tenminste serieus iets aan zo’n boek verdient. ‘In eigen beheer hield ik ineens 25 of 30 pond per exemplaar over. Dat was een aha-moment.’
Al eerder, tijdens de opkomst van Myspace, kreeg hij in de gaten dat mensen die simpelweg grappig zijn op het internet óók bewonderaars kunnen hebben, net als muzikanten of sporters. ‘Toen ik afstudeerde, leek mijn werk me niet echt een coole baan, maar gewoon… een beroep, een ambacht, een bezigheid.’ Hij voegde er de missie aan toe om zoveel mogelijk vreemden te verleiden om hem online leuk te vinden.
Zijn 159 duizend volgers op Instagram zien hem niet alleen als een illustrator met een goed gevoel voor humor, maar ook als de vertolker van een avontuurlijk, eigenwijs levensgevoel. Hij komt over als een vat vol ideeën, een actieveling die veel meer dan gemiddeld openstaat voor het onverwachte en met wie altijd iets te beleven valt.
Of wat hij maakt wel of niet als kunst wordt beschouwd, interesseert hem niet. ‘Als je mooie tekeningen maakt, moeten ze wel héél goed zijn, willen mensen ze delen en aan anderen laten zien. Maar als je er grappen in verwerkt, vinden zelfs mensen die normaal niet van kunst houden het geweldig. Iedereen houdt van humor. Dus dat is denk ik mijn lucky charm: dat ik grappig werk kan maken.’
Alles in zijn winkel is te koop. Er is ook een mini-expositie te zien van zijn verzameling ansichtkaarten waar één persoon op staat. ‘Omdat ik altijd en overal over mijn kaartenverzameling praat, krijg ik er minstens twee per week opgestuurd. De verzameling groeit zonder dat ik er zelf naar op zoek hoef.’
Precies dit vindt hij dus zo leuk aan fans hebben. ‘Het is een soort collectieve hivemind, of hoe je het ook wilt noemen.’ Een community, bedoelt hij, een clubje mensen dat precies snapt wat hier gebeurt en om dezelfde dingen lacht.
Hij maakt zich klaar voor een spervuur aan favorieten die zijn stijl illustreren, een manier van leven waarover hij ook geregeld op uitnodiging over vertelt. Het gaat dan bijvoorbeeld over zijn besluit om op zijn 44ste een jaar alleen op reis te gaan – iets wat natuurlijk zoveel mensen doen, maar waar hij allemaal aanstekelijke anekdotes over paraat heeft.
‘Ik was een beetje verveeld geraakt met mijn leven. Alles ging eigenlijk wel goed, maar ik had niets om me tegen af te zetten of om hard voor te werken. Er moest iets groots gebeuren. Verliefd worden bijvoorbeeld, maar dat kun je niet afdwingen.’ Het werd een jaar weg. ‘Niets wat ik ooit heb gedaan, is langer dan een paar weken van tevoren gepland. Ik ben ervan overtuigd dat je in het leven af en toe een grote sprong moet wagen, om daarna uit te zoeken wat je precies met de nieuwe omstandigheden wilt doen.’
Zo ging het ook toen hij deze winkel opende. ‘Het is goed dat er iets is wat ik in stand moet houden. En gebouwen zijn makkelijker te onderhouden dan dieren en mensen. Als je ze een tijdje alleen laat, vinden ze dat niet zo erg.’
Miste hij iets, omdat hij contact met onbekenden zo belangrijk heeft gemaakt in zijn werk? Bingo denkt even na. ‘Ik weet het niet. Het is gewoon zo ontstaan, en pas na mijn 30ste. Voor die tijd was ik erg passief, vooral in relaties. Ik had best wel bazige vriendinnen. Ik ben altijd iemand geweest die makkelijk vrienden maakte en goed op feestjes was enzo, maar ik had nooit verwacht dat mijn werk zó om het ontmoeten van vreemden zou gaan draaien.’
Ze kloppen ook bij hem aan voor levens- of carrièreadvies. ‘Ik deed een experiment genaamd ‘E-mail Day’. Ik zou een dag lang van negen tot vijf elke e-mail die ik zou binnenkrijgen beantwoorden. Het was een beetje een aanmatigende grap, om de draak te steken met mensen die dit elke dag doen op kantoor. In de eerste drie uur kreeg ik duizend mails. Na twee uur stopte ik ermee en zei: ik beantwoord geen nieuwe e-mails meer, maar wel alles wat ik tot nu toe heb binnengekregen. Het waren echt lange berichten, over persoonlijke beslommeringen. Het kostte me vier dagen om ze allemaal door te nemen. Dus ik heb in feite vier dagen lang gratis gewerkt door alleen maar mails te beantwoorden.’
Hij snapte daarna wel dat er zo veel vraag is naar life coaches, therapeuten en psychologen. ‘Het lijkt online alsof ik het best naar mijn zin heb, wat ook zo is, en daardoor verwachten sommige mensen dat ik een soort goeroe ben. Grappige gewaarwording. Ik voel me natuurlijk helemaal niet in de positie om advies te geven. Maar het was wel interessant om te merken hoe makkelijk ik zo iemand zou kunnen worden.’
Een favoriete fan heeft hij niet. Maar er is één man die werkelijk alles koopt wat hij maakt. ‘Hij bewaart het allemaal in de verpakking en zegt dat hij wacht tot ik doodgaat, zodat hij de grootste collectie heeft van Mr Bingo-werk dat nog in de verpakking zit. Dat vind ik dus heel grappig. Ik heb hem ontmoet, het is een hele normale gast.’
Sinds zijn reis en de winkel is de verveling niet meer toegeslagen. ‘Alles gaat de goede kant op in mijn leven.’ Is hij intussen dan ook nog verliefd geworden? Een grijns: ‘Nee, maar er gebeuren wel bepaalde dingen in die richting. Het is in ieder geval niet saai.’
‘Mijn favoriete podcast is Real Survival Stories: verhalen van mensen die in moeilijke situaties terechtkomen en de dood op het nippertje ontlopen. Vliegtuigongelukken, branden, aardbevingen, elke ramp die je maar kunt bedenken komt voorbij. Veel verhalen over ongelukken tijdens het wandelen ook. Omdat ik vaak in mijn eentje wandel, vind ik het leuk om verhalen te horen over mensen die in de problemen komen terwijl ze alleen aan het wandelen zijn. Het is dan alsof ik er middenin zit.
‘Als kind vond ik wandelen saai. Nu pas snap ik wat er zo briljant aan is. Als ik een lange wandeling maak, voel ik me haast vanzelf ambitieuzer worden, en positiever over het leven in het algemeen.
‘Ik ben gefascineerd door mensen die zichzelf tot het uiterste drijven, en ook door de dood. Real Survival Stories is ook altijd inspirerend, omdat die mensen ook vertellen hoe ze nu elke dag leven alsof het hun laatste is. Ze nemen het leven niet meer voor lief. Ik wil leven zoals zij, maar dan zonder die bijna-doodervaring.’
‘Ik loop graag langs de kust, en toevallig is dit land een van de beste landen ter wereld om kustwandelingen te maken. Tijdens mijn sabbatical heb ik een maand in een camperbusje door Noord-Amerika gereden. Ik ging naar Big Sur, een prachtig gebied in Californië. Een wandeling die ik daar maakte, deed me denken aan Cornwall.
‘Toen ik thuiskwam, ben ik vanaf het vliegveld linea recta naar het South West Coast Path gegaan. Die route is beroemd geworden vanwege dat boek en de film The Salt Path (Het zoutpad).
‘Onderweg heb ik een wandeluitrusting gekocht, en ik ben 74 dagen gaan lopen. De hele route heb ik een tent meegesleept waar ik uiteindelijk maar tien nachten in heb geslapen. Ik vind het moeilijk uit te leggen waarom, maar tweeënhalve maand langs de Britse kust lopen is het leukste dat ik in mijn hele leven heb gedaan.
‘Er is iets prettigs aan opstaan en weten dat het enige wat je hoeft te doen eten en lopen naar de volgende bestemming is. Al die extra dingen die we aan het leven hebben toegevoegd, lijken ineens zinloos.’
‘Voor mijn nieuwsbrief heb ik een keer een lijst gemaakt van dingen die ik leuk vind aan schapen.’ Begint voor te lezen: ‘Vriendelijke kop, lieve ogen. Zachtaardig, meegaand temperament. Ze vormen geen bedreiging voor me, terwijl ik veel andere dieren juist een beetje eng vind. Ik bedoel, schapen vallen nooit iemand aan. Ze zijn nieuwsgierig, maar niet oordelend. Ze tonen wel interesse, maar houden afstand. En tegelijkertijd zien ze er wollig en knuffelbaar uit.
‘Dat ze zichzelf niet overeind kunnen helpen als ze omvallen, vind ik ook typisch schapengedrag. Geen problemen veroorzaken, niet om hulp vragen.
‘Ze lijken ook geen last te hebben van dingen waar mensen mee worstelen, zoals hebzucht, woede, jaloezie. Ze stralen uit dat ze gewoon blij zijn te bestaan, blij om er als witte blobs voor te zorgen dat weilanden er mooier uitzien.
‘Ook leuk: zowel het enkelvoud als het meervoud van schaap is in het Engels sheep. Daar kunnen schapen verder niks aan doen, maar toch.’
‘Hoewel ik geen grafisch ontwerper ben, heb ik altijd een zwak gehad voor lettertypen en typografie. Zo’n 25 jaar geleden begon ik met het verzamelen van lettertypeboeken, met name vintage Letraset-catalogi. Ik vind het geweldig hoe verschillende lettertypen zoveel persoonlijkheid en karakter kunnen overbrengen, alleen al door de vormen, breedtes, rondingen en lijnen.
‘Toen ik freelance illustrator was gebruikte ik veel handgetekende lettertypen en logo’s in mijn werk en deze boeken waren mijn bronmateriaal. Deze catalogi herinneren me ook aan een eenvoudiger tijd, vóór computers en gedigitaliseerde lettertypen, toen alles meer handgemaakt was en langzamer ging. Een geest die ik vandaag de dag in mijn werk voortzet.’
‘LA 92 is een van mijn favoriete films. Het is een documentaire over de rellen in Los Angeles in 1992. Die rellen begonnen nadat politieagenten waren vrijgesproken van extreem geweld tegen een zwarte man, Rodney King. Hoewel zijn mishandeling was gefilmd en die beelden op alle nieuwszenders waren vertoond. Jaren en jaren van onderdrukking en racistisch geweld tegen de zwarte gemeenschap hadden zich opgebouwd tot dit kookpunt.
‘LA 92 is anders dan de meeste documentaires, omdat er geen voice-over is en de film volledig is gemaakt met archiefbeeld. Tegenwoordig zou iedereen zo’n gebeurtenis met z’n smartphone filmen, in die tijd was er waarschijnlijk maar één iemand met een camcorder. Het is een belangrijk historisch document, maar ook gewoon een heel goed gemaakte film, vind ik. Ik heb ’m zeker drie keer gezien.’
‘Ik ben bezig met een kleine tweede winkel in Cornwall, zes uur verderop. Cornwall is een soort spiritueel thuis voor mij. Ik denk dat ik daar dood wil gaan, en dan specifiek in St Ives, een kunstzinnig plaatsje met prachtige zandstranden.
‘Ik was er in januari voor een project, en ik voelde me veel relaxter dan hier in Londen. Ik zat weinig op mijn telefoon. Als ik niet aan het tekenen was, wandelde ik gewoon een beetje rond. En ik dacht: ik zie mezelf hier wel lopen als een oude man, en doodgaan.
‘Ik wil niet weg uit Londen en ik wil ook zeker nog niet dood, maar ik vond dit toch een prettige gedachte. Het besluit om daar iets te kopen voelt als een klein plan om héél langzaamaan die kant op te bewegen.
‘Het is een klein victoriaans hoekwinkeltje geworden, een monumentaal pand met een onhandige indeling. Niemand wilde het hebben, want mensen kopen daar liever iets dat ze als vakantiehuis kunnen verhuren. Hier mag je officieel niet eens slapen. Als ik de sleutels heb, ga ik eens bedenken wat ik ermee ga doen.’
‘Ik denk dat echte kunstenaars niet door geld gemotiveerd worden. Ze hebben gewoon behoefte om dingen te maken. Wilfrid Wood is echt een kunstenaar, in de pure zin van het woord. Ik vond zijn werk al goed voor we vrienden werden.
‘Zijn portretten van mensen zijn modern, maar ze hebben tegelijkertijd iets ouderwets. Hij kijkt naar iemand die hij portretteert en vergroot altijd iets in hun uiterlijk uit. Het zijn een beetje onbeleefde portretten, maar toch ook lief. Er zit een soort zorgeloosheid in zijn tekenstijl die ik bijzonder vind.
‘Hij is een van de eerlijkste mensen die ik ken. Bij onze eerste ontmoeting ging het over dode ouders. Ik vroeg: ‘Hoe is het voor jou dat je ouders allebei dood zijn?’ En hij zei droogjes: ‘Het is een opluchting’. Hij probeerde niet grappig te zijn, dit was gewoon zijn eerlijke, niet-sociaal wenselijke antwoord. Door hem probeer ik nog eerlijker te zijn en me minder druk te maken over wat anderen daarvan vinden.’
‘Hier heb ik niet veel over te melden. Het zijn gewoon mijn favoriete potloden.’
‘Ik hou van puzzels met duizend stukjes. Ik moet echt mijn best doen om te ontspannen, en als ik bezig ben met een puzzel lukt dat wel. Ik zoek rare, vintage exemplaren op eBay, puzzels met zo saai mogelijke taferelen. Van die puzzels waarvan je denkt: ik kan niet geloven dat iemand ermee heeft ingestemd om dit te maken. Wie koopt dit? Hier, kijk deze, van een Londens vliegveld. Eén groot grijs vlak met grijze lucht en geparkeerde vliegtuigen. Of de binnenkant van een politieauto. Heel erg saai. Geweldig.’
1979 Geboren in Londen.
1998-2001 Illustratie, Bath Spa University.
2001-2015 Werkt als illustrator, onder meer voor kranten en bladen als The New Yorker, The Guardian, TIME en The New York Times.
2015 Crowdfundingcampagne voor zijn Hate Mail-project, een dienst waarbij vreemden hem betalen om een vintage ansichtkaart naar hen te sturen met daarop een tekening met een beledigende tekst. Besluit nooit meer voor commerciële klanten te werken.
2023 Neemt een jaar vrij.
2024 Opening winkel in Amwell Street, Londen.
Mr Bingo woont in Londen.
Onze gids dit weekeinde is een rubriek in Volkskrant Magazine waarin een bekend persoon (op velerlei terreinen) uit binnen- of buitenland ons gidst langs zijn of haar favorieten.
Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant