Hybride dreigingen zijn actueel, situationeel en substantieel. De recente aanslagen op Joodse personen en doelen wijzen naar Iran, gerichte desinformatiecampagnes opgezet door Rusland proberen verkiezingen te beïnvloeden en China vormt ook een actieve hybride dreiging, vooral tegen de economische veiligheid. Nu blijkt dat de hybride dreiging substantieel is en volgens de inlichtingendiensten alleen maar verder toeneemt, rijst ook de vraag: wat kunnen wij hiertegen doen?
Hybride dreigingen bestaan uit een combinatie van militaire en niet-militaire middelen die doelbewust worden ingezet door zowel statelijke als niet-statelijke actoren. Dit kan gaan om cyberoperaties, desinformatiecampagnes, militaire intimidatie, sabotage, spionageactiviteiten en in sommige gevallen ook terrorisme. Hybride dreigingen blijven daarbij vaak onder de drempel van een gewapende aanval.
Het is van belang onderscheid te maken tussen hybride en statelijke dreigingen, die soms uitwisselbaar worden gebruikt. Hybride dreiging verwijst naar de gehanteerde methoden en richt zich op de ‘hoe-vraag’. Statelijke dreiging verwijst daarentegen naar de herkomst van de dreiging, namelijk op de ‘wie-vraag’. Deze dreigingen kunnen direct zijn, maar ook indirect via het gebruik van proxy’s, terroristische groeperingen of criminele netwerken.
Over de auteur
Tanya Mehra is associate fellow aan het International Centre for Counter-Terrorism in Den Haag. In de maand mei is zij gastcolumnist op volkskrant.nl/opinie.
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier meer over ons beleid.
Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.
Hybride dreigingen vergen een andere aanpak dan terrorisme. Waar bij terrorisme de daders een politieke boodschap hebben en aanslagen claimen, is dat bij statelijke dreigingen niet zo. Kenmerkend is dat staten doorgaans alles eraan doen om hun directe en indirecte betrokkenheid te verhullen. Door ingewikkelde constructies en het gebruik van meerdere tussenpersonen schuilt de staat achter een rookgordijn en blijft zo buiten beeld. Deze ‘plausible deniability’ is precies waarom het zo moeilijk is om te bewijzen dat recente aanslagen op Joodse personen en doelen in opdracht van Iran zijn uitgevoerd.
De aanpak van hybride dreigingen is tweeledig en bestaat uit ‘deterrence by denial’ en ‘deterrence by punishment’. Bij ‘deterrence by denial’ is het doel om de weerbaarheid van de samenleving te vergroten en het vermogen om te incasseren te versterken, zodat de maatschappelijke impact van hybride dreiging zo gering mogelijk blijft. Diasporagemeenschappen zijn extra kwetsbaar omdat ze vaak nog familie hebben in het land van herkomst; ze kunnen zowel het zwijgen worden opgelegd als worden ingezet als instrument door het thuisland. Na een reeks van incidenten heeft Canada, met een grote diasporagemeenschap, zijn aanpak aangescherpt, onder meer met strafbaarstelling, een meldpunt en gerichte voorlichting.
Bij ‘deterrence by punishment’ is het noodzakelijk incidenten en aanslagen toe te kunnen schrijven aan een specifieke staat. Attributie is essentieel om effectieve en proportionele maatregelen te nemen. Dit vereist een versterking van de informatiepositie. Samenwerking met andere landen en het delen van kennis en ervaringen zijn daarbij cruciaal om een beter en gedeeld inzicht te krijgen in de aard en omvang van deze dreigingen, en om toekomstige kwetsbaarheden tijdig te kunnen signaleren.
Een voorbeeld van zo’n samenwerking is de EU Hybrid Fusion Cell, een mechanisme dat zich richt op het analyseren van inlichtingen. Zo moet een meer samenhangend ‘situationeel bewustzijn’ontstaan, naast verbeterde vroegtijdige signalering en een versterkte dreigingsanalyse. Daarnaast kunnen diplomatieke maatregelen, economische sancties en, waar mogelijk, strafvervolging worden ingezet. De reactie moet echter gericht en proportioneel blijven.
Naast uitbreiding van strafbaarstelling van digitale spionage en diasporaspionage in Nederland kunnen bedrijven en instellingen op de EU-sanctielijst worden gezet omwille van cyberaanvallen, zoals een Chinees bedrijf dat betrokken is bij het hacken van kritieke infrastructuur in de EU. Ook kan een speciaal Hybride Rapid Response Team worden ingezet, zoals nu in aanloop naar de parlementsverkiezingen in Armenië. Deze inzet is specifiek gericht op het tegengaan van desinformatie en buitenlandse beïnvloeding tijdens een specifieke en politiek kwetsbare periode, waarin de kans op verstoring van democratische processen aanzienlijk toeneemt.
Het delen van inlichtingen kan een belangrijke rol hierin vervullen, maar er kleven risico’s aan. Allereerst ontbreekt een eenduidige definitie van hybride dreigingen, waardoor landen niet altijd op één lijn liggen. Ook de EU en de Navo hanteren ieder een eigen definitie. De informatie is vaak gecompartimentaliseerd, soms ligt deze bij een cybersecuritycentrum, soms bij de lokale politie – als het om de diaspora gaat – en soms bij defensie. Dit maakt het moeilijk om een compleet beeld te vormen.
Daarnaast bestaat het risico dat politie en veiligheidsdiensten steeds meer data – soms te veel – verzamelen om een goed beeld te vormen van de omvang van hybride dreigingen. Mede door het ontbreken van een duidelijk afgebakende definitie kunnen grondrechten, in het bijzonder het recht op privacy, in het gedrang komen. Het is van belang dat de aanpak van hybride dreigingen, die zcih richt op het beschermen van nationale veiligheid en de democratische rechtsstaat, niet doorschiet en daarmee juist het maatschappelijk draagvlak ondermijnt. Binnen dit spanningsveld moet de informatiepositie worden versterkt.
Over de ernst van hybride dreigingen lijken Nederlanders eensgezind te zijn, evenals over de noodzaak om hierin te investeren. Inzetten op veiligheid en vrijheid dus, maar dus niet tegen elke prijs.
Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant