Home

‘Ik werd gezien als een gestoorde vrouw die bewust kinderen had willen doodrijden’

Als een groepje jongens voor de zoveelste keer haar getraumatiseerde hond treitert, besluit Anneke ze te achtervolgen. Wat er vervolgens gebeurt, verandert haar leven voorgoed. In deze serie spreekt Barbara van Beukering mensen die spijt hebben van een beslissing.

Barbara van Beukering is journalist. Voor Volkskrant magazine interviewt zij wekelijks mensen over spijt.

Anneke van Eysinga-de Bruijn (69): ‘Honden spelen een belangrijke rol in mijn leven. Je kunt een hond niet vergelijken met een kind, maar toen mijn jongste dochter overleed door wiegendood, voelde ik erg de behoefte om het grote gat dat zij achterliet op te vullen met de zorg voor een hond. Ze was tien maanden toen het gebeurde, ikzelf nog maar 23, en ik was de hele dag bezig met eten geven, verschonen, naar bed brengen. Die verzorgende rol is van de ene op de andere dag van mij afgepakt. Het heeft een leegte in mij achtergelaten die ik heb geprobeerd op te vullen met het verzorgen van honden.

‘Er kwam een hond op mijn pad, een Anatolische herder, die mishandeld was en in het asiel zat. Hij was getraumatiseerd en kon moeilijk aangelijnd of in een hok opgesloten worden. Wij wonen op een boerderij in een bos met veel grond eromheen, dus ik had het gevoel dat wij hem een goed leven konden bieden. Ik heb er veel aandacht en energie in gestoken en dat wierp z’n vruchten af. Het was een lieve hond die vrij en ontspannen op het terrein rondliep. Het was wel een heel grote hond, geen onschuldig teckeltje, die je behoedzaam moest benaderen.

‘Een groepje jongens van een jaar of dertien uit het dorp begon uit verveling bij onze poort de hond te treiteren. Roepen, steentjes en takjes gooien, waardoor de hond wild werd en hard begon te blaffen. Als ik naar het hek rende om hem te halen, stoven de jongens weg. De hond was dan compleet overstuur en het kostte me veel tijd om hem tot bedaren te brengen. Het was echt ontzettend vervelend. Ik wilde die jongens graag uitleggen dat het een getraumatiseerde hond was die heel nerveus werd van hun gedrag, maar ik kreeg geen kans omdat ze wegfietsten als ik eraan kwam. Lachend. Ze haalden het bloed onder mijn nagels vandaan.

De jongens achtervolgen

‘De dag nadat we een feestje hadden gehad en ik alles had opgeruimd, ging ik nog even in bed liggen om bij te komen van de leuke avond. Plotseling hoorde ik de hond weer hard blaffen. Ik moet er nú iets aan doen, spookte het door mij hoofd. Als ik erachter zou komen waar die jongens woonden, kon ik hun ouders op hun gedrag aanspreken. Op dit punt zit mijn grootste spijt. Ik lag rustig en veilig in bed en had gewoon de politie moeten bellen. Doordat ik het zelf heb willen oplossen, is mijn leven voorgoed veranderd. In mijn pyjama stapte ik in de auto om de jongens te achtervolgen.

‘Toen ze me aan zagen komen rijden, fietsten ze natuurlijk hard weg. Op de hoek van de straat zag ik ze nergens meer. Er stonden twee kinderen aan wie ik vroeg of ze een groepje jongens hadden gezien. Dit is ook een cruciaal moment in opmaat naar mijn spijtgevoel. Wás ik maar op dit punt onverrichter zake naar huis teruggekeerd. Maar toen die kinderen een richting op wezen, ben ik omgekeerd om die kant op te rijden. Ik zag de jongens op een fietspad en reed ze in een vlaag van verstandsverbijstering achterna om ze klem te rijden. Met zo’n 20 kilometer per uur heb ik de achterste jongen aangereden. Hij kwam met zijn fiets onder mijn auto terecht. Daarna reed ik tegen een lantaarnpaal die omviel op het hoofd van een andere jongen.

‘Het enige wat ik me herinner is dat ik probeerde te zien wat er met die jongen onder mijn auto aan de hand was. Toen was de politie er al. Terwijl ik op de achterbank zat, zag ik een traumahelikopter aankomen. Op het politiebureau werd ik meteen in beperking gezet. Ik had in eerste instantie nog niet in de gaten dat ik zo’n zwaar delict had begaan, maar ze behandelden me als een crimineel die een moord had gepleegd. In de cel heb ik geen oog dichtgedaan omdat ik niet wist hoe die jongens eraan toe waren. Ik heb de hemel naar beneden gebeden dat het mee zou vallen. Toen ik na drie dagen naar huis mocht, hoorde ik dat de jongen die onder mijn auto was beland er zonder blijvend letsel vanaf was gekomen. De andere jongen heeft een oog verloren.

Nachtmerrie

‘Ik kwam in een nachtmerrie terecht. Het kwam op het journaal en heel Friesland wist dat ik die vrouw was die kinderen had willen doodrijden. De garagist hier in het dorp vroeg: ‘Zullen we jouw auto maar inruilen voor een andere?’ Nee, dacht ik, ik blijf gewoon in mijn Polootje rijden, dan kan iedereen zien dat ik dat was. Ik wilde me niet verstoppen, ze mochten me van mijn part in mijn gezicht spugen. Maar ik kwam nauwelijks het huis meer uit: ik vond het zo erg wat ik had gedaan, dat ik niks leuks meer van mezelf mocht doen. Ik heb nooit meer paardgereden, terwijl dat mijn grootste hobby was. Dan zouden de mensen kunnen denken: kijk haar vrolijk paardrijden, het doet haar niets.

‘Tjalling, mijn man, was mijn grote steun en toeverlaat. Hij ging meteen naar de plaatselijke Jumbo waar hij er met de dorpsgenoten over praatte. Mijn schoonvader, dominee Cees van Eysinga, heeft de ouders van het zwaar getroffen jongetje gebeld en ik begreep dat ze dat op prijs hebben gesteld. Ikzelf heb de mensen een brief geschreven en aangeboden dat ze contact met me konden opnemen. De brief is goed ontvangen, ze waren bescheiden in hun oordeel, maar ze wilden liever geen contact.

‘Een jaar na het ongeluk was de rechtszaak. Er hing voor poging tot doodslag met voorbedachten rade een gevangenisstraf van acht, negen jaar boven mijn hoofd. Ik was ontzettend bang dat ik de gevangenis in moest. De officier van justitie oreerde dat ik de jager was en de kinderen het wild. Hij visualiseerde mij als een woeste, gestoorde vrouw die bewust kinderen had willen vermoorden. De rechter vond dat poging tot doodslag niet kon worden bewezen, onder andere omdat ik mijn snelheid had verminderd. Ik werd veroordeeld tot twee jaar voorwaardelijke gevangenisstraf, 240 uur taakstraf en twee jaar rij-ontzegging.

Eenzaam

‘Ik heb enorm aan mezelf getwijfeld. Iedereen dacht dat ik niet helemaal goed bij mijn hoofd was en dat ik kinderen haatte. Ik ging erg op mijn tenen lopen om te laten zien dat ik niet gek was. Altijd extra vriendelijk, omdat ik niet wilde dat mensen dachten: zie je wel, toch een steekje los. Ik wist wel dat ik het niet bewust had gedaan, maar spijt en schuldgevoel vochten voortdurend om voorrang in mijn hoofd. Wat het zo wreed maakt, is dat je het niet meer kunt terugdraaien. Het is onherroepelijk. Het schuldgevoel nam zulke proporties aan dat ik mezelf alleen maar wilde straffen. Ik vond dat ik het me niet meer kon permitteren om het leuk te hebben, vrolijk te zijn. Ontzettend eenzaam was ik. Toen Tjalling op een gegeven moment zei dat ik na het ongeluk heel iemand anders was geworden, heb ik hulp gezocht.

‘Het is in september twaalf jaar geleden en inmiddels ben ik weer een beetje de oude Anneke. Ik heb het overleefd, zo voelt het. Mijn beeld op de wereld is wel veranderd. Toen die man met zijn monstertruck tijdens een demonstratie het publiek inreed waarbij drie mensen om het leven kwamen, dacht ik meteen: o, wat verschrikkelijk voor die chauffeur. Mensen oordelen heel snel, terwijl een verhaal twee kanten heeft. Ik probeer mezelf niet te verontschuldigen, ik had het nóóit mogen doen. Er is niemand die zich daar elke dag zo bewust van is als ik.’

Kampt u ook met gevoelens van spijt en wilt u daarover in deze rubriek praten, stuur dan een mailtje naar b.vanbeukering@gmail.com

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next