Andalusië, ooit een bolwerk van de sociaaldemocraten in Spanje, gaat zondag naar de stembus. Winst is mijlenver uit zicht voor de partij van premier Pedro Sánchez. Een dramatisch resultaat kan hem ook landelijk in de problemen brengen.
is correspondent Spanje, Portugal en Marokko van de Volkskrant. Hij woont in Madrid.
Andalusië is rood: in Spanje gold dat als natuurwet. Na de terugkeer naar de democratie, eind jaren zeventig, was de geboortegrond van flamenco en gazpacho het onbetwiste domein van de sociaaldemocraten. De vraag was vier decennia lang niet óf de PSOE van de huidige premier Pedro Sánchez het bestuur ging vormen, maar hoe groot haar meerderheid zou zijn.
Aanstaande zondag gaat Andalusië opnieuw naar de stembus voor regionale verkiezingen, en alles is anders. Sinds de PSOE in 2019 bruusk uit het regiobestuur werd geknikkerd, slagen de sociaaldemocraten er maar niet in terrein te herwinnen. De vraag is nu niet óf de partij gaat verliezen, maar hoe groot het debacle zal zijn.
De voorspellingen zullen Sánchez somber stemmen. In een recente peiling, gepubliceerd door dagblad El País, behaalt zijn partij slechts 28 van de 109 zetels. Dat is een nog slechter resultaat dan vier jaar geleden, en precies de helft van het aantal dat wordt voorspeld voor de rechtse Partido Popular. Die partij heeft de regio inmiddels zeven jaar stevig in handen.
De stembusgang in Andalusië legt veel gewicht in de schaal. Dit is met 8,6 miljoen inwoners de meest bevolkte regio van het land. Een slecht resultaat verhoogt de druk op Sánchez om landelijke verkiezingen uit te schrijven. Ondanks de vele loftuitingen in internationale media voor zijn tegendraadse buitenlandpolitiek staat de premier in eigen land zwak. Zijn parlementaire meerderheid is hij al kwijt.
Er was Sánchez dan ook veel aan gelegen om het dit keer beter te doen in Andalusië. Zijn eerste vicepremier, de Sevillaanse María Jesús Montero (60), trad speciaal af om de regionale lijst te trekken. Maar ook dit zwaargewicht blijkt hier geen deuk in een pakje boter te kunnen slaan.
In het slot van de campagne vestigde Montero zelfs nog negatief de aandacht op zich: de dood van twee politieagenten, omgekomen bij een achtervolging van een drugsboot op de Middellandse Zee, noemde zij in een debat weinig invoelend een ‘bedrijfsongeval’.
Hoe hebben de sociaaldemocraten Andalusië zo uit handen kunnen geven? Na de dictatuur van Franco was het de PSOE die honderdduizenden inwoners, vaak werkend als dagloners in de landbouw, uit de armoede takelde. De meeste Andalusiërs dachten niet eens na over hun stem. Die ging blindelings naar de PSOE.
Misschien was de partij wel té machtig geworden. Zonder bedreigingen van buitenaf ontaardde het bestuur in cliëntelisme: wie vrienden had bij de partij, kreeg heel veel gedaan. Toen vanaf 2011 naar buiten kwam dat het bestuur in totaal honderden miljoenen euro’s had toegeschoven aan ‘noodlijdende’ bedrijven, zonder dat daar een boekhouding van was, leverde dat imagoschade op die nog altijd kleeft aan de PSOE.
Er zijn meer oorzaken voor de neergang. In de meer rurale gebieden heeft rechts zich, zoals elders in Europa, met succes opgeworpen als vertegenwoordiger van de boerenstem. Die klinkt hard in Andalusië, en keert zich tegen milieuwetgeving en ‘Brusselse bemoeienis’.
Twee andere fenomenen, die van illegale immigratie en de internationale drugshandel, worden hier bovendien extra sterk gevoeld. Alleen al in Almería, in het oosten van de regio, kwamen vorig jaar zo’n vijfduizend immigranten per bootje aan vanuit Noord-Afrika.
Tegelijkertijd strijken (ook Nederlandse) drugscriminelen steeds vaker neer aan de Costa del Sol. Hier plegen zij extreem geweld. De bendes bezitten honderden speedboten, die hun cannabis van Marokko naar de Spaanse kust brengen. Op beide thema’s slaat rechts een fellere toon aan dan de PSOE.
En dan is er nog de factor Juanma Moreno. Als regiopresident van de rechtse Partido Popular is de immer glimlachende Moreno (56) uitgegroeid tot een landelijk kopstuk.
Moreno, die in 2019 nog de gedoogsteun van het radicaal-rechtse Vox nodig had om te kunnen regeren, won in 2022 wél een absolute meerderheid. Verlost van Vox heeft hij zich weten neer te zetten als een gematigd en kundig bestuurder.
In de peilingen koerst Moreno opnieuw af op een absolute meerderheid. Van zo’n resultaat kan de huidige PSOE alleen maar dromen: lijfsbehoud is voor premier Sánchez en de zijnen het hoogst haalbare.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant