Hoe ga je als ouder om met de manosfeer? En wat moeten scholen en de overheid doen? Een gesprek met hoogleraren Susan Branje (pedagogische wetenschappen, Universiteit Utrecht) en Esther Rozendaal (digitale weerbaarheid, Erasmus Universiteit).
Op TikTok is de manosfeer inmiddels mainstream. Dat zagen we in ons eigen onderzoek waarvoor we meekeken op de tijdlijnen van tieners. Wat betekent dat voor deze generatie jongeren?
Branje: ‘Ik vind het best een zorgwekkende ontwikkeling. We weten van jongeren dat ze bezig zijn met het ontwikkelen van hun identiteit. Ze letten daarbij erg op hun leeftijdsgenoten: wat vinden die, hoe gedragen zij zich? Die combinatie, van enerzijds zoekend zijn en tegelijkertijd gevoelig voor groepsdruk, maakt ze vatbaar voor invloeden van de manosfeer.’
‘Als je op TikTok vaak influencers ziet die vrouwonvriendelijke dingen zeggen, mensen tegen wie je opkijkt omdat ze er goed uitzien of omdat ze succes hebben, en daar je vrienden ook over hoort praten – al is het maar een grapje – dan kan dat een jongere beïnvloeden.’
Hoe kunnen ouders voorkomen dat hun kind verstrikt raakt in de manosfeer?
Rozendaal: ‘Een warme opvoedstijl waarin de focus niet ligt op het voorschrijven van regels, maar op het ondersteunen en stimuleren van de zelfstandigheid van het kind, kan een buffer vormen tegen schadelijke opvattingen op sociale media.’
Branje: ‘De eerste stap is om te weten wat er speelt op sociale media, en hier regelmatig met je kind over te praten. Zoals je ook vraagt hoe het gaat op school.’
Rozendaal: ‘Als je het gesprek voornamelijk begint als er iets aan de hand is, bijvoorbeeld omdat je hebt gelezen over de manosfeer, denken kinderen: daar gáán we weer. Voor ouders is het vanuit die positie moeilijker om hun emoties te parkeren, waardoor kinderen zich snel beoordeeld en veroordeeld voelen.’
‘Probeer vanuit oprechte nieuwsgierigheid vragen te stellen, zonder meteen je eigen mening te geven, een beetje zoals onderzoekers en journalisten dat doen. Dat staat ook in de richtlijnen van de overheid over gezond schermgebruik.’
‘Soms helpt het om een vraag in de derde persoon te stellen, zoals: ‘wat denk je dat dit met je klasgenoten doet?’. Het is vaak makkelijker om te praten over hoe iemand anders beïnvloed wordt dan jijzelf – dat geldt voor volwassenen net zo goed. Maar dat antwoord zegt vaak ook iets over onszelf.’
Hoe kunnen ouders reageren als hun kind heftige dingen ziet?
Rozendaal: ‘Kinderen hebben snel het gevoel dat ze iets verkeerd doen als ze online vervelende dingen zien, terwijl ze hier weinig controle over hebben. Ze openen TikTok en het verschijnt gewoon. Als je als ouder boos wordt, maak je het moeilijker voor ze om naar je toe te stappen als ze erover willen praten. Ook vinden kinderen het fijn als ouders of opvoeders zich niet alwetend opstellen, maar het bij zichzelf houden: ‘Ik schrik hier van, omdat ik dit soort dingen heel belangrijk vind.’
‘Daarnaast is het belangrijk om je kind uit te leggen hoe een algoritme werkt, en hoe je kan bijsturen. Bijvoorbeeld door in de instellingen te selecteren welke onderwerpen je wel en niet wilt zien, een account te blokkeren of bij een specifieke video aan te geven dat je dit soort filmpjes niet leuk vindt. En door actief op zoek te gaan naar wat je wél leuk vindt.’
Wat kunnen scholen en de overheid doen?
Rozendaal: ‘Een jongerenwerker die ik laatst sprak zei terecht dat het een privilege is om als ouder de tijd en kunde te hebben om je kind te helpen met sociale media. Daarom is het belangrijk dat de overheid investeert in jeugdwerk. Ook omdat jongerenwerkers iets meer afstand hebben, kunnen zij ervoor zorgen dat jongeren in een veilige omgeving kunnen praten over wat ze denken en meemaken.’
Branje: ‘Voor docenten kan een training helpen om te begrijpen wat de manosfeer is en hoe ze daarmee om moeten gaan. Het is heel belangrijk dat leerlingen zich veilig voelen, dat ze zichzelf kunnen zijn in de klas en daarbij anderen respecteren en in hun waarde laten. Daarbij is één lesje over de manosfeer niet genoeg, de school moet daar een coherente visie over hebben.’
Dit kabinet wil sociale media verbieden tot 15 jaar, helpt dat?
Branje: ‘Als je het voor elkaar krijgt als overheid dat jongeren minder tijd op sociale media doorbrengen helpt dat zeker. Nog belangrijker is dat jongeren er goed mee leren omgaan.
‘Maar ik denk dat we meer moeten doen als maatschappij. Het risico bij de manosfeer is dat we doen alsof dit over een paar maffe influencers gaat, dat we het zien als een probleem van individuele jongeren. Volgens mij is de manosfeer juist een uiting van bredere, maatschappelijke problemen.’
Rozendaal: ‘We zijn geneigd te denken dat een jongere in eerste instantie zuivere opvattingen heeft, bijvoorbeeld over hoe een man zich hoort te gedragen, en dat die door blootstelling aan sociale media ineens veranderen.
‘Maar sociale media reflecteren ook wat er al speelt in de maatschappij. En jongeren die kampen met psychische problemen, of weinig kans hebben om zich te ontwikkelen, zijn vatbaarder voor radicale opvattingen.’
Branje: ‘Om tegenwicht te bieden aan influencers die jongeren voorspiegelen dat ze voor zowel zichzelf als anderen hard moeten zijn om iets te bereiken, moet de overheid zich niet alleen richten op de extreme uitwassen op sociale media. Pesten, eenzaamheid en de groeiende sociaaleconomische ongelijkheid: dát moeten we aanpakken.’
Alles over wetenschap vindt u hier.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant