Verkeersdoden Zelfs als je door roekeloos rijgedrag iemand om het leven brengt, verlies je in Nederland niet permanent je rijbewijs. Rijden zou een voorrecht moeten zijn, vindt Derk Dekker, dat je kunt verdienen maar óók verliezen.
De meeste Nederlanders zijn het er wel over eens: wat zijn ze toch achterlijk, daar in Amerika, met hun tweede amendement. Door die bepaling uit 1791, die eenieder het recht geeft om wapens te bezitten en te dragen, zijn er enorm veel vuurwapens in omloop, met alle gevolgen van dien. Tegelijkertijd realiseren we ons nauwelijks dat wij, hier in Nederland, een bijna even merkwaardig ‘onontvreemdbaar recht’ krijgen zodra we ons rijbewijs halen: het recht om een auto te besturen.
Derk Dekker is nabestaande van een verkeersslachtoffer.
Zelfs als je herhaaldelijk een voertuig als (potentieel) moordwapen hebt gebruikt en daarvoor veroordeeld bent, kan je volgens artikel 179 van de Wegenverkeerswet ”voor ten hoogste vijf jaren” de rijbevoegdheid worden ontzegd.
Mij werd dat recent pas pijnlijk duidelijk, toen ik in de rechtbank Rotterdam het proces bijwoonde tegen Ibrahim S., verdacht van roekeloos rijgedrag met dodelijke afloop. Hij veroorzaakte op 11 maart 2024 een kettingbotsing op de A16. Een motorrijder kon nog op tijd stoppen voor een auto, maar werd van achteren aangereden door een bestelbus. Ze raakte zwaargewond en overleed een week later in het ziekenhuis. Die motorrijder was mijn zus Rosemarijn.
Rosemarijn vertrok die ochtend naar haar werk, om nooit meer thuis te komen bij haar gezin in Delft. Ze was 52 jaar, getrouwd en moeder van vier kinderen.
Het bewijs tegen S. is overtuigend. Er is dashcambeeld van een andere auto, en zes getuigen beschrijven hetzelfde: te hard rijden, bumperkleven, rechts inhalen. Nadat hij een medeweggebruiker rechts had ingehaald, sneed hij deze af op de linkerbaan en remde abrupt, waarna deze bestuurder niet meer kon uitwijken. Dat was de oorzaak van de eerste botsing. Uit politieonderzoek blijkt dat S. vlak voor de botsing kort maar krachtig heeft geremd. Dat past bij een brake check, niet bij een noodstop.
Tijdens het proces bleek dat S. niets van zijn gedrag heeft geleerd, want een jaar na de kettingbotsing kreeg hij een boete van 900 euro en een rijontzegging van drie dagen wegens een nieuwe forse snelheidsovertreding. Hij ontkende niet dat hij veel te hard had gereden. Een familielid van hem zou S. hebben aangespoord om uit te proberen hoe hard diens nieuwe auto kon, zo verklaarde S.
De strafeis was stevig naar Nederlandse maatstaven: tien maanden cel en een rijontzegging van drie jaar. De rechters gingen hierin mee, zo bleek eind april. De veroordeling en de straf bieden ons als nabestaanden genoegdoening.
Toch wringt er iets. Want zelfs in dit soort dramatische gevallen blijft de maximale rijontzegging beperkt. Waarom eigenlijk? Waarom zou iemand die door roekeloos rijgedrag een dodelijk slachtoffer heeft veroorzaakt (en bovendien recidiveert), automatisch na maximaal vijf jaar weer de weg op mogen? Waarom zou die nieuwe kans zwaarder wegen dan het het beschermen van andere weggebruikers? In andere landen (Duitsland, het Verenigd Koninkrijk) zijn maatregelen die neerkomen op een permanent rijverbod wél mogelijk.
Het besturen van een auto zou een voorrecht moeten zijn. Een voorrecht dat je kunt verdienen, maar ook verliezen. De vergelijking met de Amerikaanse wapenwetgeving dringt zich op. Hoe problematisch het recht om een wapen te dragen in onze ogen ook is: wie dat recht daar verspeelt, krijgt het niet zomaar terug.
Een auto is geen wapen, maar kan dat wel worden. Het voertuig van S. werd een wapen tegen Rosemarijn.
Daar komt bij dat het gedrag van S. niet alleen een prachtig mens het leven heeft gekost. Het kost ook de samenleving veel geld. De directe schade van het ongeval, een langdurig politieonderzoek (bijna twee jaar in dit geval), de opbouw van een fors strafdossier en de kosten van de rechtszaak. Bij een eventueel volgend ernstig verkeersvergrijp moet dat weer opnieuw geconstateerd en bewezen worden. Bovendien zullen zowel de celstraf als ook de rijontzegging pas ingaan na afhandeling van het hoger beroep dat S. heeft aangetekend. Het is de vraag of het huidige systeem de samenleving wel voldoende beschermt tegen recidiverende roekelozen op de weg.
De laatste grote herziening van de Wegenverkeerswet was in 1994. Sommige bepalingen dateren uit de jaren vijftig. De situatie op de weg is onvergelijkbaar veranderd. Niet alleen door de toegenomen drukte, vooral ook door het nu alomtegenwoordige asociale gedrag op de weg. Qua achterhaaldheid doet de wet dus weinig onder voor het tweede amendement van de Amerikaanse grondwet, dat geen rekening houdt met moderne automatische vuurwapens.
Hoewel ik geen jurist ben, besef ik dat het probleem van de ontoereikende aanpak van recidivisten breder is dan alleen het aanpakken van verkeershufters. Ook op andere terreinen krijgen daders naar mijn mening te vaak een derde kans.
Maar verandering moet ergens beginnen. Laat dat dan hier zijn: maak het rechters mogelijk om in uitzonderlijke gevallen, zoals dat van Ibrahim S., een permanente rijontzegging op te leggen. Welk Kamerlid pakt de handschoen op?