Trainer Robin Veldman (40) ziet zijn eerste volledige seizoen bij SC Heerenveen beloond met een plaats in de play-offs. Op de slotdag van de eredivisie ontvangt zijn ploeg Ajax, dat juist vreest voor die nacompetitie.
is voetbalverslaggever van de Volkskrant.
Robin Veldman, een modale amateurvoetballer van voorheen, blinkt uit als trainer in het betaald voetbal. Wat heet: hij koestert de ambitie om met SC Heerenveen Europees voetbal te halen en op een dag trainer te zijn in de Champions League.
Als jeugdtrainer speelde Veldman ’s middags met Club Brugge in de Youth League. In de avond zat hij in het stadion bij de wedstrijd van de grote mannen, bij Celtic of AC Milan. ‘Ik stapte San Siro in Milaan binnen en dacht: ooit wil ik dat ook. Ik weet niet of het lukt, maar het is een mooie ambitie.’
Het voetbal nam Robin Veldman mee op reis. Hij was trainer van Ajax Onder 16, toen er een vreemd nummer op zijn telefoon verscheen. Een scam? De telefoon ging nog eens.
Op een profielfoto was een suppende man in een mooie haven te zien. Vincent Kompany, nu trainer van Bayern München. ‘Wij zoeken een trainer voor de Onder 21 van Anderlecht.’ Kompany, destijds trainer bij Anderlecht, had goede verhalen over hem gehoord.
‘Ik reed op woensdag naar Brussel en gaf een presentatie. Alles in vijftien dia’s’, vertelt Veldman thuis in Marknesse, aan tafel. ‘Een dag later kreeg ik een aanbieding om coach te worden bij de beloften en vroeg ik mijn vrouw: doen of niet?’
De twee zetten een bord in de tuin, verkochten hun huis en gingen met hun jonge dochters voor het avontuur.
Na een succesvol eerste seizoen bij de Brusselse beloften promoveerde hij na een paar duels in zijn tweede jaar tijdelijk tot trainer van het eerste elftal, toen de club in brand stond. Hij meldde zich voor de hoogste cursus in België. Daar was hij zo binnen, terwijl ze in Nederland talloze eisen stelden aan cursisten. ‘Ik gaf mijn mailadres en ik was aangenomen. Ze wisten wie ik was, want ze hadden interviews en wedstrijden gezien.’
Zijn talent was onderkend. Hoofddocent Kris Van der Haegen van de Belgische bond zei in retrospectief, na Veldmans komst naar SC Heerenveen, dat hij goed is in het omzetten van methodologie in trainingen.
Veldman: ‘Fragmenten ontleden naar herkenbare trainingsvormen, naar goede oefenstof. Maar het belangrijkst zijn spelers die risico durven te nemen. Ik wil spelers laten geloven in hun kwaliteiten.’
Hij is bevlogen en rustig. Kompany bleef een voorbeeld, vanwege de manier waarop hij omgaat met spelers en trainingen tot in detail voorbereidt. En om zijn uitzonderlijke werkethiek. Met de beloften van Anderlecht keerde Veldman soms om half een ’s nachts terug van een wedstrijd, en dan zat Kompany nog op kantoor. De volgende ochtend om acht uur was hij er weer.
Ook Arne Slot is voor Veldman een voorbeeld. Of Jürgen Klopp, om zijn charisma.
Heerenveen doet het uitstekend, met doorgaans aantrekkelijk voetbal. De ploeg staat met nog één wedstrijd te gaan achtste en is zeker van de play-offs voor de voorronde van de Conference League.
Als Veldman de intensiteit van de eredivisie analyseert, iets waarover trainers graag praten, blijft hij hangen bij FC Twente, dat mogelijk als derde eindigt. ‘Twente doet vaak hetzelfde, maar dat doen ze wel heel goed.’
Wat is Heerenveen dan? ‘Een mix van Twente en... ik probeer elementen uit het positiespel van Bayern München en Barcelona te halen. Niet dat wij dat niveau hebben, maar het gaat om de invulling van posities en het brengen van spelers in hun kwaliteiten. Ons spel is dynamisch.’
Hij spreekt over namen, posities en afstemming. ‘Ik vind Jacob Trenskow geen rechtsbuiten met kalk aan de schoenen. Hij moet naar de as komen, met zijn linkerbeen. Hij staat intussen op twaalf goals.’ De Deen hoort bij de genomineerden voor de titel Voetballer van het jaar.
Veldman is trots, na de moeizame start van het seizoen. ‘We zijn blijven doen wat we deden.’ Hij is benieuwd naar het duel met Ajax, op zondag. Voor Heerenveen is het bereiken van de play-offs een prijs, voor Ajax het schrikbeeld.
Hij werkte vier jaar als jeugdtrainer in Amsterdam. ‘Wij zien Ajax nu stotteren. Ik zat daar in de goede jaren, met trainer Erik ten Hag en technisch directeur Marc Overmars. In mijn tijd merkte je dat alles bij Ajax op één lijn zat: de speelwijze van Ten Hag, de scouting, de jeugdopleiding, het doorbreken van talenten. Alles zat in de lift. Het was tof om daarvan onderdeel te zijn.
‘Daarna zijn ze een beetje hun identiteit kwijtgeraakt. Wie zijn we, en hoe willen wij spelen? Welke spelers passen daarbij? Als het Ajax van toen het veld betrad, wist je eigenlijk al bij voorbaat dat ze gingen winnen. Toen Ajax de halve finale van de Champions League bereikte (in 2019, red.), moest de jeugd op zijn tenen lopen. Nu spelen er jongens die in dat jaar nooit zo veel wedstrijden in het eerste hadden meegedaan.’
Hij is zijn eigen weg gegaan, waarbij ze hem snel wegzetten als zo’n moderne trainer die alles afleest uit data. ‘Dat wordt enorm overdreven.’ Het gaat hem om het plan, om veldbezetting, om de individuele aanpak en de rol van het individu in het team. Als de individuele bijdragen groeien, wordt het team beter.
Hij was bij Heerenveen de onbekende Robin, als opvolger van de beroemde Robin. Van Persie vertrok in het voorjaar van 2025 naar Feyenoord.
Veldman was vroeger een eigenwijze amateur bij Marknesse. Controlerende middenvelder, vaak een voorbode van trainerschap. Zijn missie was gymleraar zijn – meester Robin en voetballer Robin. Hij volgde het CIOS, knipte rozen als bijbaantje en raakte in gesprek met SC Heerenveen. Op zijn 20ste trainde hij er de Onder 13.
‘Je moet goed genoeg zijn, met de juiste werkethiek. Er bestaat geen nee. Ik was bereid mijn eigen verjaardag af te zeggen voor een training.’
Hij leerde elke dag. ‘Door schade en schande wijs worden. Ik had een boetepot bij de Onder 13: twintig cent voor een overtreding. Dat slaat nergens op. Ik had het gezien bij een ouder elftal en wilde die norm doortrekken.’
Die boetepot was dan misschien onzin, maar in de jeugd mag het van hem wel veeleisender en harder. ‘Bij Ajax zei ik gekscherend tegen jongens: jullie moeten straks een corner nemen in de Kuip, bij het thuispubliek. Dan krijg je vreselijke scheldwoorden over je heen. Je moet technisch en emotioneel zo goed zijn, dat je die corner kunt trappen.
‘We hoeven niet alleen schouderklopjes te geven en armen om schouders te leggen. Soms is het ook een kwestie van op je bek gaan, zoals ik groot ben geworden.’
Ook bij de senioren mag het pittig. Kotsend over het hek, het mag best eens. ‘Maar de belangrijkste regel is: respect. Zelfrespect, wat je van jezelf verwacht, en wat je van anderen verwacht. Te laat komen is een no-go voor mij.
‘Er zijn veel dingen waar jongens hun hoofd voor afwenden, terwijl we juist één groot gezamenlijk doel hebben. Aanspreekbaar zijn hoort daar ook bij. Op straat ben je op straat, maar als je door de deur van het stadion bent, ben je altijd aanspreekbaar.’ Geen koptelefoon dus.
Doelman Andries Noppert beheert nu een boetepot voor ludieke straffen: twintig flessen shampoo kopen voor in de doucheruimte, bijvoorbeeld.
Tegen de WK-keeper was hij hard. ‘In vier wedstrijden maakte hij niet de beste indruk. In mijn kantoortje vertelde ik hem dat ik hem ging vervangen. Hij was teleurgesteld, maar bedankte me voor de uitleg.’
Het is zaak voldoende punten te halen en waarde te creëren op het veld. Spelers als Ringo Meerveld, Jacob Trenskow, Marcus Linday en Oliver Braude vallen dit seizoen op. Routinier Joris van Overeem, die overkwam van Maccabi Tel Aviv, functioneert uitstekend als veelzijdige controlerende middenvelder. Met hem zat Veldman voor het seizoen aan een tafel met magneten. Het was een soort schaken. Van Overeem genoot als trainer in de dop.
‘Zoiets doe ik niet met Ringo Meerveld. Joris is een strateeg, Ringo een speler op gevoel. Voor ons gesprek met Ringo namen Johan Hansma (de technisch directeur, red.) en ik een shirt met nummer 10 mee. Onderweg dacht ik even: we gaan toch geen jeugdspeler overhalen om te komen?
‘Maar hij bleek gevoelig voor rugnummer 10, en voor het feit dat wij, naast het ontwikkelen van het team, veel aandacht besteden aan het ontwikkelen van het individu. Iedere speler heeft een gesprekspartner.
‘Eigenlijk moet Ringo elke bal krijgen, omdat hij zo goed kan dribbelen. Alleen moet hij er zelf in geloven. Hij is heel kritisch op zichzelf.’ Genoeg te leren dus. Van zulke processen kan Robin Veldman intens genieten.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant