Wenen verwacht zaterdag duizenden demonstranten tijdens de finale van het Songfestival. In Oostenrijk ligt de controverse rondom de Israëlische deelname gevoelig. Niet alleen door het Holocaustverleden van het land, ook vanwege het huidige anti-immigratiesentiment.
is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze doet verslag vanuit Wenen.
De honderden Songfestivalfans op het Weense Rathausplatz staren dinsdag stoïcijns voor zich uit. Alsof ze niets anders horen dan het lied van de Israëlische deelnemer Noam Bettan, dat tijdens de halve finale wordt uitgezonden op een groot scherm op het plein. Eén man, de 23-jarige Braziliaan Breno Currero de Almeida, roept gedurende het nummer even onverstoorbaar de leus ‘Free Palestine’ boven de muziek uit. Gewoon negeren, lijkt de stilzwijgende afspraak van iedereen die om hem heen staat.
Zijn actie wordt beloond met een schouderklopje van Lena, een 23-jarige Oostenrijkse vriendin van Currero de Almeida. Inhoudelijk is ze het volledig met haar vriend eens, toch piekert ze er niet over om zich bij hem te voegen. Na wat gedraai (‘ik moet mijn stem sparen voor een presentatie’) geeft ze de ware reden: ‘Dat kan niet in Oostenrijk, je uitspreken tegen Israël wordt hier als antisemitisch gezien.’
Lena’s gespletenheid is typerend voor de beladen sfeer rond de 70ste editie van het Songfestival, dat dit jaar plaatsvindt in Oostenrijk. Er is controverse over de deelname van Israël. Vijf landen laten verstek gaan, waaronder Nederland. In hoofdstad Wenen worden daarnaast op zaterdag, de finaledag, ten minste drieduizend demonstranten verwacht.
Omroep Avrotros vond deelname aan dit Songfestival niet gepast, omdat het ‘onder de huidige omstandigheden niet te verenigen is met de publieke waarden die voor ons essentieel zijn’. Voor de omroep is niet alleen het geweld in Gaza, maar ook de inmenging van de Israëlische overheid in de liedjeswedstrijd onacceptabel.
De Israëlische regering gaf sinds 2018 ten minste 1 miljoen dollar uit aan promotie rondom het Songfestival, bleek afgelopen week uit een reconstructie van The New York Times. Ook verspreidde de Israëlische premier Benjamin Netanyahu vorig jaar een oproep om twintig keer op de Israëlische kandidaat te stemmen.
Voor Oostenrijk speelt de geschiedenis een grote rol. Veelzeggend is de reactie van staatssecretaris Alexander Pröll van Antisemitismebestrijding toen de EBU de deelname nog overpeinsde: ‘Het is onmogelijk dat juist wij een Joodse kunstenaar de toegang tot Wenen zouden ontzeggen.’ Oostenrijk, waarvan de niet-Joodse bevolking in 1938 de Anschluss bij nazi-Duitsland met gejuich onthaalde, draagt immers medeverantwoordelijkheid voor de Holocaust.
Hoe verhouden de Weners zich tot dit Europese muziekfeest onder hoogspanning?
Het hangt ervan af aan wie en vooral wáár je het vraagt. Bij de MQ Kantine klinkt een van de twee uitgesproken geluiden. De lunchroom is voor het Songfestival omgedoopt tot Israëlisch fancafé. De festivalorganisatie had moeite om een café-eigenaar bereid te vinden de Israëlische supporters te verwelkomen, iets wat voor de andere deelnemende landen geen probleem was. De reden laat zich raden: een zwaarbewapende agent houdt buiten de wacht.
Op het terras zitten naast Israëlische fans ook de Oostenrijkse vrienden Daniël Kapp (58) en Avi Grauss (55). Vanwege hun Joodse achtergrond voelen ze zich verbonden met Israël. Kapp draagt vandaag zelfs een pet met het logo van de Israel Defence Forces (IDF), het Israëlische leger.
De mannen zien de boycots van sommige landen als een verhulde vorm van antisemitisme, omdat die in hun ogen de gehele staat Israël als één homogene dader neerzetten, en dat volgens hen het voortbestaan van de staat Israël in gevaar brengt. De Oostenrijkse regering kan aan deze tafel weinig fout doen. Kapp: ‘Ik ben trots dat ze de ruggengraat had om tegenwicht te bieden aan deze ongehoorde aanval.’
De mannen kijken sinds 7 oktober 2023 anders tegen de rest van Europa aan. Kapp vertelt hoe tijdens borrels met zijn Joodse vrienden altijd dezelfde vraag op tafel komt: naar welk land ga je als het in Oostenrijk te onveilig wordt voor Joden? Vijf jaar geleden was het antwoord nog het Verenigd Koninkrijk, of Australië.
Maar tegenwoordig is hun stelregel: hoe verder oostwaarts in Europa, hoe veiliger.
Ze denken dat in landen die zelf een verantwoordelijkheid dragen voor de Holocaust men de Joodse gemeenschap beter in bescherming neemt, niet vanuit schuldgevoel, maar vanuit een dieper besef van het gevaar van antisemitisme. ‘Ik heb tot mijn eigen verbazing vastgesteld dat ik al in een van Europa’s veiligste landen voor Joden leef’, zegt Kapp. Grauss: ‘Hier heeft de genocidegekte gelukkig niet postgevat. Onze zorgen worden serieus genomen.’
Op het Schwedenplatz hoor je het andere uiterste, tijdens een kleinschalig protest tegen de Israëlische deelname. Het Songfestival is geen neutraal evenement, schalt het door de speakers. De aanwezige demonstranten spreken met één mond: ‘Israël grijpt het Songfestival aan om zichzelf in Europa te verkopen als een vredelievend land. Waarom geven wij een land dat genocide pleegt zo’n podium?’
De Oostenrijkse Daniella Vill (38) is een van de drijvende krachten achter dit protest. Waar de Joodse vrienden zich gesteund voelen door de Oostenrijkse overheid, ervaart Vill sinds 7 oktober 2023 vooral tegenwerking. Meerdere protesten waaraan ze deelnam, werden opgebroken door de politie. Het gebruik van de leus ‘from the river to the sea, Palestine will be free’ werd strafbaar gesteld.
Ook mensenrechtenorganisatie Amnesty International concludeerde in maart dat Oostenrijk kritiek op de Israëlische staat gelijkstelt aan antisemitisme en daarmee de vrijheid van meningsuiting van de pro-Palestinabeweging inperkt. Het optreden van de Oostenrijkse autoriteiten heeft bovendien een afschrikwekkend effect op mensen die zich willen uitspreken. Vill herkent het. ‘En dan krijg ik als witte Oostenrijkse nog een veel mildere behandeling dan mijn mededemonstranten van kleur.’
Tussen deze twee polen ligt een zwijgende meerderheid. Ze lopen de protestactie op het Schwedenplatz voorbij, soms zonder op of om te kijken.
Over de Israëlische deelname aan het Songfestival halen de meesten de schouders op. Sommigen weten niet wat ze ervan moeten vinden. Anderen begrijpen de ophef, maar zien zichzelf niet als betrokkene in de discussie: ‘Ik ben geen Songfestivalliefhebber.’ Weer anderen vinden de oorlog in Gaza afschuwelijk, maar beschouwen het als oneerlijk als gewone Israëliërs de dupe worden van het beleid van hun regering. Zij zeggen: ‘Het moet vooral een gezellig muziekfeest blijven.’
De Oostenrijkse regering – een coalitie van de christendemocratische ÖVP, de sociaaldemocratische SPÖ en het liberale NEOS – is uitgesprokener in haar standpunt. In de aanloop naar dit Songfestival heeft ze haar ‘diepe bezorgdheid’ geuit over de boycots van landen zoals Nederland.
Dat de Oostenrijkse regering zich zo uitspreekt tegen het uitsluiten van Israël van het Songfestival is opmerkelijk, vindt Dean Vuletic, een Luxemburgse historicus en auteur van het boek Postwar Europe and the Eurovision Song Contest. Oostenrijk introduceerde de Songfestivalboycot nota bene. In 1969 weigerde de Oostenrijkse omroep naar gastland Spanje af te reizen uit protest tegen dictator Franco.
Ook daarna zette Oostenrijk zijn Songfestivalinzending in als politiek protest, zegt Vuletic. In 2000 kreeg Oostenrijk als eerste EU-land sancties opgelegd toen de uiterst rechtse FPÖ tot de regering toetrad. Partijleider Jörg Haider was zeer omstreden wegens zijn verheerlijking van het naziregime en zijn anti-immigratiestandpunten.
Dat jaar stuurde de Oostenrijkse omroep een drietal zwarte zangeressen naar het Songfestival, wat alom werd opgevat als kritiek op de regering. En in 2014, toen Oostenrijk volop discussieerde over de invoering van het homohuwelijk, werd de Australiër Tom Neuwirth de Oostenrijkse inzending. Als de bebaarde dragqueen Conchita Wurst won hij dat jaar met Rise Like a Phoenix het Songfestival.
Het blijft daarom de vraag waarom zowel de Oostenrijkse regering als de omroep, ook als ze zelf niets voelen voor sancties tegen Israël, zo fel gekant is tegen de acties van anderen. Vuletic wijt het vooral aan het Oostenrijkse aandeel in de Holocaust. ‘Ze staan daarom van oudsher achter Israël, net als Duitsland.’
Een andere mogelijke verklaring voor het Oostenrijkse pro-Israëlische standpunt is de ontwikkeling in de samenleving. In Oostenrijk is, net als in andere Europese landen, het aantal gerapporteerde antisemitische incidenten sterk toegenomen sinds 7 oktober 2023. Bij het meldpunt voor antisemitisme van de Joodse Gemeenschap van Wenen (IKG) kwam afgelopen jaar een recordaantal van 1.532 meldingen binnen. In vergelijking: dat aantal lag in 2022, voor de aanslag van Hamas in 2023, op 719.
Tegelijkertijd stijgt ook het aantal racistische en xenofobe haatmisdrijven tegen migranten en mensen van kleur in Oostenrijk, blijkt uit een analyse van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa, die haatmisdaden in Europa in kaart brengt. En moslims ervoeren van alle Europese landen de meeste discriminatie in 2024 in Oostenrijk, blijkt uit de enquête Being Muslim in Europe, afgenomen door het Europees Bureau voor de Grondrechten.
Daarnaast werd de extreemrechtse FPÖ bij de parlementaire verkiezingen in 2024 met 29 procent van de stemmen voor het eerst Oostenrijks grootste partij. De partij trad niet toe tot de regering.
Maar ook Oostenrijkse grootste regeringspartij ÖVP wordt in verband gebracht met islamofobie. De partij raakte eind vorig jaar in opspraak toen ze, in het kader van een campagne voor het uitzetten van criminele asielzoekers, op Instagram postte: ‘Wist u dat twee derde van de Oostenrijkers niet graag naast moslims woont?’
Wie deze week in Wenen bij demonstraties gaat kijken, kan zich niet aan de indruk onttrekken dat het Oostenrijkse anti-migratiesentiment door de discussie over het Songfestival heen sijpelt. ‘Wij Oostenrijkers moeten gewoon werken’, zegt bijvoorbeeld de 49-jarige Tina, een witte vrouw die niet met haar achternaam in de krant wil, als ze een pro-Palestinaprotest gadeslaat, waaraan naast witte Oostenrijkers ook enkele mensen van kleur meedoen. ‘Laat ze iets aan de asielzoekers doen, in plaats van aan het Songfestival.’
Als Songfestivalfans zich woensdag richting het Rathausplatz begeven waar een karaoke-evenement plaatsvindt, staat daar ook een handvol Oostenrijkers te demonstreren vóór de Israëlische deelname. Een bruine jongen met een baardje, die evengoed een Oost-Europese als Arabische achtergrond kan hebben, loopt voorbij en vraagt de demonstranten waarom ze daar staan. ‘Voor Israël’, antwoorden de demonstranten. De jongen reageert op een ietwat cynische toon met: ‘Oké, viel Spaß.’ Als hij wegloopt krijgt hij toegebeten: ‘Geniet jij maar van Oostenrijk.’
Ook in het gesprek met de Joodse vrienden Kapp en Grauss over het Songfestival duurt het niet lang voordat migratie en de islam ter sprake komen. Zittend op het terras van het Israël-fancafé uiten ze hun zorgen over het toenemende antisemitisme, dat volgens hen vooral afkomstig is van ‘migrantengemeenschappen die niet goed geïntegreerd zijn’.
Ze baseren zich op de meldingen die binnenkwamen bij de IKG. Bij 24 procent van de meldingen gaven de melders zelf aan dat de dreiging kwam van ‘individuen of organisaties wier wereldbeeld of religie overeenkomt met de islam’. Hoe de melders konden weten welke religie of wereldbeeld degene die hun antisemitisch bejegende aanhing, blijft in het onderzoek onduidelijk.
Kapp en Grauss vinden het minder zorgwekkend dat de radicaal-rechtse partij FPÖ, die bekendstaat om haar nazisympathieën, bij de vorige parlementsverkiezingen in 2024 de grootste werd. ‘Daar zitten een paar gekken bij met heimwee naar het verleden’, zegt Kapp. ‘Ik ben banger voor de gemiddelde taxichauffeur.’ Die beroepsgroep bestaat in Wenen, zoals in meer West-Europese steden, voor een groot deel uit mannen met een migratieachtergrond.
Dat de mannen met dit soort uitspraken racistische denkbeelden verspreiden, terwijl ze het gevaar van extreemrechts vergoelijken, zien ze zelf anders. Het is althans niet hun bedoeling, zeggen ze. Wat ze wél bedoelen: Kapp en Grauss verkiezen rechtsextremistische Oostenrijkse Holocaustontkenners boven Oostenrijkse moslims die ze van antisemitisme verdenken. Of zoals Grauss het zegt: ‘Huisgemaakt antisemitisme is geen probleem voor mij, geïmporteerd antisemitisme wel.’
Het is volgens politicoloog Farid Hafez te vroeg om te zeggen of er inderdaad een direct verband is tussen anti-migratiesentiment en standpunten over het Songfestival. De Oostenrijker, die is verbonden aan de Georgetown-universiteit in Washington, geldt als autoriteit op het gebied van islamofobie in Oostenrijk. Dat het anti-immigratiesentiment in de discussie doorklinkt, verbaast hem niet.
Hafez zag binnen Oostenrijk een verandering in het denken over Israël sinds de christendemocratische ÖVP begin deze eeuw de ‘joods-christelijke identiteit’ omarmde. De uiterst rechtse FPÖ deed dat al eerder. ‘De Oostenrijkse politieke elite gebruikt die gedeelde joods-christelijke identiteit om zichzelf vrij te pleiten van de verdenking van antisemitisme, terwijl dat sentiment nog altijd aanwezig is.’
Het gebruik van het frame ‘joods-christelijk’ wordt volgens Hafez tegelijkertijd gebruikt om de Joodse gemeenschap te betrekken bij de strijd tegen de islam. ‘Voor 1945 werden Joden in Europa als oriëntalistisch bestempeld. Nu worden zij omarmd als onderdeel van de witte, westerse meerderheid, die zou worden bedreigd door een niet-witte, niet-westerse minderheid. Bij sommige mensen binnen de Joodse gemeenschap beklijft dat idee.’
In een eerdere versie van dit artikel stond dat Daniel Kapp zou hebben gezegd: ‘Dat zijn een paar gekken met heimwee naar het verleden’. Hij zei: ‘Daar zitten een paar gekken bij met heimwee naar het verleden.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant