Home

Wie in de Volkskrant deelneemt aan het publieke debat, moet dat doen met open vizier

is Ombudsvrouw van de Volkskrant.

Het is een omvangrijk en veelzijdig oeuvre dat briefschrijver K. Laheye in De Telegraaf heeft opgebouwd. Van sport (‘De gekte rondom het Nederlandse elftal neemt absurde vormen aan’) tot aan de excuses voor het slavernijverleden (‘volstrekt stupide’): K. Laheye liet zijn stem horen en de krant besloot zijn bijdragen tientallen keren op de site te plaatsen.

Vorige week publiceerde De Telegraaf de mening van de briefschrijver over de aanslag op het partijkantoor van D66. ‘Niet goed te praten, maar niet verwonderlijk’, aldus het oordeel van K. Laheye. ‘Dit kabinet heeft geen bestaansrecht’, schreef hij ook. ‘En daardoor komt de bevolking in opstand. Wie niet horen wilt, moet het uiteindelijk voelen.’

Dit lijkt misschien een vreemd uitstapje naar de burelen aan de Basisweg, maar dat is het niet. Want de veelschrijverij van K. Laheye werd in de Volkskrant een kwestie toen Sander Schimmelpenninck er deze week zijn column over schreef.

Vergoelijkende brief

Volgens Schimmelpenninck werkt De Telegraaf mee aan het creëren van maatschappelijke onvrede, bijvoorbeeld door de vergoelijkende brief over de aanslag op het partijkantoor te plaatsen. De columnist stelde dat er in Nederland niemand is die K. Laheye heet. ‘Dat betekent dus dat de krant een brief onder pseudoniem publiceert, of de brief zelf geschreven heeft’, concludeerde hij.

In de nieuwsvergadering van de Volkskrant werd besloten dat een verslaggever met het onderwerp aan de slag zou gaan. ‘De brieven van K. Laheye worden prominent op de site van De Telegraaf geplaatst’, licht de hoofdredacteur toe. ‘Daarmee speelt hij een belangrijke rol in het publieke debat. Wij vroegen ons dus ook af of hij wel bestaat.’

Kamran Ullah, hoofdredacteur van De Telegraaf, liet aan de verslaggever weten dat het om een pseudoniem gaat. Hij had de briefschrijver nog niet gesproken, maar: ‘Als ik de naam uit zijn e-mailadres google, dan zie ik dat hij een bestaande man is.’

Wat De Telegraaf betreft is er ook weinig aan de hand: briefschrijvers mogen een andere naam gebruiken, bevestigt Ullah ook aan mij. De krant vindt het ook niet nodig om te vermelden dat het een pseudoniem is.

Dat roept de vraag op hoe het zit bij de Volkskrant. Gaat de opinieredactie er net zo losjes mee om als de krant van wakker Nederland? Het antwoord is nee. Wie deelneemt aan het publieke debat, moet ook op zijn standpunten aangesproken kunnen worden, is de overtuiging van de hoofdredactie.

Bij ingezonden brieven zijn pseudoniemen niet toegestaan, bij opiniebijdragen alleen bij hoge uitzondering. Bijvoorbeeld in het geval van een Iraanse academicus die half maart vanuit Teheran beschreef hoe Iraniërs de hoop op verandering hadden verloren. ‘Om redenen van veiligheid kan zij niet onder haar eigen naam publiceren; haar echte naam en identiteit is bekend bij de hoofdredactie’, stond er duidelijk bij.

Bij twijfel niet geplaatst

Lezers die een ingezonden brief insturen krijgen een autoreply waarin wordt gemeld dat pseudoniemen en anonieme bijdragen niet zijn toegestaan. Ook moeten ze hun adres en telefoonnummer meesturen. In het oog springende namen worden gegoogeld, heel soms volgt er een telefoontje. Bij twijfel wordt een brief simpelweg niet geplaatst: ‘We ontvangen dagelijks ongeveer tachtig bijdragen’, zegt de chef opinie. ‘Er is altijd wel een andere goede brief beschikbaar.’

Natuurlijk is het weleens misgegaan. Bekend is de kwestie uit 2014 met ‘Fatima Dakmar’, naar verluidt een Marokkaans-Nederlandse vrouw die cabaretier en acteur Gerard Cox van racisme beschuldigde. Online bleek die naam onvindbaar, waarop GeenStijl suggereerde dat de Volkskrant de vrouw verzonnen had. Dat was zeker niet het geval: de opinieredacteur had voor publicatie met haar gebeld. Hij had alleen niet gevraagd of ‘Dakmar’ haar echte naam was, en zij was er niet open over geweest.

De toenmalige Ombudsvrouw deed meerdere pogingen om met de vrouw te bellen. Die reageerde eenmalig per mail. Het wantrouwen bij lezers bleef: als ze een ingezonden brief opmerkelijk vonden, verwezen ze naar ‘Fatima Dakmar’. De kwestie werd nog vervelender toen GeenStijl een Volkskrant-redacteur aanwees (‘hebbes!’) die achter de opiniebijdrage zou zitten, ongefundeerd en onterecht.

De casus Dakmar laat zien hoe belangrijk het is dat er geen twijfel bestaat over de identiteit van een auteur. Het wantrouwen raakt niet alleen die ene bijdrage, maar ook andere briefschrijvers en de reputatie van de krant in zijn geheel.

Onder pseudoniem

Bijzonder pijnlijk is dan ook dat deze week bleek dat de Volkskrant sinds 2016 óók achttien brieven heeft gepubliceerd van een man die onder een pseudoniem schrijft: ‘Peter van Lenth’ uit Haarlem. Zijn bijdragen vielen op in de brievenrubriek, omdat ze vaak standpunten ter rechterzijde van het politieke spectrum verwoordden.

Meerdere keren per maand stuurde hij een brief naar de opinieredactie, volgens de teller op zijn blog, waarop hij ze publiceerde, inmiddels bijna tweehonderd. Wie even doorklikt op zijn site kan onder het kopje ‘Over Peter van Lenth’ meteen lezen dat hij een pseudoniem gebruikt – naar eigen zeggen om veiligheidsredenen.

Pas in oktober 2024 merkte een correspondent op dat de naam niet echt was. ‘Moet ik echt een pseudoniem antwoorden?’, reageerde hij toen hij een mail kreeg doorgestuurd. De opinieredactie besloot daarop de brieven niet meer te plaatsen, maar handelde er niet naar. Ook niet iedere redacteur was het ermee eens, herinnert de chef zich. Sindsdien zijn nog vier brieven onder het pseudoniem geplaatst, in juli 2025 de laatste.

Goede bekende

De man had eerder al eens een bijdrage ingezonden met de mededeling dat die onder zijn eigen naam kon, blijkt uit een mail die hij in reactie op mijn vragen opduikelde uit zijn inbox. Ook daarop is destijds kennelijk geen acht geslagen.

Door de jaren heen zijn steeds strengere eisen gesteld aan briefschrijvers. Hoe kon dit dan toch gebeuren? Mijn vermoeden is dat het juist fout is gegaan doordat hij al zo lang en veelvuldig bijdragen instuurde. In 2016 vroegen opinieredacteuren alleen nog maar om de woonplaats. ‘Peter van Lenth’ was sindsdien een goede bekende voor de brievenrubriek en in de inbox van Volkskrant-medewerkers. Niemand zette er vraagtekens bij: getuige zijn reacties was hij een zeer kritische, maar ook trouwe lezer van de krant.

De chef opinie wijst wat dat laatste betreft op een verschil met De Telegraaf: ‘Waar K. Laheye doorgaans de standpunten van de eigen krant vertegenwoordigde, gaf Van Lenth de Volkskrant vaak weerwoord.’ Er zijn meer verschillen, zoals de principiële vraag of pseudoniemen gebruikt mogen worden en het feit dat u er hier, in dit zelfkastijdingshoekje, over leest. Maar toch. Wie de lat hoog legt, moet scherper zijn.

In het online archief zal worden toegevoegd dat Peter van Lenth een pseudoniem is, laat de hoofdredactie weten. Ook denkt zij na over strengere procedures om dit te voorkomen. ‘Anonieme bijdragen zijn slecht voor het democratische debat’, zegt de hoofdredacteur. ‘Op sociale media is te zien hoe desastreus het uitwerkt als je deze mogelijkheid biedt.’

Ombudsvrouw Loes Reijmer behandelt vragen, klachten en opmerkingen over de journalistiek van de Volkskrant. U kunt haar per mail bereiken.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next