In de woelige geopolitieke tijden zoeken landen naarstig naar nieuwe vrienden. Ook Nederland, dat zaterdag de rode loper uitrolt voor de Indiase premier Narendra Modi – ondanks groeiende zorgen over de staat van de Indiase democratie.
is correspondent Zuid-Azië voor de Volkskrant
In de woelige geopolitieke tijden zoeken landen naarstig naar nieuwe vrienden. Ook Nederland, dat zaterdag de rode loper uitrolt voor de Indiase premier Narendra Modi – ondanks groeiende zorgen over de staat van de Indiase democratie.
is correspondent Zuid-Azië voor de Volkskrant
Een warme lunch met koning Willem-Alexander op paleis Huis ten Bosch. Een ontmoeting met de CEO’s van ASML, Philips, Heineken en KLM. En een ondertekening van een strategic partnership op het Catshuis. Nederland zet zaterdag alle diplomatieke middelen in om één boodschap aan de Indiase regering over te brengen: wij willen een innigere vriendschap.
Want achter het ceremonieel schuilt een harde geopolitieke realiteit: Nederland voelt zich, net als de Europese Unie, steeds kwetsbaarder. Het trans-Atlantische bondgenootschap met de VS verkruimelt. De Russische dreiging blijft en de economische afhankelijkheid van China is nog altijd groot. Europese landen zoeken daarom steeds nadrukkelijker naar een nieuw geopolitiek anker, om zich te beschermen tegen de Chinese afhankelijkheid en Amerikaanse onvoorspelbaarheid.
In die woelige wereld richt het kleine Nederland zijn blik op India en zijn duizelingwekkende 1,4 miljard inwoners. India is de grootste democratie ter aarde, een groot contrast met die ándere reus, het autoritair geleide China. Ook stelt het zich minder nadrukkelijk expansionistisch op dan sommige grootmachten.
In economisch opzicht lonkt India eveneens: het heeft een gigantische arbeidsmarkt. Grote delen van de bevolking krabbelen op uit armoede; het gemiddeld jaarinkomen is inmiddels zo’n 10.000 dollar. India kan uitgroeien tot een enorme afzetmarkt voor Nederlandse bedrijven.
Maar er kleeft ook een ongemakkelijke kant aan die nieuwe vriendschap: premier Narendra Modi (75), de omstreden hindoenationalistische leider die India sinds 2014 regeert. Hij is na ruim tien jaar nog altijd buitengewoon populair, blijkt uit data van het Amerikaanse onderzoeksbureau Morning Consult, dat in tientallen landen peilingen uitvoert.
Modi haalt een populariteitscijfer van 70 procent, fors hoger dan dat van politici als Donald Trump (38 procent), Rob Jetten (28 procent) en Emmanuel Macron (18 procent). Afgelopen week nog veroverde Modi’s partij bij deelstaatverkiezingen een van de laatst overgebleven bolwerken van de oppositie, West-Bengalen.
Voor veel Indiërs is Modi de strongman waar ze al decennia naar hebben gesnakt. Een daadkrachtig bestuurder die welvaart brengt. Modi begrijpt ook als geen ander hoe krachtig nationalistische en religieuze identiteitspolitiek kan zijn.
Hij schetst India als een hindoe-beschaving die na islamitische en Britse overheersing weer herrijst als grootmacht. Minderheden krijgen in dat verhaal al snel de rol van buitenstaander toebedeeld. Zo spelen Modi en zijn partij in op de vrees dat de hindoes (80 procent van de bevolking) cultureel en demografisch worden bedreigd door de moslims (15 procent).
Voor anderen is Modi daarom juist diep omstreden. Hij en zijn Bharatiya Janata Party (BJP) poken religieuze spanningen op, stellen critici. Ze waarschuwen voor ‘indringers’ die een gevaar vormen voor ‘onze zussen en dochters’: volgens mensenrechtenorganisaties een hondenfluitje gericht op moslims. Zulke politiek is weliswaar ‘electorale nectar voor de BJP’, schrijft The Economist, maar ‘politiek vergif voor India’. Volgens het Zweedse V-Dem Institute glijdt ‘s werelds grootste democratie onder Modi af richting autocratie.
Juist daar wringt de toenadering voor Nederland. Dat premier Jetten Modi zaterdag toch dicht tegen de boezem drukt, is noodzakelijk, klinkt in diplomatieke kringen. In de huidige ‘geopolitieke draaikolk’ is weinig ruimte voor morele ongemakken. Een klein land heeft nu eenmaal vrienden nodig. Als goede vriend kan Nederland gevoelige kwesties bovendien makkelijker bespreekbaar maken dan als buitenstaander.
En dus zal dit weekend vakkundig om de controverse rond Modi heen worden getrippeld. Modi zelf trapt zijn bezoek af op zaterdagochtend met een speech in het Haagse congrescentrum World Forum. Achter gesloten deuren spreekt hij 1.900 leden van de Indiase diaspora toe. Daarna volgen de ontmoetingen met het koningspaar, premier Jetten en het bedrijfsleven.
India heeft daarbij een concreet verlanglijstje. Het land wil meedoen in de mondiale chipindustrie (nu nog gedomineerd door Taiwan, Zuid-Korea en China) en zoekt daarvoor samenwerking met Nederlandse bedrijven als ASML, ASM en Besi, die cruciale apparatuur voor chipfabrieken maken. Daarnaast mikt Delhi op intensievere samenwerking rond groene waterstof, landbouw en watermanagement.
Omgekeerd probeert India Nederlandse bedrijven juist te verleiden om productie naar India te halen, onder meer via omvangrijke subsidieprogramma’s waar Apple en Samsung al gebruik van maken. Met succes: smartphones waren afgelopen jaar India’s belangrijkste exportproduct.
Die economische opmars maakt India voor Nederland simpelweg te belangrijk om links te laten liggen. Zo balanceert Den Haag dit weekend tussen principes en pragmatisme. Achter alle warme woorden schuilt de ongemakkelijke realiteit: nu de wereldorde instabieler wordt, wegen geopolitieke belangen steeds zwaarder mee in de omgang met andere landen. Ook als de staat van hun democratie vragen oproept.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant