Home

Een fijn sociaal medium maak je zo, volgens Jimmy Wales, de oprichter van Wikipedia

Wikipedia wordt regelmatig bestempeld als de laatste leuke plek op het internet. Hoe krijg je dat voor elkaar? Medeoprichter Jimmy Wales heeft daarvoor regels opgesteld, die deze week verschenen in het Nederlands.

is techverslaggever van de Volkskrant.

Als Jimmy Wales in een Amsterdamse hotellobby op zijn koelkast van een telefoon zoekt naar een boek dat hem zojuist werd aangeraden, veert hij op: er bestaat een Wikipediapagina van! Het lijkt hem nog steeds te verbazen, 25 jaar nadat hij de site, met wereldwijd ruim 65 miljoen pagina’s en 2.500 bezoekers per minuut, mede heeft opgericht.

De zelfverklaarde nerd (vandaar die koelkast – ‘een Ulefone’, zegt hij) heeft een zwak voor encyclopedieën. Want dat is Wikipedia: een online encyclopedie. Ook wordt de site regelmatig bestempeld als de laatste leuke plek op het internet, waar duizenden mensen discussiëren over politiek gevoelige onderwerpen zonder elkaar de huid vol te schelden én tot een nuttig resultaat komen.

Die toeschietelijkheid is zeldzaam op het internet. Maar zo’n sfeer kun je als maker van een platform zelf creëren, schrijft Wales in zijn boek De 7 regels voor vertrouwen, net vertaald naar het Nederlands. Door gebruikers vriendelijk te verzoeken om zich verantwoord te gedragen, bijvoorbeeld, en ze het vertrouwen te geven dat ze dat ook zullen doen. Door duidelijk het doel van het platform te communiceren, door zelf geen stelling te nemen in politieke discussies en door transparant te zijn over de organisatie.

Dat het werkt, bewijst Wikipedia, waar iedereen met een internetverbinding pagina’s kan bewerken en discussies over de inhoud worden beslecht op de ‘talk page’ bij elk artikel, die eveneens voor iedereen te zien en bewerken is. Wales, die in 1966 werd geboren in Huntsville in de Amerikaanse staat Alabama en sinds 2012 in Londen woont, is nog altijd bestuurslid van de stichting achter Wikipedia.

‘Nice guys finish first’, schrijft u. Maar als we kijken naar de grote socialemediaplatforms zijn de winnaars dan niet juist de badguys?

‘Niet per se. Kijk bijvoorbeeld naar X. Er is weinig transparantie, dus we weten er niet het fijne van, maar alles wijst erop dat de bedrijfsvoering een regelrechte ramp is en de omzet dramatisch keldert. Mensen hebben er absoluut geen vertrouwen in dat Elon (Musk, red.) dat platform goed kan runnen. Maar omdat hij heel succesvol is in andere bedrijfstakken kan hij X subsidiëren.

‘Een ander voorbeeld is YouTube, dat nu de mogelijkheid heeft om een tijdslimiet in te stellen voor het achter elkaar bekijken van shorts. Ik houd niet eens van shorts, maar die feed is wel verslavend, en dit is een goede stok achter de deur. Volgens mij begrijpt YouTube sinds kort wat veel bedrijven nog niet hebben begrepen: je kwartaalcijfers opschroeven met acties waarvan mensen vinden dat ze de samenleving kapotmaken is op de lange termijn geen goede bedrijfsstrategie.’

Welke bedrijven hebben dat nog niet begrepen, denkt u?

‘TikTok bijvoorbeeld is zo verslavend dat ik het van mijn telefoon heb verwijderd. Ik vond het geweldig en vreselijk tegelijk. Als je zo simplistisch alleen op engagement focust, ondermijnt dat op de lange termijn het vertrouwen in je platform.’

U schrijft bewonderend over het vertrouwen dat Airbnb en Uber van consumenten wisten te winnen. Maar die bedrijven worden er ook van beticht schade aan te richten voor eigen gewin. Is het succes van Wikipedia niet veel basaler dan die marketing-achtige regels voor vertrouwen: dat de organisatie nooit is gecorrumpeerd door geld?

‘Dat speelt een grote rol, natuurlijk. Achter Wikipedia zit een stichting, de Wikimedia Foundation. Er is geen winstoogmerk en we leven van donaties. Daarom zouden we bijvoorbeeld nooit nadenken over de meest klikbare titel voor een pagina. Maar als we op een pagina advertenties zouden tonen, zou dat heel voor de hand liggend zijn. De journalistiek worstelt daar voortdurend mee: je wil geen misleidende koppen, maar als dat is waar mensen op klikken, zit je met een dilemma.

‘Dat we een non-profit zijn helpt ons te focussen op onze missie (‘Een wereld waarin een ieder vrijelijk kan delen in het geheel van alle kennis’, red.). De censuur van bepaalde Wikipediapagina’s door de Turkse overheid staat daar bijvoorbeeld zo haaks op dat we die wel moesten aanvechten. Daardoor zijn we drie jaar onvindbaar geweest in Turkije, tot we de zaak wonnen bij het hooggerechtshof.

‘Commerciële platforms gaan vrijwel altijd direct akkoord met de censuur in een land – alles om daar maar aanwezig te zijn. Als wij hadden gezegd: we zijn weer in de lucht, afgezien van een paar gecensureerde pagina’s, zou dat onze geloofwaardigheid totaal ondermijnen. En we zouden er geld door mislopen: mensen die geloven in onze missie zouden stoppen met doneren.’

En wat vertel ik vrienden die sceptisch zijn over de privacyvriendelijke non-profit Signal omdat het inmiddels supercommerciële OpenAI ook ooit begon als stichting?

‘Signal heeft veel weg van Wikipedia – ik ken ze, en ze zijn daar heel ideologisch. De kans dat Meta op gegeven moment de versleuteling van WhatsAppberichten schrapt om meer over je te weten te komen en zo nog meer advertenties te kunnen verkopen? Niet nul, zou ik zeggen. Bij Signal? Nul. Dat past niet in hun belofte, dan gaan ze onderuit.’

Daar komt regel drie uit uw boek om de hoek kijken: een duidelijk doel hebben en communiceren.

‘Precies. Maar ik hoop wel dat het Signal lukt om donaties van gebruikers te gaan binnenhalen. Nu komt nu veel van hun financiering van een donateur, Brian Acton, die bij WhatsApp werkte en ontevreden was over de koers. Op de lange termijn moeten ze daar voorzichtig mee zijn. Elon heeft ons ooit een miljoen dollar gegeven. Dat was geweldig, zulke grote giften krijgen we niet vaak. Maar wat als hij gezegd had: stop maar met leuren bij lezers, ik geef je die volledige 20 miljoen dollar per jaar? Gelukkig heeft hij dat nooit gedaan, want dat was moeilijk te weerstaan geweest – en dan hadden we nu flink in de penarie gezeten.’

Waar Elon Musk voorheen groot fan van Wikipedia was, noemt hij de website tegenwoordig ‘woke’ en ‘extreemlinks’. Musk verzocht Wales de laatste jaren meermaals om beschrijvingen van hem en X op Wikipedia aan te passen. Hij begrijpt blijkbaar niet hoe site werkt, zegt Wales: als oprichter kan hij niet bepalen wat er op Wikipedia staat. ‘Te veel tweets lezen heeft je dom gemaakt’, zegt Wales op een van die verzoeken te hebben teruggestuurd.

Eind vorig jaar lanceerde Musk zijn eigen encyclopedie, Grokipedia, die grotendeels bestaat uit gekopieerde Wikipediapagina’s met ideologische aanpassingen. Hij riep zijn volgers op om te stoppen met doneren aan Wikipedia, wat volgens Wales juist een heleboel donaties opbracht.

Ik las uw boek als een tegengif voor de toxische sfeer in techkraamkamer Silicon Valley. Luisteren jonge technici wel naar u, denkt u, of kijken ze liever naar iemand die meer geld verdient, zoals Musk?

‘Ik heb er niets op tegen als mensen geld willen verdienen. Maar vooral jonge mensen kunnen ten prooi vallen aan het idee dat hun inkomen gelijkstaat aan hun succes – en dat is een grote misvatting. Wanneer ik hen spreek, zeg ik vaak dat kiezen voor iets omdat er veel geld mee te verdienen valt, lang niet altijd werkt: als je er niet gepassioneerd voor bent, ben je er waarschijnlijk ook niet de beste in.

‘Mensen vragen mij trouwens ook weleens: hoe voelt het om geen miljardair te zijn? Dan zeg ik: hoe voelt het voor jou? De meeste mensen zijn geen miljardair. Ik woon in Londen, waar weet ik hoeveel bankiers zijn die meer verdienen dan ik. Ik zou echt niet met hen willen ruilen – hoe saai is dat? Ik mag de interessantste dingen doen, de interessantste mensen ontmoeten én schrijven.’

Wikipedia begon als een krankzinnig idee, waarvan niemand geloofde dat het zou werken, schrijft u. U eindigt het boek met de vraag wiens krankzinnige idee het volgende is. Wat denkt u zelf, als het gaat om sociale media?

‘Dat hoop ik nou juist van lezers te horen! Maar goed, ik ben bezig met een soort pilot voor een nieuw sociaal medium, Trust Café. Ik promoot het niet echt, maar het is allemaal openbaar. Leden kunnen elkaar en elkaars bijdragen beoordelen op betrouwbaarheid, waarna het algoritme de betrouwbaarste content aanraadt. Zo moet de meerwaarde van bijdragen belangrijker worden dan of ze hevige reacties teweegbrengen.

‘Er moet nog heel veel aan gebeuren en ik heb geen idee of het iets wordt. Maar ik denk wel dat de beweging van mensen die een andere kant op wil met het internet groeit. Mensen zoeken uiteindelijk naar iets van kwaliteit. Daarover ben ik hoopvol. Al zit dat ook in mijn aard, ik ben een pathologisch optimist.’

Jimmy Wales: De 7 regels voor vertrouwen – De basis voor invloed, samenwerking en groei. Uit het Engels vertaald door Louise Koopman. Maven Publishing; 220 pagina’s; € 24,99.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next