Home

Als ik premier Jetten een brief zou schrijven, dan zou ik hem dit schrijven

is podcastpresentator en columnist voor de Volkskrant.

Als ik een brief zou schrijven aan premier Jetten, zou ik schrijven dat hij de kans heeft van grote betekenis te worden. Dat hij de premier zou kunnen worden die het land wegsleept voor de poorten van de abnormaliteit. Ik zou abnormaliteit schrijven, hoewel ik aan andere woorden denk – duisternis, verloedering, fascisme, Lord of the Flies – want anders krijg ik weer lange mails van iets oudere heren vol politicologische en semantische beschouwingen over het begrip fascisme en dat je William Golding anders moet lezen.

Ik zou schrijven dat ik hoop dat de premier zich zal spoeden naar alle plekken waar proleten met stenen en stokken de democratische rechtsstaat in de fik hebben gestoken. Dat hij de getroffenen in de armen zal sluiten, sorry zal zeggen, heel erg sorry dat de autoriteiten in dit bulkend rijke, overgeorganiseerde land wel in het Warenwetbesluit draagbaar klimmaterieel de veiligheid van ladders kunnen regelen, maar niet in staat zijn mensen die hierheen zijn gevlucht veilig te houden. Ze zitten in het niemandsland tussen hier en niet-hier, ze blijven naamloos en verhaalloos, en ze hebben vanachter de ramen kunnen zien hoe eigenrichting in de oer-Hollandse traditie eruit ziet.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Ik zou vragen of ik ‘Rob’ mag schrijven, en dat ik erop vertrouw dat hij deze vluchtelingen veiligheid en waardigheid zal teruggeven. Ik zou schrijven dat ik weet dat hij kan normeren. Dat hij verbaal, intellectueel en emotioneel uit een breed register kan putten, dat hij zich niet hoeft te beperken tot kleuterformuleringen als ‘zo gaan we niet met elkaar om’ en ‘van onze hulpverleners blijf je af’, alsof hulpverleners exclusief eigendom zijn, maar dat hij een spade dieper kan gaan. Helder kan maken dat democratie niet de wet van de grootste bek is, dat er geen tolerantie is voor volksgerichten, dat hij politici die ophitsleugens verspreiden zal bestrijden tot de laatste dag, dat elke bestuurder die buigt voor terreur of intimidatie, van Sint Michielsgestel tot Loosdrecht, een draadje trekt uit het weefsel van de rechtsstaat.

Ik zou Rob, nu we toch op voornaambasis communiceren, schrijven dat ik weet dat hij weet dat hij zich heeft laten ringeloren door de VVD. Dat ook hij te veel heeft gebogen, en daarmee draadjes heeft geplukt uit het weefsel van zijn eigen waardigheid. Dat hij zich een beetje schaamt omdat hij heeft gedaan alsof ook hij meent dat het nonprobleem asielmigratie het allerverschrikkelijkste is dat dit land teistert.

Ik zou suggereren dat hij de asieltredmolen kan doorbreken door het met de waarheid te proberen. Zoals: ‘grip’ op asielmigratie is er allang met een snoeihard beleid dat veel fatsoensnormen allang voorbij is en waar Hans Janmaat – die je in zijn tijd gerust fascist kon noemen zonder dat iets oudere heren gingen mailen – niet van had durven dromen. En zoals: ‘grip’ wordt tegengewerkt door hitsende politici wier electorale verdienmodel is gebouwd op de illusie van ‘geen grip’. En zoals: als er al ‘grip’ nodig is, is het op arbeidsmigratie, door uitbuitende werkgevers in matig-nuttige industrieën en hun politieke beschermengelen aan te pakken.

Ik zou schrijven dat ik weet dat hij van alles cadeau heeft gedaan aan zijn inhalige coalitiegenoot (de hypotheekrenteaftrek, de ondernemersbelangen, de bescherming der omvangrijke vermogens) en dat hij daarbij zichzelf uit het oog heeft verloren. Ik zou hem schrijven dat we allemaal de rafels aan zijn ziel kunnen zien hangen, en dat het niet te laat is. Dat er zigzagsteken zijn tegen rafels, of een druppel doorzichtige nagellak.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next