De hypotheekrenteaftrek kost de Nederlandse overheid bijna 10 miljard euro per jaar. De baten komen vooral terecht bij de hoogste inkomens. Vrijwel nergens hebben huizenbezitters zoveel belastingvoordeel, en de hypotheeklast van de Nederlanders is een van de hoogste van Europa.
is datajournalist van de Volkskrant en analyseert en schrijft over het nieuws in cijfers.
Het Nederlandse belastingvoordeel voor huizenkopers, volgens de Oeso een van de hoogste ter wereld, is sinds 2023 gestegen. Dat komt vooral door de stijgende rente, huizenprijzen en bijbehorende hoge hypotheeklasten. In 2024 was het totale fiscale voordeel 9,5 miljard euro, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), 600 miljoen euro meer dan het jaar daarvoor. Tot 2023 nam de belastingteruggave juist af, door dalende rentes en de afbouw van de hypotheekrenteaftrek.
De 4,7 miljoen huishoudens met recht op hypotheekrenteaftrek of aftrek vanwege geen of weinig woningschuld (de ‘Wet Hillen’) kregen gemiddeld 168 euro per maand terug. Bij de 20 procent hoogste inkomens is dit 256 euro, bij de minstverdienende groep 30 euro. De huishoudens met het laagste inkomen gebruiken bovendien veel minder vaak de aftrek, omdat ze veel minder vaak een koophuis hebben: slechts 13 procent van hen komt voor de teruggave in aanmerking, tegenover ruim 90 procent van de hoogste inkomensgroep.
Het eigenwoningbezit in Nederland ligt ongeveer gelijk aan het EU-gemiddelde, tweederde van de inwoners woont in een koopwoning. Toch zijn de Nederlandse hypotheken vergeleken met het bruto binnenlands product wel erg hoog. Alleen in Zweden is de totale hypotheekschuld relatief hoger dan in Nederland. Ook daar zijn er belastingvoordelen voor huizenbezitters, hoewel een stuk lager dan in Nederland.
Deze week was de hypotheekrenteaftrek weer vol in de aandacht. Door een aanpassing van belastingschijven neemt de aftrek komend jaar onbedoeld toe, met 281 miljoen euro. Een Kamermeerderheid wil deze verruiming tegengaan, maar de coalitie is verdeeld. De VVD vindt dat ‘de systematiek’ van de renteaftrek niet verandert, waardoor een correctie niet nodig is.
Nog een heikel punt zijn de hypotheken die afgesloten zijn in 2001: in dat jaar ging de maximumtermijn van 30 jaar in. Nu 2031 nadert, blijkt dat het heel lastig te achterhalen is om welke hypotheken dat gaat. Omdat dit nergens is geregistreerd kan de Belastingdienst niet handhaven.
Staatssecretaris Eelco Eerenberg van Financiën (D66) zei vrijdagmiddag na afloop van de ministerraad dat hij hier nog deze regeerperiode een oplossing voor wil vinden. Eerder deze week zeiden vice-premier Dilan Yeşilgöz en minister van Financiën Eelco Heinen (beiden VVD) dat een oplossing aan de volgende regering kan worden overgelaten.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant