Home

‘Stille verliefdheid is een fase in een relatie die, wanneer je die eenmaal achter je hebt gelaten, nooit meer terugkomt’

Jarenlang is Theo in stilte verliefd op zijn voormalige klasgenote, met wie hij briefjes uitwisselt, wandelingen maakt en uren in het gras ligt. Uit angst om iets te bederven, neemt hij daar genoegen mee. Tot hij op een dag plompverloren een brutale vraag stelt.

is journalist. Voor Volkskrant Magazine interviewt ze wekelijks mensen over liefde en relaties.

Theo (74): ‘Op de lagere school zaten we in vijf rijen van zes kinderen, ik zat in het midden, zij in de rij rechts van mij. Ze kwam uit een intellectueel milieu en was de helft slimmer dan ik. Dat, in combinatie met de grote ogen waarmee ze soms naar me keek, was genoeg om me voortdurend bewust te zijn van haar aanwezigheid in de klas.

‘Later kwamen we elkaar weer tegen op de middelbare school, ik probeerde indruk te maken met grapjes als ‘plutôt, heeft dat iets met een hond te maken?’ en voelde me blij worden als ik zag dat ze lachte. Dit keer kruisten onze blikken elkaar niet langer, maar zochten ze elkaar op. En toen zij naar de MMS ging en ik in hetzelfde gebouw naar de HBS, begonnen we briefjes in elkaars schooltas te stoppen.

De liefde van nu is een rubriek in Volkskrant Magazine over seks en relaties.

‘Onschuldige notities, met toespelingen op de kippenfarm die we later zouden beginnen, gespeend van elke zweem van erotiek. Ik vond alles mooi aan haar; haar ogen, haar benen, de schuchterheid waarachter ik een grote wijsheid wist. Natuurlijk verlangde ik er heimelijk naar om haar aan te raken, maar als dat in een verre toekomst zou plaatsvinden, dan was dat wat mij betreft prima, voor nu was haar zien en schrijven al bijna te overweldigend. Wat ik ’s avonds schreef, las ik de volgende ochtend terug en dan schreef ik alles nog eens in het net over.

Alle geduld van de wereld

‘Toen we de brieven per post gingen versturen, wachtte ik bij de brievenbus op haar antwoord. De post werd in die dagen twee keer per dag bezorgd, en elke keer gaf het onrust. Ze nam mijn hoofd volkomen in beslag, jarenlang maakte een lief gebaar of een lieve opmerking mij oneindig gelukkig, maar ik had alle geduld van de wereld. Mijn verlangen evolueerde niet met de duur van de verliefdheid – alsof ik voelde dat dit alles te groot en te hevig was om ooit in een dagelijkse relatie te kunnen gieten.

‘We maakten wandelingen door het park en over de dijk, waar in mijn herinneringen altijd de zon scheen en prachtige bloemen bloeiden. We maakten ritjes naar het bos in mijn bestel-eend. Ik legde dekens achterin, waarop we liggend naast elkaar door de bladeren naar de zon keken, soms urenlang. Later zei ze: je had me toen best een kus mogen geven, maar had ze niet ook gezegd dat ze niet hield van mannen en jongens die, zoals ze dat noemde, opdringerig viezelden?

‘Ik wilde laten zien dat ik anders was, dat ik respect had – kun je eigenlijk ook te veel respect voor iemand hebben? Mijn verlangen naar fysiek contact was er wel, maar ook toen zag ik de waarde van het uitstellen. Na zo’n bezoek aan het bos had ik genoeg munitie verzameld om vervolgens dagenlang te fantaseren, te mijmeren, als ik weer alleen was. Stille verliefdheid is een fase in een relatie die, wanneer je die eenmaal achter je hebt gelaten, nooit meer terugkomt en het is de moeite waard om die fase zo lang mogelijk op te rekken.

‘Aarzeling, verlegenheid en terughoudendheid zijn belangrijke beginstadia van de liefde en bronnen van nieuwsgierigheid. ‘Wat zei ze toen ook weer?’, ‘Wat ga ik de volgende keer zeggen?’, en: ‘Waarom reageerde ze zo?’ Drie jaar hebben we geschreven, gewandeld, gelegen in het gras, zonder één keer te hebben gezoend. Ik was bang iets te bederven, want hoe kijk je naar iemand die je gisteren hebt gezoend? Ze kwam bij ons thuis, ik kwam bij haar in hun voorname architectengezin. Natuurlijk had ook zij het initiatief kunnen nemen, maar dat deed ze niet.

Brutale vraag

‘Op een dag liepen we door het park. We hadden net eindexamen gedaan, en ik vroeg haar hoe ze de toekomst zag, de kinderlijke plannen voor de kippenfarm – hoe we daar toch bij kwamen – hadden we allang achter ons gelaten, maar daarvoor was niets in de plaats gekomen. Ik had mijn vraag niet al dagen eerder voorbereid, niet de timing precies bepaald. Het was meer een opwelling: zie je ons als stel samen?

‘Het bleek een brutale vraag, een die ons in één klap van alle magie beroofde. Er waren dagen waarop ik me haar gezicht niet voor de geest kon halen, bijna alsof ze een fantasie was, en dan nu zo plat willen weten hoe het precies zat tussen ons. Het was 1971, hoogzomer en daar en toen werd mijn vrees bewaarheid op een manier die ik niet had kunnen voorzien. Ze antwoordde tamelijk casual, haar letterlijke woorden herinner ik me niet eens precies, alleen dat het woord lesbisch niet viel. Ze zei iets als: ik vind meisjes leuk.

‘Ik voelde iets knakken, meteen daarna was het of ik hol werd van binnen. Toen we bij onze fietsen aankwamen, gingen we ieder naar ons eigen huis. Na de zomervakantie ging ze studeren in een andere stad, en daar heb ik haar een paar maanden later nog opgezocht; ze had me immers op het hart gedrukt dat we wat haar betreft gewoon vrienden konden blijven. Ik ben daar blijven slapen, samen lagen we op bed, en voor het eerst zoenden we toch.

‘Maar toen ik iets verder wilde gaan, begon ze plots te neuriën. Als je vrijt ben je van de een en de ander van jou, haar neuriën leek een manier om mij op afstand te houden. Vriendelijk maar onverbiddelijk. Nu wist ik niet alleen dat het nooit iets kon worden tussen ons, maar voelde ik het ook; mijn aanbidding viel in duigen. Ik ben die nacht op de grond gaan slapen en de volgende ochtend vroeg met de trein naar huis gegaan.

‘Eén keer heb ik haar daarna nog gezien, het was jaren later, ik was in de buurt en dacht: ik ga even langs. Ze stond te strijken toen ik aanbelde, en ik weet nog dat ik dacht: zij strijken, zij zweeft toch alleen maar? Lang ben ik niet gebleven, het gesprek liep minder vlot dan vroeger en na een uur zei ze: ik moet de auto ophalen bij de garage – alweer zo’n prozaïsche uitspraak die haar niet paste, en waarschijnlijk een smoes.

‘In 1977 ben ik getrouwd met een geweldige vrouw die ik zo weinig mogelijk lastigval met deze geschiedenis. Dat ik met grote regelmaat droom over mijn jeugdliefde, hoe we naar elkaar toe lopen en elkaar zoenen, deel ik niet. Evenmin dat ik dan altijd blij wakker word, met een grote glimlach en een vaag gevoel van gemis.’

Op verzoek van de geïnterviewde is de naam Theo ­gefingeerd. Wil je meer van deze verhalen horen? Luister dan ook naar onze podcast De liefde van nu.

Deze zomer schrijft Corine Koole weer over vakantieliefdes. Verhalen zijn welkom. We spreken ook de ander (en helpen hem of haar op te sporen). We zoeken vooral ervaringen uit een recenter verleden, romantische avonturen van jonge mensen, of herinneringen aan ‘the one that got away’. Ook nodigen we mensen die niet meer samen zijn uit om te reageren.

Meedoen? Mail een korte ­toelichting naar: deliefdevannu@volkskrant.nl.

Dit is een rubriek uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next