Home

Is de Duitse chemie uitgewerkt? ‘Het is nog altijd jouw BASF’

Het Duitse BASF, ’s werelds grootste chemiebedrijf, werd opgericht toen Europa nog een energiegrootmacht was. Het is de vraag of de fabriek in Ludwighafen nog levensvatbaar is, nu stroom kostbaar is en de concurrentie moordend. ‘De Chinezen maken alles sneller en goedkoper.’

is Duitsland correspondent van de Volkskrant. Hij doet verslag vanuit Ludwigshafen.

Het chemiecomplex van BASF in Ludwigshafen is een industriële citadel aan de Rijn, zo uitgestrekt als Manhattan van Central Park tot Ground Zero. Tien vierkante kilometer ketels en buizen, loodsen en laboratoria, kantoren en kantines. Een complete stad waar meer dan 30 duizend mensen werken, met drie elektriciteitscentrales, een eigen busnet en een eigen brandweer met vijftig blusvoertuigen.

Het oogt indrukwekkend, maar de fabriek heeft het moeilijk. Op zijn jaarlijkse aandeelhoudersvergadering presenteerde BASF, het grootste chemieconcern ter wereld, onlangs bevredigende kwartaalcijfers. Onder moeilijke omstandigheden – oorlogen en moordende concurrentie – werd ongeveer even veel verdiend als vorig jaar. Maar de wieg van het bedrijf, de fabriek in Ludwigshafen, lijdt per jaar een miljard euro verlies. Sinds 2024 zijn er 2.800 banen verdwenen, en het einde van de bezuinigingen is nog lang niet in zicht.

Ouderen kennen BASF nog van de cassettebandjes uit de jaren zeventig, maar het bedrijf maakt geen consumentenproducten meer. Toch is BASF diep in het dagelijks leven doorgedrongen, blijkt uit een tentoonstelling in het bezoekerscentrum in Ludwigshafen. De kunststof in de Senseo-apparaten, fietsbanden die niet lek kunnen, sportschoenen, regenkleding, isolatiemateriaal voor de bouw, het komt allemaal van BASF.

In de tweede helft van de 19de eeuw ontstonden in Duitsland grote ondernemingen als BASF, Bayer, Siemens, Bosch, AEG, Krupp en Daimler (nu Mercedes-Benz). Ze doorstonden twee wereldoorlogen, hyperinflatie en de economische depressie van de jaren dertig. Maar nu maken veel van deze reuzen magere jaren door.

De 63-jarige ingenieur Hardy Krüger (‘net als de acteur, echt waar’) heeft een paar aandelen BASF. Samen met een vriend gaat hij elk jaar na de aandeelhoudersvergadering. ‘We maken er een uitje van’, zegt hij. Toch is hij zorgelijk. Hij begon ooit bij de audioproducent Telefunken in Heilbronn. Dat bedrijf is allang verdwenen. Wat blijft er van de Duitse industrie over? ‘De Chinezen maken alles sneller, beter en goedkoper’, zegt hij.

Geopolitieke tegenwind

Tijdens die vergadering benadrukt bestuursvoorzitter Markus Kamieth dat BASF kranig standhoudt, ondanks alle economische en geopolitieke tegenwind. ‘We merken allemaal: dit is geen conjunctureel op en af. We maken structurele veranderingen door. Fundamenteel en razendsnel.’

China heeft Duitsland ingehaald, zegt hij. Op sommige terreinen loopt China zelfs voorop, bijvoorbeeld bij elektrische auto’s en groene technologie. ‘Deze ommekeer krabt aan ons zelfbeeld’, zegt Kamieth.

De redenen voor de economische tegenwind zijn complex, maar de hoge energieprijzen in Duitsland en Europa vormen een belangrijke factor. In het hart van de fabriek in Ludwigshafen staat de steamcracker, een installatie zo groot als tien voetbalvelden, met een fakkeltoren van 130 meter. Hier wordt het olieproduct nafta verhit tot 840 graden, afgebroken tot grondstoffen als propyleen en ethyleen, die door een buizenstelsel van 2.850 kilometer lengte naar andere installaties worden gevoerd, als bouwstenen voor steeds verdere verfijning, van bulkchemicaliën tot aroma’s en vitaminen. Het energieverbruik is enorm. In Ludwigshafen gebruikt BASF evenveel gas als een miljoenenstad, terwijl het stroomverbruik goed is voor 1 procent van de totale Duitse stroomconsumptie. BASF is een veelvraat die last heeft van hoge energieprijzen in een land dat zelf arm is aan energiebronnen. ‘Hebben energie-intensieve industrieën in dit land überhaupt nog toekomst?’, vroeg de Frankfurter Allgemeine Zeitung zich onlangs af.

Europa was nog een energiegrootmacht toen de Badische Anilin- und Sodafabrik (BASF) in 1865 werd opgericht. De industriële revolutie draaide op steenkool. De overgang van kolen naar olie markeerde ook het einde van Europa als wereldmacht, ten gunste van olieproducent de Verenigde Staten.

De geopolitieke turbulentie van de afgelopen jaren heeft de balans verder in het nadeel van Europa verschoven. Sinds de oorlog in Oekraïne gaat goedkoop Russisch gas niet meer naar Europa, maar – tegen nog lagere prijzen – naar China. In plaats daarvan haalt Europa duur vloeibaar gas (lng) uit de Verenigde Staten. Zo is de afhankelijkheid van Rusland ingeruild voor afhankelijkheid van de VS, die zich een steeds onbetrouwbaarder partner tonen. Amerika heeft zijn positie op de energiemarkt juist versterkt, ook door de oorlog tegen Iran. Vanwege de afsluiting van de Straat van Hormuz is de vraag naar Amerikaanse energie verder toegenomen. Bovendien hebben de Verenigde Staten controle door de ontvoering van president Nicolás Maduro de controle gekregen over de grote Venezolaanse olievoorraad. Op korte termijn levert die weinig op, maar voor de langere termijn kan het een belangrijke reserve zijn.

Europa vangt de klappen op. Structureel ligt de gasprijs in Europa nu ongeveer twee keer zo hoog als in de VS, zegt een woordvoerder van BASF. Met het goedkope Russisch gas kwam Europa vroeger in de buurt van de Amerikaanse prijzen, zegt hij. ‘Maar die tijd zal niet terugkeren. Dat is een realiteit waarop we ons moeten instellen’, aldus de woordvoerder.

Nieuwe fabriek in China

De stroomprijs is in Duitsland twee tot drie keer zo hoog als in de VS of Azië. Dat is deels een gevolg van de Duitse en Europese energiepolitiek, zegt Felix Seebach, hoofd energie- en klimaatbeleid van BASF. ‘Kerncentrales moesten sluiten, kolencentrales ook. Daar waren politieke en klimaatpolitieke redenen voor. Maar we hebben het aanbod aan energie voor de stroomopwekking bewust schaars gemaakt, in vergelijking met andere regio’s in de wereld’, zegt Felix Seebach.

Wel steunt Duitsland de industrie met belastingverlagingen en andere subsidies. Onlangs werd een pakket van 3,8 miljard euro aan staatssteun voor de industrie goedgekeurd door de Europese Commissie. Maar die steun is een lappendeken van veelal tijdelijke en aan voorwaarden gebonden regelingen. ‘Ondanks de steun zijn de stroomprijzen nog altijd significant hoger dan in de VS of Azië’, zegt Seebach.

Is hernieuwbare energie dan een oplossing voor de Europese energieproblemen? Zon, wind en water is er genoeg. Ook BASF investeert in hernieuwbare energie. In 2024 kwam 26 procent van het energiegebruik uit hernieuwbare bronnen, in 2030 moet dat 60 procent zijn. ‘Tegelijkertijd moet men ook vaststellen dat er voor de industrie in Duitsland geen betrouwbare en betaalbare energielevering alleen door groene stroom mogelijk is’, zegt de woordvoerder van BASF. Er is simpelweg niet genoeg hernieuwbare energie voorhanden, zegt hij: ‘Op afzienbare termijn is Europa aangewezen op de import van energie – conventioneel en hernieuwbaar.’

Toch is het wel degelijk mogelijk een groot chemiecomplex op hernieuwbare energie te laten draaien. BASF levert daarvoor zelf het bewijs, met zijn nieuwe fabriek in het Chinese Zhanjiang. Maar Zhanjiang werd vanuit het niets gebouwd op een locatie aan zee, waardoor het volop van windenergie kan profiteren. Die capaciteit is onmogelijk te realiseren in Ludwigshafen, een vestigingsplaats die nog uit het steenkooltijdperk stamt, in een dichtbevolkte streek in het zuidwesten van Duitsland. Om Ludwigshafen op windenergie te laten draaien, zouden meerdere reusachtige parken voor de Nederlandse kust moeten worden gebouwd, stelt de BASF-woordvoerder . Zelfs als dat zou lukken, dan zou het overbelaste stroomnet niet in staat zijn de benodigde energie naar Ludwigshafen te transporteren.

Nieuw wasmiddel

De aandeelhoudersvergadering van BASF wordt gehouden in de Rosengarten in Mannheim, de wat sjiekere universiteitsstad aan de overkant van de Rijn bij Ludwigshafen. De rode bakstenen façade van het gebouw ademt nog de geest van het Duitse Keizerrijk uit, sober en robuust, met een vleugje Jugendstil-frivoliteit als zinnebeeld van rijkdom en vernieuwingsdrang.

Maar hoe Duits zijn bedrijven als BASF nog? De grote Duitse concerns zijn op alle continenten actief. In Duitsland werd gemopperd over de nieuwe fabriek in Zhanjiang. Banen schrappen in Ludwigshafen, maar acht miljard investeren in China. CEO Kamieth verwerpt de kritiek. ‘Moeten we de groeimarkt China buiten beschouwing laten – bij alle potentieel die zij BASF biedt?’, zegt hij. Het demografisch en economisch gewicht van de wereld verschuift naar Azië. Daar moet BASF bij zijn. ‘In China produceren we voor China. Niet voor de export naar Europa’, zegt Kamieth.

Maar wat betekent dat voor het Stammwerk in Ludwigshafen, de bakermat van het bedrijf? Dat heeft wel degelijk toekomst, zegt Kamieth. Jaarlijks investeert BASF zo’n anderhalf miljard euro in de fabriek, bijvoorbeeld in installaties voor grondstoffen voor chipsproductie, zodat Europa voor halfgeleiders minder afhankelijk wordt van Azië.

In de laboratoria van Ludwigshafen wordt nog altijd veel onderzoek gedaan. Bijvoorbeeld naar nieuwe wasmiddelen, met textiel dat vies gemaakt wordt met een gestandaardiseerde, precies afgemeten hoeveelheid eigeel of ketchup. Onlangs nog ontwikkelde BASF met Unilever een nieuw wasmiddel, Magic Coral Wash, waardoor de wasmachine nog maar een kwartier hoeft te draaien, in plaats van twee uur. Goed voor het milieu, voor drukbezette consumenten en voor BASF, zegt Kamieth.

Door innovatie en kostenbesparing kan BASF leren leven met een nieuwe realiteit, met duurdere energie en meer internationale concurrentie. ‘Er zal ook in de toekomst een chemische industrie in Europa blijven bestaan, al was het maar omdat het zinvol is bepaalde producten in de betreffende lokale markten te produceren’, zegt de woordvoerder van BASF. Chemicaliën laten zich nu eenmaal moeilijker over de wereld verslepen dan kerstverlichting, sportschoenen of zelfs auto’s. Te duur en vaak ook te gevaarlijk.

‘Nog altijd jouw BASF’

Maar BASF is niet meer de rots die de inwoners van de regio Ludwigshafen vanzelfsprekend werk verschafte. Zelfs de latere bondskanselier Helmut Kohl, geboren in Ludwigshafen, was werkstudent bij BASF. Van zijn loon kocht hij een Lambretta-scooter, waarmee de ambitieuze jonge politicus de vergaderingen van de CDU afreed.

Van 20 procent van de installaties in Ludwigshafen wordt nu onderzocht of zij nog wel concurrerend zijn. Kantoorbanen worden naar India verplaatst, kondigt bestuursvoorzitter Kamieth aan. ‘Dit is niet meer het BASF van vroeger. Dat hoor ik steeds weer, ook van werknemers’, zegt Kamieth. ‘Dan antwoord ik: het is nog altijd jouw BASF. Maar het verandert, en dat is dringend noodzakelijk.’

BASF-bestuursvoorzitter Markus Kamieth leidde het verzet van de Europese chemische industrie tegen het Emissions Trading System (ETS), waarbij bedrijven moeten betalen voor de uitstoot van CO2.

‘Sinds 1990 hebben we onze uitstoot gehalveerd en de productie-output verdubbeld. Maar we bereiken een punt waarop het laag hangend fruit grotendeels geplukt is’, zegt Felix Seebach, hoofd energie- en klimaatbeleid van BASF. ‘Verdere reductie van CO2-uitstoot is technisch complexer en economisch niet meer verantwoord, omdat de klanten er niet voor willen betalen.’

Volgens voorstanders van ETS moet het systeem juist worden gehandhaafd, omdat het bedrijven dwingt voor hernieuwbare energie te kiezen. ‘Principieel is dat een juiste gedachte. Alleen moeten bedrijven daar ook de financiële speelruimte hebben’, zegt Seebach. Inmiddels heeft de Europese Commissie een voorstel gedaan voor een ‘noodrem’ in het ETS, die moet voorkomen dat energie te duur wordt voor de industrie.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next