Vanuit zijn hoofdkantoor op de Amsterdamse Zuidas bouwt Nebius, een techbedrijf met Russische wortels, aan een imperium van gespecialiseerde AI-datacenters. In een jaar tijd is de omzet verachtvoudigd, tot bijna 400 miljoen dollar in het afgelopen kwartaal.
is economieredacteur van de Volkskrant en schrijft over technologie. Speciale aandacht heeft hij voor de opmars van kunstmatige intelligentie.
Tot ver buiten Amsterdam trekt het jonge, onbekende Nebius de aandacht. Alleen al in de afgelopen maanden sloot het datacenterbedrijf miljardendeals met techreuzen als Nvidia en Meta, en nam het drie Amerikaanse start-ups over om meer kennis op het gebied van AI en rekenkracht binnen te halen. Nebius wil profiteren van de schier onverzadigbare vraag naar rekenkracht door de opmars van AI.
Beleggers zijn enthousiast: na de presentatie van de kwartaalcijfers schoot de beurskoers van het bedrijf woensdag met meer dan 10 procent omhoog. De totale marktwaarde van Nebius ligt nu dik boven de 40 miljard euro.
Het bedrijf heeft datacenters staan in onder meer Finland, Frankrijk en de VS en bouwt er rap meer bij – woensdag kondigde het bedrijf weer een nieuwe locatie aan in Pennsylvania. Dit jaar verwacht Nebius zo’n 20 tot 25 miljard dollar (17 tot 21 miljard euro) te investeren, een kwart meer dan eerder aangekondigd.
Toch opmerkelijk, voor een bedrijf dat pas in 2024 werd opgericht. Nebius heeft feitelijk dan ook een langere geschiedenis, als voormalig onderdeel van Yandex, het grootste techbedrijf van Rusland.
Nebius ontstond toen Yandex-oprichter Arkady Volozj (62) de zakelijke banden met zijn geboorteland verbrak na de door hem als ‘barbaars’ beschreven Russische invasie van Oekraïne. In 2024 verkocht Volozj, die zelf al jaren in Israël woont, zijn aandelen in de Russische tak van Yandex voor zo’n 5 miljard euro. Hij begon opnieuw met het hem resterende brokstuk: de kleinere, voormalige internationale tak van het bedrijf, gevestigd in Amsterdam.
Aanvankelijk bestond het ingenieursteam voornamelijk uit Russen, zegt Tom Blackwell, Chief Communications Officer van Nebius, in een videogesprek. ‘Inmiddels hebben we iets van tweeduizend mensen in dienst met zeventig nationaliteiten.’ Ongeveer een derde werkt in Amsterdam.
Zoals bedrijven digitale opslagruimte huren bij externe datacenters – de ‘cloud’ – zo zullen ze ook massaal rekenkracht huren voor AI-toepassingen, verwachten ze bij Nebius. Dat is, plat gezegd, andere koek dan het opslaan van notulen en vergt een ander soort datacenters met een ander soort chips.
Doordat Nebius zich hierin al vanaf dag één specialiseert, hoopt het een streepje voor te hebben op concurrenten. Zelfs op techreuzen als Microsoft en Amazon, die óók grote datacenters bouwen om AI-modellen te kunnen laten draaien.
Des te opmerkelijker dat Nebius juist samenwerkt met enkele van die techreuzen. Het sloot meerjarencontracten ter waarde van 27 miljard dollar en 17 miljard dollar met respectievelijk Meta en Microsoft. Zeker het laatste bedrijf zou zich als directe concurrent kunnen ontpoppen, erkent Blackwell.
Microsoft slaagt er volgens hem niet in om zelf snel genoeg datacenters te bouwen en huurt daarom rekenkracht bij Nebius. Nebius, op zijn beurt, heeft de miljarden die het hiervoor krijgt hard nodig.
Tegen de tijd dat techreuzen genoeg datacenters voor zichzelf hebben gebouwd, hoopt Nebius genoeg andere klanten aan zich gebonden te hebben. ‘Variërend van start-upjes met twee mensen die rommelen met een nieuw model tot grote bedrijven als ABN Amro’, aldus Blackwell. Tot dusverre heeft het bedrijf ‘vele honderden, of iets van duizend’ klanten, maar dat moeten er ‘honderdduizenden’ worden.
Eerst zijn er nog wel wat hordes te nemen. Nebius moet veel meer kapitaal binnenharken, onder meer via leningen en grote deals als die met Microsoft, en genoeg plekken vinden om datacenters te bouwen. Klanten moeten het bedrijf vervolgens daadwerkelijk weten te vinden, zodat de monsterinvesteringen zich terugbetalen. Tot nu toe gaat dit laatste goed, zei CEO Volozj bij de presentatie van de kwartaalcijfers. ‘Meestal strijden meerdere klanten om elke GPU (AI-chip, red.) die we online brengen.’
Plannen voor een datacenter in Nederland zijn er nu niet. Vermoedelijk zijn veel Nederlanders daar weinig rouwig om, gezien de weerstand tegen datacenters, die veel energie en ruimte vergen.
Blackwell herkent die weerstand, ook in andere landen. ‘Maar ik denk dat wij er redelijk in slagen dat sentiment weg te nemen.’ Nebius steekt bijvoorbeeld veel aandacht in de communicatie naar omwonenden als het een datacenter wil bouwen, claimt hij, bijvoorbeeld door buurtbijeenkomsten te organiseren. ‘Dat is niet standaard in onze industrie.’
Zo zegt hij ook de zorgen over AI te begrijpen. Onlangs bleek nog uit een peiling van Pew Research dat de helft van de Amerikanen meer bezorgd is dan enthousiast. ‘De wereld worstelt nog met goede regulering. Tegelijkertijd denk ik – ik werk niet voor niks in deze industrie – dat AI-adoptie onafwendbaar is. Als bijvoorbeeld Nederlandse bedrijven zeggen ‘we doen niet mee’, zijn ze gewoon niet competitief meer.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant