Het asielzoekerscentrum Grave staat model voor het ‘azc van de toekomst’. Een opvanglocatie die de komende decennia meebeweegt met de in- en uitstroom van asielzoekers. Noodopvang, die nu tot zoveel protesten leidt, is dan niet meer nodig.
is regioverslaggever Zuid-Nederland van de Volkskrant.
Wie voor het eerst een asielzoekerscentrum bezoekt, reageert volgens Joeri Kapteijns altijd hetzelfde: ‘Het is eigenlijk gewoon een dorp of een wijk.’ Dat is volgens de bestuursvoorzitter van het COA, het Centraal orgaan opvang asielzoekers, precies de bedoeling. Kapteijns staat in een van de 108 van zulke ‘wijken’, de reguliere azc’s van het COA. In het Noord-Brabantse Grave, naast de Maas die de grens met Gelderland vormt, wonen zeshonderd asielzoekers.
Overal in het azc Grave spelen kinderen op de grasvelden achter sombere voormalige kazernegebouwen waarin asielzoekers tot tien jaar geleden werden opgevangen. Nu wonen ze naast moestuinen en een sportveld in ogenschijnlijk lukraak geplaatste, vrolijke gebouwen die desgewenst op termijn studenten, senioren of gescheiden ouders kunnen huisvesten.
Ook staan er tien jaar oude prefabwoningen, die het midden houden tussen tijdelijke en permanente huizen. Als ze niet meer nodig zijn, kunnen ze als bouwpakket aan een woningcorporatie worden verkocht. ‘Mocht de locatie ooit sluiten’, zegt Pieter van Doorn, bij het COA verantwoordelijk voor het vastgoed van twaalf azc’s, ‘dan kun je dit makkelijk transformeren naar een echte woonwijk.’
De locatie in Grave staat wat het COA betreft model voor het azc van de toekomst. Die toekomst is net zo ongewis als de situatie in de wereld. De oorlog in Syrië liet de asielinstroom pieken in 2015 en 2016, een periode van relatieve rust bracht het aantal asielzoekers weer naar beneden.
‘Als je als een malle nieuwe locaties gaat openen, ben je altijd te laat’, legt Kapteijns uit, ‘want dat doe je altijd pas als de instroom er is.’ Net als nu leidde het tien jaar geleden bovendien tot hevige protesten. Rond 2017 stopte de instroom en gingen de nieuwe locaties weer dicht. ‘Dat leidde dan weer tot veel verdriet van omwonenden.’ In korte tijd waren de azc’s immers deel gaan uitmaken van het leven van alledag. ‘Uit onderzoek blijkt al jaren dat weerstand snel verdwijnt als een azc er eenmaal is.’
De prijs voor het net zo snel afstoten van opvangplekken als het realiseren ervan, wordt nu betaald door samenleving én vluchtelingen. Die prijs heet noodopvang – nu met ruim 33 duizend asielzoekers op 205 locaties. Overal in Nederland zijn felle en soms zeer gewelddadige protesten tegen de komst van asielzoekers. Meestal gaat dat om de komst van een tijdelijke opvanglocatie, zegt Kapteijns.
Noodopvang in bijvoorbeeld leegstaande kantoren, voormalige cruiseschepen of oude sporthallen kent louter verliezers. Het is twee à drie keer zo duur als gewone opvang, omwonenden worden erdoor overvallen, de leefomstandigheden zijn slecht, er zijn nauwelijks voorzieningen en de tijdelijkheid demotiveert bewoners om bijvoorbeeld werk te zoeken.
‘Dat geeft ontzettend veel onrust’, zegt Kapteijns. Stel je voor: een half jaar in een kleine hut met een wildvreemde op een schip of wonen in een grote hal waar om zes uur ’s ochtends de eerste mensen wakker worden. ‘Dat geeft irritatie, korte lontjes en dat heeft gevolgen voor de veiligheid op zo’n noodlocatie en eromheen.’
Om alle tijdelijke opvang overbodig te maken, is de overtuiging van het COA, zijn azc’s nodig die tientallen jaren bestaan én kunnen meebewegen met de veranderlijke asielzoekersinstroom. Zoals azc Grave.
‘In elk geval tot 2055’, zegt burgemeester Marieke Moorman van Land van Cuijk, een gemeente met 32 dorpen en één stad, Grave. Over een kleine dertig jaar loopt het contract af, besloot de gemeenteraad onlangs. ‘Niet iedereen stond te juichen, maar tegelijk weten we niet beter dan dat dit azc er is – sinds 1997.’
Bij zo’n lange overeenkomst horen afspraken over de bestemming van al het vastgoed als de asielinstroom ooit daalt. Daarover gaat ‘vastgoedregisseur’ Van Doorn. ‘De gemeente verwacht steeds meer seniorenwoningen nodig te hebben. Daar hebben we bij de bouw van deze opvangplekken rekening mee gehouden.’ Hij opent de deur naar een hok waar vier wasmachines twee aan twee op elkaar staan. ‘Als hier ouderen zouden komen wonen, plaatsen we in deze ruimte een lift.’
Maar wat als vervolgens de instroom van asielzoekers weer stijgt? Van senioren gaan we niet vragen dan meteen plaats te maken, belooft COA-baas Kapteijns. ‘Wel zijn er allerlei doelgroepen te bedenken die tijdelijke huisvesting zoeken: studenten, arbeidsmigranten, gescheiden ouders. Als bijvoorbeeld de helft van de opvang onbezet is, kunnen we die mensen blij maken met een woning.’ Korte huurcontracten moeten dan de flexibiliteit bieden die nodig is als de instroom en dus de bezetting weer omhooggaat, redeneert Kapteijns.
Aldus ontstaat volgens hem het azc van de toekomst: een gewone wijk waar gezinnen van asielzoekers samenwonen met ouderen, jongeren, mensen met een beperking, maar ook statushouders. Een azc, kortom, dat nauwelijks als azc herkenbaar is. ‘Vastgoed is daarbij alleen maar een middel. Uiteindelijk gaat het om mensen die je opvangt.’
Die bewoners zeggen unisono: wij willen werken. Dat stuit nu nog op taalbarrières, papierwerk, onwetendheid bij werkgevers en soms vooroordelen. Vrijwilliger Marie Bongers regelde desondanks allerlei banen voor bewoners. Ze kan er met haar hoofd niet bij: ‘Nederland zit te springen om mensen en hier zitten asielzoekers die niets liever willen dan werken.’
‘Het arbeidspotentieel van bewoners wordt nu onvoldoende benut’, meent COA-voorzitter Kapteijns. Wat hem betreft gaan asielzoekers van het azc van de toekomst zo snel mogelijk ‘buiten’ aan het werk. Dat brengt het COA-ideaal pas echt dichtbij: ‘Opvang die een vanzelfsprekend onderdeel van de samenleving is.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant