Een contract op oproepbasis wordt voor veel werkenden verleden tijd. De Tweede Kamer heeft dinsdag ingestemd met een wet om flexwerkers meer bescherming te bieden. Nederland telt 2,7 miljoen werkenden met een flexibel dienstverband.
In plaats van een nulurencontract krijgen werknemers een 'bandbreedtecontract'. Dat houdt in dat er een minimum- en een maximumaantal uren wordt afgesproken. Dat aantal uren moet bij elkaar in de buurt liggen.
Als een werkgever iemand toch vaker oproept dat het maximale afgesproken aantal uren, moet het aantal uren in het contract ook omhoog. Nu is het nog zo dat werknemers met een nulurencontract op elk moment kunnen worden opgeroepen, of helemaal niet.
Er zijn een paar groepen uitgezonderd van deze regel. Dat zijn AOW'ers, studenten met bijbanen, scholieren en jongeren. Het idee is dat zij al een andere bron van inkomsten hebben of minder afhankelijk zijn van het werk dat onder een flexibel contract valt. Een veertienjarige vakkenvuller valt dus niet onder de wet.
Verder moeten werknemers sneller een vast dienstverband krijgen na een tijdelijk contract. "Het uitgangspunt is dat tijdelijke contracten alleen bedoeld zijn voor tijdelijk werk", schrijft minister Hans Vijlbrief (Sociale Zaken en Werkgelegenheid).
Als iemand het maximumaantal van drie tijdelijke contracten heeft doorlopen, mag de werkgever diegene drie jaar lang geen tijdelijk contract meer aanbieden. Nu is die termijn zes maanden, waardoor sommige werknemers in een zogeheten draaideurconstructie terechtkomen. Na een half jaar uit dienst te zijn, krijgt zo iemand dan weer een tijdelijk contract.
Mensen die via een uitzendbureau werken, krijgen minstens "gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden" als de andere werknemers binnen een organisatie. Voor hen wordt de fase korter waarin ze op elk moment kunnen worden ontslagen, of niet weten hoeveel uren ze kunnen werken.
"Met dit wetsvoorstel krijgen mensen meer zekerheid over hoeveel uren ze werken en hoe hoog hun inkomen is", zegt Vijlbrief. "Als je dat weet, kun je plannen maken voor de toekomst." Als ook de Eerste Kamer instemt, kan de wet op 1 januari 2028 in werking treden.
Werkgeversorganisatie AWVN zegt de redenen achter de wet te begrijpen, maar vreest wel voor hogere kosten voor werkgevers. "Een flexibele schil zal moeilijker en duurder zijn om in stand te houden", zegt een woordvoerder. "Veel bedrijfstakken moeten snel kunnen op- en afschalen."
AWVN hoopt dat de minister ook werk maakt van de versoepeling van vaste contracten. "Denk aan de ontslagprocedures", zegt de woordvoerder. "Die zijn vaak omslachtig en heel duur." In deze krappe arbeidsmarkt pleit AWVN ervoor ook de transitievergoeding onder de loep te nemen.
Het wetsvoorstel maakt deel uit van een bredere hervorming van de arbeidsmarkt. Aanleiding was het rapport van een commissie onder leiding van oud-topambtenaar Hans Borstlap, die in 2020 al waarschuwde voor een scheefgroei tussen vast en flexibel werk.
Source: Nu.nl economisch