Wappies in Paraguay, belastingontduikers in Dubai, vleeseters in Nederland: ze willen allemaal de vrijheid hebben om niet door de overheid te worden lastiggevallen. Die individualistische vrijheidsopvatting vreet aan de fundamenten van de democratie, betoogt filosoof en cabaretier Tim Fransen.
Mijn vriendin en ik reden over een N-weg terug naar huis toen een tegenligger naar ons seinde. Ik keek bezorgd naar mijn vriendin in de bijrijdersstoel. Zij is de ervaren autobestuurder van ons twee – ik durf eigenlijk alleen te rijden als zij naast me zit, zodat ze kan meekijken in spannende situaties. Zoals deze.
Wat had dit gesein te betekenen? Was onze koplamp kapot? Had ik per ongeluk een wasbeer geschept die nog aan onze bumper bungelde?
Haar geruststellende antwoord: ‘Waarschijnlijk is er verderop een verkeerscontrole.’
Over de auteur
Tim Fransen is cabaretier en schrijver. Zijn boek In onze tijd – Leven in het calamiteitperk werd vorig jaar bekroond met de Socratesbeker.
Ik wist helemaal niet dat dit een ding was: weggebruikers die elkaar onderling waarschuwen voor verkeerscontroles. Een warm gevoel van solidariteit overviel me: die tegenligger kende mij helemaal niet – althans, ik ga ervan uit dat hij in het voorbijgaan niet kon zien dat hij te maken had met de befaamde meervoudig Poelifinario-winnaar Tim Fransen – en toch was deze persoon zo vriendelijk om me te waarschuwen voor een politieman met een laserpistool.
Het is dat je niet kunt seinen met je achterlicht, en ik geen morsecode ken, anders had ik deze tegenligger graag dankjewel geseind.
Een moment later dacht ik ineens: wacht eens even, is dit niet volkomen krankjorum?
We leven in een democratie. Als we zouden willen, zouden we alle verkeersregels gewoon kunnen afschaffen. Maar als ik me niet vergis, willen wij toch zelf dat er – ik noem maar wat – een snelheidslimiet geldt, of een verbod op kacheltjelam rondkarren (vermoedelijk niet de juridische term)?
Zulke regels zijn via een democratisch proces tot stand gebracht, ten behoeve van onze eigen veiligheid. Bovendien financieren we gezamenlijk een overheidsapparaat met bijbehorende instanties, in dit geval de politie, om zulke zelfgekozen regels te kunnen handhaven. Is het dan niet merkwaardig, en zonde van ons belastinggeld, als we vervolgens onder een hoedje gaan zitten spelen om diezelfde regels weer te omzeilen?
Ik moest aan dit voorval denken tijdens het kijken naar Wakker in Paraguay. In deze spraakmakende documentaireserie van de NPO volgen we een groep ‘wakkere Nederlanders’ die zich om de een of andere reden niet langer thuisvoelen in Nederland, of sterker, in Europa.
Hun redenen (en complottheorieën) lopen uiteen: van kwaadaardige elites die ons proberen te vergiftigen met ‘chemtrails’ (de witte condensstrepen die worden achtergelaten door vliegtuigen), tot de straling van 5G-netwerken waarmee ‘ze’ ons willen manipuleren.
Tijdens de coronacrisis stonden deze mensen vrolijk bekend als ‘de wappies’. Ook voor de hoofdrolspelers die we volgen in deze documentaire – we leren dat ook Willem Engel een appartement heeft gekocht in Paraguay, zijn broer Jan heeft zich er al gevestigd – waren de coronamaatregelen een belangrijke aanleiding om Nederland te ontvluchten. De avondklok, de mondkapjesplicht, de ‘medische dwang’: hierin zagen zij een regelrechte aanval op onze persoonlijke vrijheid.
In die bezorgdheid om hun vrijheid vinden we de sleutel tot hun wereldbeeld. Wat dat betreft lijkt de coronapandemie een katalysator te zijn geweest voor een bredere beweging die zich afzet tegen de liberaal-democratische instituties. De ‘wakkeren’ in deze documentaire hebben grote overeenkomsten met de groeiende groep van ‘autonomen’ of ‘soevereinen’. Deze mensen beschouwen de overheid als illegitiem, en weigeren bijvoorbeeld verkeersboetes of belasting te betalen. Wat ze met elkaar delen is een hyperindividualistische opvatting van vrijheid.
Zoals de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) schrijft in een rapport uit 2025: ‘In het soevereine wereldbeeld is het individu zelf de hoogste autoriteit, zonder onderdrukt te worden door een overheid.’
Over Wakker in Paraguay is al het een en ander geschreven, ook in de Volkskrant. In deze stukken is deze documentaire veelal besproken als een fascinerend inkijkje in, zoals Sander Schimmelpennick het beschreef, een ‘extreemrechtse cult’ van ‘complotdenkers die zijn gehersenspoeld door sociale media’.
Nu lijkt me dit een accurate karakterisering. Toch geloof ik dat er nog een andere manier is om naar deze groep mensen te kijken. Want in deze beschrijving ligt de nadruk op alle manieren waarop deze mensen afwijken van de gangbare denkbeelden: ‘extreem’, ‘cult’, ‘gehersenspoelde complotdenkers’.
Wat mij opviel was hoe deze ‘wakkeren’ in een cruciaal opzicht juist een Nederlandse norm belichamen. En wel in die hyperindividualistische opvatting van vrijheid. Dat is minder verrassend dan het misschien lijkt: uit internationaal onderzoek blijkt telkens weer dat Nederland behoort tot de meest individualistische landen ter wereld. En dat individualisme bepaalt ook onze kijk op vrijheid.
In die zin zijn de ‘wakkeren’ geen vreemde afwijking, maar hoogstens een overtreffende trap. Want ook in de algemeen aanvaardbare – ik durf te zeggen: dominante – opvatting, vreet dit individualistische vrijheidsidee aan de fundamenten van onze samenleving. Het is een opvatting van vrijheid die vanzelfsprekend is gaan lijken, terwijl die in wezen haaks staat op een gezonde democratie.
Om dat te begrijpen moeten we inzoomen op dat sleutelwoord ‘vrijheid’. Uit onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau blijkt dat Nederlanders van alle dingen het meest trots zijn op ‘onze vrijheid’.
Dat gegeven vertelt ons op zich nog niet zoveel, vrijheid kan verschillende dingen betekenen. In haar mooie boek Vrijheid – Een woelige geschiedenis (2020) laat hoogleraar moderne geschiedenis Annelien de Dijn zien: wat wij nu min of meer vanzelfsprekend onder vrijheid verstaan, is in feite een relatief nieuw fenomeen.
Wat mensen tegenwoordig met vrijheid bedoelen is zoiets als: ‘kunnen doen waar je zin in hebt zonder dat een ander (met name de overheid) zich ermee bemoeit’. Oftewel: vrijheid, blijheid. Annelien de Dijn noemt dit ‘moderne vrijheid’, maar we zouden het ook persoonlijke of individuele vrijheid kunnen noemen.
Hoe vanzelfsprekend deze betekenis van vrijheid tegenwoordig ook mag voelen, het is zo’n beetje het tegenovergestelde van wat men in de klassieke oudheid onder vrijheid verstond. Vanaf de Atheense democratie van vijf eeuwen voor Christus loopt een democratische traditie waarin vrijheid wordt opgevat als collectief zelfbestuur. In plaats van onderworpen te zijn aan de almacht en willekeur van een koning, keizer of monarch is een volk vrij als het zelf kan beslissen onder welke wetten het wil leven. Oók als die zelfgekozen wetten een inperking vormen van de individuele vrijheid (wat natuurlijk bij vrijwel alle wetten het geval is).
Het is deze collectieve vorm van vrijheid die burgers in Poetins Rusland of in een eenpartijstaat als China niet of nauwelijks hebben.
Het is pas rond 1800 dat zogenoemde liberalen die eerder genoemde moderne, individuele vorm van vrijheid begonnen te propageren. Oftewel: de vrijheid om in alle rust van ons leven en ons eigendom te genieten, zonder bemoeienis van de staat. Dit is het idee van vrijheid waarop ook ‘de wakkeren’ zich beroepen.
In de eerste aflevering geeft Jeroen Pols, in zekere zin de Mozes van de Nederlandse exodus richting Paraguay, vrijwel letterlijk deze definitie van vrijheid: ‘Vrijheid is dat je zelf kunt bepalen wat je doet, en dat je zo min mogelijk met de overheid te maken hebt. Dat is vrijheid.’
Pols zegt het niet op een kalme, vrolijk filosoferende toon, maar eerder geagiteerd. Het is namelijk deze persoonlijke vrijheid waarin ‘de wakkeren’ zich bedreigd voelen, en de reden waarom ze Paraguay hebben uitgekozen als het beloofde land. Niet per se vanwege de positieve kwaliteiten van Paraguay, maar simpelweg omdat de Paraguayaanse overheid te zwak en te disfunctioneel is om zich al te veel met haar burgers te kunnen bemoeien.
Als voorbeeld noemt Jeroen Pols dat je in Paraguay geen belastingaanslag hoeft te verwachten. ‘Als Paraguay een belastingaanslag stuurt – ten eerste komt die niet aan, waar moet die heen gestuurd worden? Je hebt hier eigenlijk geen adressen. En ten tweede, hoe ga je dat innen?’
De broer van Willem Engel geeft een minstens zo veelzeggend voorbeeld van de vrijheid die Paraguay hen biedt: ‘Dronken op de brommer is [in Paraguay] geen enkel probleem.’
Deze voorbeelden zullen de gemiddelde Nederlander vermoedelijk wat extreem in de oren klinken. Toch begon mij op die N-weg te dagen dat wij misschien wel minder van de ‘wakkeren’ verschillen dan we graag van onszelf willen geloven. De meesten van ons staan weliswaar niet te springen om zonder helm op een brommer kunnen te rijden, toch geldt bij ons, bijvoorbeeld in de omgang van verkeersregels, een lightvariant: in dit geval een onderling seinsysteem waarmee we eventuele verkeerscontroles kunnen omzeilen.
Om nog maar te zwijgen van volledig ingeburgerde apps zoals Flitsmeister, die dezelfde functie hebben.
Het is belangrijk om te zien dat wanneer we vrijheid opvatten als ‘afwezigheid van (overheids)bemoeienis’, de overheid vrijwel automatisch onze opponent wordt. Bovendien ondermijnt deze hyperindividualistische vrijheidsopvatting alles wat een samenleving een samenleving maakt. Het werkt daarmee als een gif voor een gezonde democratie.
Laat ik nog drie voorbeelden noemen van hoe deze individualistische vrijheidsopvatting niet alleen onze maatschappelijke fundamenten ondermijnt, maar ons bovendien vervreemdt van wat een democratie überhaupt is.
Voorbeeld: de coronapandemie. Of zoals de ‘wakkeren’ het noemen: de plandemie. In tegenstelling tot de wakkeren zag de gemiddelde Nederlander hierin geen (mondiaal) vooropgezet plan van politieke elites om onze vrijheid te beknotten. Toch toonde de gemiddelde Nederlander ook hier dat we onze individuele vrijheid graag laten triomferen boven het maatschappelijk belang.
Tijdens de barre lockdownwinter van 2020-2021 bijvoorbeeld liet ongeveer 30 tot 40 procent van de mensen zich testen bij klachten. Interessant genoeg lag de steun voor deze maatregel op 85 tot 90 procent. Kortom: we vonden het goed dat die regel bestond, we beschouwden onszelf alleen als autoriteit als het aankwam op de naleving ervan.
Let wel: we hebben het hier niet over controversiële maatregelen zoals schoolsluitingen of avondklokken. Een simpel en bescheiden beroep op de sociale verantwoordelijkheid van burgers, bijvoorbeeld in de vorm van testen bij klachten, was juist bedoeld om meer ingrijpende maatregelen te voorkomen.
De consequenties van deze houding werden pijnlijk duidelijk in de winter erna. De omikronvariant die destijds rondging was weliswaar besmettelijker, maar ook vele malen milder. De situatie was daardoor in de meeste landen hanteerbaar. Maar omdat veel Nederlanders ‘klaar waren met corona’ was de bereidheid om ons bijvoorbeeld te laten testen of thuis te blijven bij klachten tot een dieptepunt gedaald.
Het ironische gevolg was dat ons vrijheidslievende landje te maken kreeg met de strengste lockdown van heel Europa.
Hierin schuilt een belangrijke les: niet alleen vraagt het maatschappelijke belang er soms om dat we onze individuele vrijheid iets inperken; handelen naar het maatschappelijk belang is soms ook de beste manier om onze vrijheid te beschermen.
Dat gaat ook op voor het tweede voorbeeld: klimaatverandering. Net als in de pandemie zien de wakkeren ook in ‘die klimaatbullshit’ een voorwendsel van politieke elites om hun macht te vergroten en onze vrijheden in te perken. Zo draagt een van de wakkeren als blijk van verzet een T-shirt met de tekst ‘I love CO2’.
Toch geldt ook hier: streep de paranoia over een groen wereldcomplot weg, en wat je overhoudt is dezelfde wijdverbreide weerstand tegen doortastende duurzame maatregelen.
Zo kwam onlangs een einde aan de jaarlijkse campagne Nationale Week zonder Vlees. Oprichter Isabel Boerdam vertelde in de Volkskrant dat ze in de afgelopen jaren het verzet zag toenemen: mensen ervoeren de campagne als betuttelend. Om elke zweem van betutteling te voorkomen is de campagne nu omgedoopt tot het volstrekt betekenisloze ‘Wissel ’ns wat’. Dat kan net zo goed betekenen dat vegetariërs die week maar ’ns vlees moeten eten, of dat je een week lang de avondmaaltijd begint met het toetje.
Laat de absurditeit even tot je doordringen. We hebben hier te maken met mogelijk de grootste bedreiging voor onze leefwereld, zowel lokaal als wereldwijd. We zijn een land dat grotendeels onder de zeespiegel ligt. Toch moet je het blijkbaar niet in je hoofd halen om een campagne te starten met een aansporing om ons gedrag daar één week per jaar (!) wat op aan te passen.
Nota bene: het gaat hier niet om een overheidsverbod, zelfs niet om een belasting op vlees, maar om een geheel vrijblijvende suggestie in de vorm van een informatiecampagne. Zelfs zoiets zien we al als een bedreiging voor de vrijheid om onze eigen gang te gaan.
Beredeneerd vanuit de bijna heilige vrijheid om te doen wat we willen, is feitelijk elk beroep op onze morele of maatschappelijke verantwoordelijkheid een bedreiging van onze vrijheid. En aangezien de overheid nu eenmaal de taak heeft om het maatschappelijk belang te kanaliseren en te vertolken, is zij algauw de kop van Jut.
Hoezeer de heiligverklaring van persoonlijke vrijheid haaks staat op een gezonde democratie, is zichtbaar in het laatste voorbeeld: belastingheffing. Wat mij betreft een van de mooiste uitvindingen in de menselijke geschiedenis. Doordat we allemaal een fiscaal steentje bijdragen, kunnen we de collectieve voorzieningen bekostigen die aan de basis staan van een beschaafde en welvarende samenleving: onderwijs, gezondheidszorg, een politieapparaat, een degelijke infrastructuur, riolering, wetenschappelijk onderzoek, duurzame investeringen, de rechtsstaat, sociale werkplekken, een nieuwe sportauto voor Sywert van Lienden, noem het maar op.
Maar redenerend vanuit het individualistische vrijheidsperspectief – nogmaals: het recht om zonder bemoeienis van ons leven en ons eigendom te genieten – is belasting niet iets wat we afdragen voor een collectief goed, maar iets wat ons wordt afgepakt. In Wakker in Paraguay horen we veelvuldig over de ‘grijpgrage overheid’ als ‘een criminele organisatie die ons probeert financieel uit te kleden’.
In dezelfde lijn kunnen we hier ook denken aan de influencers die naar Dubai zijn verhuisd om belasting te ontwijken. Terecht was dan ook de spot en de ophef toen zij, na het uitbreken van de oorlog in Iran, ineens de Nederlandse staat nodig hadden voor extra repatriëringsvluchten.
Toch is ook hier het verschil met de doorsnee Nederlander een kwestie van gradatie. Want wie van ons ziet onze jaarlijkse belastingafdracht als een verworvenheid? Als een onmisbaar democratisch instrument om het door ons gekozen beleid te financieren? Het lijkt er toch meer op alsof we ons zuurverdiende geld schoorvoetend afstaan zodat we niet in de problemen komen met de Belastingdienst.
Soms is dit sentiment subtiel. Toen onlangs bij Nieuwsuur een econoom uitlegde dat steeds meer mensen constructies optuigen om de erfbelasting te omzeilen, was de reactie van presentatrice Mariëlle Tweebeeke veelzeggend: ‘Mensen zijn dus gewoon steeds slimmer geworden om met de hulp van notarissen een slimme manier te vinden om minder belasting te betalen.’
Met andere woorden: belastingontwijking is niet immoreel of asociaal, maar ‘slim’.
Het sentiment dat belasting iets is dat ons wordt afgepakt, bestaat ook minder subtiel. Onderzoek van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies (2025) liet onlangs zien dat ongeveer een op de drie Nederlanders – tussen de 4,5 en de 4,9 miljoen mensen – de overheid ziet als ‘een bedrijf dat haar burgers beschouwt als onderdeel van een winstmodel’.
Dit is schokkend. Het staat haaks op iedere denkbare voorstelling van democratie, waarbij we gezamenlijk het beleid bepalen en dat beleid bekostigen middels een gezamenlijke belastingpot.
(Overigens is de Nederlandse staat als winst najagend bedrijf dan niet erg succesvol, gezien het feit dat die al zes jaar op rij te maken heeft met een begrotingstekort.)
Wat al deze voorbeelden tonen: onze smalle, individualistische lens op vrijheid leidt tot een vreemd soort schizofrenie. Een schizofrenie waarbij we wel verkeersregels willen, maar tegelijkertijd samenspannen om diezelfde regels te omzeilen.
Het is niet ‘de overheid’ die een probleem heeft als het aantal verkeersdoden zou verdubbelen, of als het klimaatprobleem uit de klauwen loopt. En het is ook niet ‘de overheid’ die een probleem heeft als er te weinig belastinggeld binnenkomt om, ik noem maar wat, een zorgstelsel overeind te houden. Dat zijn wij.
Egoïsme vieren als vrijheid toont dan ook een wijdverbreide decadentie: denken dat dit alles vanzelfsprekend zal blijven bestaan, er gedachteloos van profiteren, zonder het bijbehorende besef wat ervoor nodig is om het in stand te houden. In plaats van ‘de wakkeren’ te bespotten als gekkies, zouden we ons misschien eerder moeten afvragen of onze samenleving niet een al te rijke voedingsbodem vormt voor dit soort asociale ideeën.
Het individualistische vrijheidsconcept levert dus niet alleen een disfunctionele samenleving op, het beneemt ons bovendien het zicht op wat een samenleving in wezen is: een samenwerkingsverband.
Je hoeft geen socialist of christendemocraat te zijn om een samenleving zo te zien. Neem de liberale denker John Rawls, zonder twijfel de meest prominente politiek filosoof van de 20ste eeuw. In zijn monumentale A Theory of Justice (1971) beschrijft hij een politieke samenleving als ‘een samenwerkingsverband tot wederzijds voordeel’ dat ‘een beter leven voor allen mogelijk maakt dan enig mens zou hebben als eenieder uitsluitend op eigen kracht zou leven’.
Naast een collectief belastingsysteem is een ander essentieel onderdeel van die samenwerking bijvoorbeeld de verdeling van maatschappelijk werk: alleen omdat sommige mensen een kinderdagverblijf runnen, het vuilnis ophalen, misdadigers opsporen en aardappels telen, kunnen anderen zich buigen over het schrijven van essays of het maken van een cabaretvoorstelling.
De samenleving zien als samenwerkingsverband maakt duidelijk dat het wereldbeeld van de ‘autonomen’ en de ‘soevereinen’ een waanbeeld is. Een leven waarin we niet afhankelijk zouden zijn van anderen is, in zoveel opzichten, het meest armoedige leven denkbaar.
Maar ook in de lightvariant vreet deze individualistische opvatting van vrijheid aan de fundamenten van onze maatschappij. Het is daarom niet zozeer een vrijheidsopvatting, als wel een vrijheidsmisvatting: uiteindelijk zal ze namelijk ook het comfortabele, welvarende leven ondermijnen dat we ermee hopen te beschermen.
Die blinde vlek kan ons duur komen te staan. Wakker in Paraguay zou wat dat betreft – pun semi-intended – een wake-upcall moeten zijn. In een wrange maar betekenisvolle ironie volgt de documentaireserie Wakker in Paraguay de wet van Tsjechov: als er in de eerste scène een pistool ten tonele verschijnt, moet deze in de laatste scène afgaan.
Waar in de eerste aflevering Paraguay nog wordt gejubeld om de vrijheid om zonder helm te kunnen brommeren, wordt in de laatste aflevering de Nederlandse migrantengemeenschap opgeschrikt door onthutsend nieuws: een van de wakkere Nederlanders is omgekomen bij een verkeersongeluk.
Hij droeg geen helm.
Geschrokken van het incident probeert wakkere messias Jeroen Pols in te praten op zijn zoon, die op dat moment maar half geïnteresseerd zijn motor schoonmaakt. De bezorgde vader drukt zijn zoon op het hart om alsjeblieft een helm te dragen: ‘Het laatste wat je wilt, is dat je [hier in Paraguay] op de intensive care belandt. Want wat dat betreft is het hier geen Nederland.’
De gemeenschapszin die het de wakkeren in Paraguay oplevert om samen de Nederlandse betutteling te ontlopen, lijkt op het gevoel van solidariteit dat me in de auto overviel: warm, maar verraderlijk.
Hoe mooi zou het zijn als we dat gevoel van saamhorigheid wisten te creëren, niet door samen te spannen tegen onze eigen overheid, maar door een besef van gedeeld democratisch eigenaarschap. Het zou zonde zijn als we onze democratische vrijheid verspelen uit naam van het recht om te doen wat we willen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant