Reza Pahlavi, zoon van de laatste sjah, heeft een ‘afslag naar rechts’ genomen. De oorlog met Iran moedigt hij nu aan – en met hem een groep steeds radicalere Iraanse Amerikanen. Hun belangen liggen opeens op één lijn met die van Israël en Maga.
is correspondent Verenigde Staten van de Volkskrant. Ze woont in New York.
Voor even lijkt het conservatieve congres in Texas op een Iraans popconcert. Als Reza Pahlavi, de 65-jarige zoon van de laatste Iraanse sjah, dit voorjaar het podium bestijgt van de Conservative Political Action Conference in Dallas wordt het publiek wild. ‘Javid Shah! Javid Shah!’, roepen stemmen in het Perzisch: lang leve de sjah. ‘Wij zijn verliefd op je’, schreeuwt een vrouw.
Het is dan eind maart, vier weken nadat Israël en de Verenigde Staten de eerste aanvallen hebben uitgevoerd op Iran. De VS hebben even eerder per abuis een meisjesschool opgeblazen met 175 doden tot gevolg. Maar Pahlavi, die zichzelf presenteert als een politieke leider die Iran wil ‘transformeren tot een democratie’, is niet naar Texas gekomen om de Amerikanen op de vingers te tikken. Hij hoopt juist op méér actie.
In een zaal vol cowboyhoeden en rode Maga-petjes beklaagt de zoon van de sjah zich over eerdere Amerikaanse presidenten die niet de moed hadden om zijn land aan te vallen. Donald Trump gaat er wel voor. ‘Voor het eerst in een halve eeuw hebben de Iraniërs een kans om het regime van terreur en chaos te beëindigen’, zegt Pahlavi tegenover een juichende menigte van uiterst rechts Amerika.
‘President Trump is making America great again’, zegt Pahlavi vanaf het podium in Dallas. ‘I intend to make Iran great again.’
De Amerikaanse en Israëlische oorlog met Iran is nu negen weken gaande. Er zijn zeventienhonderd doden bevestigd, vele scholen en ziekenhuizen verwoest. Het Iraanse regime is onderwijl niet zwakker geworden, maar sterker. Door de Straat van Hormuz af te sluiten, hebben de Iraniërs bewezen – aan zichzelf en aan de wereld – dat ze met minimale middelen de mondiale economie in hun greep kunnen houden. Het Iraanse volk blijft intussen lijden onder een regime dat van geen wijken weet.
Toch wordt deze oorlog juist aangemoedigd door een invloedrijke groep Iraanse Amerikanen, onder leiding van de prominente oppositiefiguur Reza Pahlavi. Lange tijd ageerde hij tegen een oorlog, maar plots maakte hij een ommezwaai.
‘Het is niet een bepaalde gebeurtenis, eerder een proces dat voor die verandering heeft gezorgd’, zegt historicus Nahid Siamdoust, docent Midden-Oostenstudies aan de Universiteit van Texas. ‘De belangen van Israël, Pahlavi en de Maga-beweging kwamen op één lijn te liggen. De Israëliërs zagen dat ze met behulp van Pahlavi ook onder Iraniërs steun konden winnen voor een oorlog.’
‘Dankjewel Trump!’, roepen Pahlavi’s fans in Texas naar het podium.
Hoe kan het dat deze Iraanse beweging zo staat te juichen voor de Amerikaanse en Israëlische oorlogsmachine?
Nog voordat de Iraanse sjah Mohammad Pahlavi in 1979 werd afgezet, verhuisde diens 17-jarige zoon naar de VS voor studie. In Texas volgde Reza Pahlavi een training tot piloot en studeerde daarna politicologie. Hij was niet de enige; in de jaren zeventig vestigden zich tienduizenden Iraanse studenten in de VS.
Die groep Iraniërs dijde in de loop der jaren verder uit met verschillende zuilen: rijke monarchisten die de val van de sjah voor wilden zijn. Joodse Iraniërs die vreesden voor repercussies van het islamitische bewind. Linkse activisten op zoek naar veiligheid.
Achter de wolkenkrabbers van New York en de valleien van Californië groeiden de Iraniërs uit tot een succesvolle, hoogopgeleide migrantengroep. Zij stemden vaker Democratisch dan Republikeins. Jarenlang probeerde Reza Pahlavi hun harten te veroveren. Vanuit zijn woonplaats in Maryland, op een half uur rijden van het Witte Huis, wilde hij de Iraanse oppositie verenigen.
‘Ik kan me de tijd herinneren dat mensen niet wisten wie hij was’, zegt Pahlavi’s voormalige hoofd strategie Mehrdad Youssefiani telefonisch vanuit Washington. Zeventien jaar lang werkte Youssefiani voor de verbannen kroonprins en beschouwde hij hem als goede vriend. ‘Een van mijn taken was om zijn bekendheid te vergroten onder de internationale gemeenschap en binnen Iran zelf.’
Volgens zijn oud-collega, die zijn team enkele jaren geleden heeft verlaten, was Pahlavi’s doel om van buitenaf het Iraanse regime ten val te brengen, door middel van economische en politieke druk. Toen wilde hij nog een brede coalitie vormen, met Iraniërs uit verschillende politieke en etnische groepen.
‘Vlak na de eeuwwisseling zetten we via de satelliet tv-interviews op die Pahlavi bekend konden maken bij het Iraanse publiek’, zegt Youssefiani. ‘Door de anti-sjah-propaganda van het regime waren mensen verbaasd dat hij zo goed Perzisch sprak.’
De laatste twintig jaar ziet de weemoedige Iraanse diaspora, die nog altijd verlangt naar een vrij Iran, dat de situatie in hun thuisland alleen maar verslechtert.
Toen Mahmoud Ahmadinejad in 2005 president werd, verdrievoudigde het aantal executies. Bij de verkiezingen in 2009 gingen veel Iraniërs, ook in de VS, massaal achter de hervormingsgezinde Mir-Hossein Mousavi staan. Hij verloor de verkiezingen, die niet eerlijk verliepen. Als reactie trok het regime de teugels nog strakker aan.
Dat bleek een katalysator voor de invloed van Pahlavi. ‘Een aantal teleurgestelde activisten uit Iran die hun hoop hadden gevestigd op hervormingen besloot het over een andere boeg te gooien’, zegt Peyman Jafari, docent Midden-Oosterse geschiedenis aan de William & Mary Universiteit in Virginia. ‘Zij vluchtten vanaf 2010 de oceaan over om in de VS voor Reza Pahlavi’s campagne te werken: iemand met een achternaam die in heel Iran al bekend is, en die op dat moment al wat politiek kapitaal heeft opgebouwd.’
In de coulissen van Washington werd dan al jaren gepleit vóór een oorlog met Iran. Sinds de jaren negentig riepen Republikeinse haviken, en ook enkele Democraten, dat de VS hun positie in de wereld moesten versterken. Iran binnenvallen stond hoog op hun wensenlijst. Maar mede onder druk van deze neoconservatieve vleugel waren de Amerikanen begin deze eeuw al verwikkeld in twee forever wars met Afghanistan en Irak. Iran is groter dan beide landen bij elkaar. Een nieuwe oorlog leek ondenkbaar.
Toch moesten ze iets met hun ideologische vijand. De Amerikanen, eerst onder George W. Bush en vervolgens onder Barack Obama, raakten steeds bezorgder over het Iraanse nucleaire programma. Dat hadden ze gedeeltelijk aan zichzelf te danken. In de jaren vijftig moedigden de VS de sjah – Pahlavi’s vader dus – nog aan om het nucleaire programma te ontwikkelen. Nu vreesden ze voor een islamitisch bewind met een atoombom binnen handbereik.
Obama koos voor de diplomatieke route, onderhandelde met Teheran en tekende in 2015 de Irandeal. In ruil voor sanctieverlichting beperkte Iran zijn atoomprogramma en onderwierp het aan strikte internationale controles.
‘De meeste Iraniërs in de VS stonden in die tijd achter de Irandeal’, zegt Sahar Razavi, directeur van het studiecentrum voor Iran en het Midden-Oosten aan de California State University. ‘Ze hoopten dat de deal het land wat opener en vrijer kon maken.’ Maar niet iedereen was even blij.
De Israëliërs waren woest over de deal tussen hun grootste vijand en grootste bondgenoot. Door toedoen van pro-Israëlische clubs in Washington als American Israel Public Affairs Committee (AIPAC) bleef de deal in de VS ter discussie staan. Ze pompten geld in kandidaten, zowel Republikeinen als Democraten, die zich ertegen uitspraken.
Toen Donald Trump in 2016 de verkiezingen won, verscheurde hij enkele jaren later de deal. In 2018 startte het ministerie van Buitenlandse Zaken met het ‘Iran Disinformation Project’. Hun doel, zeiden ze, was om het Iraanse regime te bestrijden op sociale media, door leugens van het regime aan te vallen en antiregimegeluiden te versterken.
‘Hierdoor zag je dat de kwestie de Iraanse diaspora ging verdelen’, zegt Razavi, die onderzoek doet naar deze gemeenschap in de VS. ‘Het onderlinge vertrouwen nam af, ook binnen families. Wie prodiplomatie, pro-Irandeal en anti-oorlog was, durfde zich steeds minder uit te spreken.’
Want het Amerikaanse programma begon ook met haatcampagnes tegen journalisten, activisten en academici buiten Iran, die niets met de Iraanse regering te maken hadden. Wie zich vóór de Irandeal uitsprak, werd online zwartgemaakt als spreekbuis van het regime, en werd aan de schandpaal genageld. De projectgroep verspreidde negatieve blogs en valse tweets over hen. Alles om hen te ontmoedigen zich uit te spreken voor diplomatieke betrekkingen met Iran.
‘Ik werd iedere dag aangevallen door bots die zich voordeden als Iraniërs’, zegt journalist Thomas Erdbrink, destijds Irancorrespondent voor de Volkskrant en The New York Times. ‘Ik zou een spion van het regime zijn, mijn vrouw was de dochter van [ayatollah] Khamenei, ik moest dood.’
Het was door die aanvallen niet meer leuk om over Iran te schrijven, zegt Erdbrink. ‘Meer journalisten die ik ken stopten met over Iran schrijven en praten.’
Veel journalisten, academici en activisten verloren binnen de diaspora in de VS hun geloofwaardigheid, maar die van oppositiefiguur Reza Pahlavi werd alsmaar groter.
De zoon van de sjah was niet weg te slaan op tv-zenders van de Iraanse diaspora. Bij Manoto, dat sinds 2010 vanuit Londen programma’s in het Perzisch uitzendt, vertoonden ze nostalgische documentaires over de sjah, die nu meer als held werd neergezet dan een dictator die zijn politieke tegenstanders liet arresteren en martelen. Zoon Reza werd er geïnterviewd door bekende Iraanse komieken als Max Amini, en mocht aanschuiven bij populaire tv-shows. Ook een tweede zender, Iran International, verspreidt de laatste jaren pro-Pahlavi-nieuws.
‘Zo begon de Fox News-ificatie van de Iraanse gemeenschap’, zegt politicoloog Razavi. Zoals Fox News het Amerikaanse publiek deed verlangen naar een voorbij gewaande tijd van Amerikaanse grootsheid, en zo kiezers in de armen van Donald Trump duwde, zorgden zenders als Manoto en Iran International ervoor dat steeds meer Iraniërs, binnen en buiten Iran, hun heil gingen zoeken bij de verbannen kroonprins.
Razavi: ‘Het narratief dat ze op de nieuwskanalen verspreidden, is dat het Iraanse regime een uniek kwaad is in de wereld, waar geen diplomatie mee gevoerd moet worden. Langzaamaan maakten ze mensen warm voor de gedachte dat oorlog de enige uitweg is.’
Omdat de zenders weinig openheid verschaffen over hun financiering, ontstonden er vermoedens dat geldstromen uit het buitenland de informatiebubbel stuurden. Uit onderzoek van The Guardian bleek dat Iran International inderdaad geld ontving van een bedrijf dat banden had met de Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman. Ook werd er vermoedelijk Israëlisch geld in Manoto geïnvesteerd. Beide landen zagen in Pahlavi iemand die een opstand kan mobiliseren. Daarin kregen ze gelijk.
In de lente van 2023 brengt Pahlavi zijn eerste bezoek aan Tel Aviv, waar hij zegt de ‘historische banden met Israël te willen vernieuwen’. Glimlachend gaat de zoon van de sjah op de foto met de Israëlische premier Benjamin Netanyahu, die dan al meerdere Amerikaanse presidenten heeft gesmeekt om een gezamenlijke oorlog tegen Iran. De woorden ‘regime change’ vallen.
De twee mannen halen in Tel Aviv de historische banden aan tussen Iran en Israël. Pahlavi vertelt over de Joden die ondergedoken hebben gezeten in Iran – terwijl zijn grootvader erom bekendstond warme banden te onderhouden met de nazi’s.
De groep rondom Pahlavi, die pendelt tussen Maryland en Californië, wordt steeds radicaler, meer pro-Israël, pro-oorlog en pro-Maga, hoewel Trump de oppositieman nooit formeel heeft gesteund. ‘Hij lijkt erg aardig, maar ik weet niet hoe hij het in zijn eigen land zou doen’, zei de president over hem.
Zijn oude strateeg, Mehrdad Youssefiani, ziet dat Pahlavi niet meer voor politieke pluriformiteit staat, zoals vroeger. ‘Hij nam een duidelijke afslag naar rechts’, zegt Youssefiani, die nu leidinggeeft aan het Iran Freedom Initiative, een denktank in DC. ‘Ik vind niet dat een monarch zijn of haar loyaliteit moet uitspreken aan een ander land, of een politieke partij.’
Op vragen van de Volkskrant over die nieuwe koers van Pahlavi geeft zijn woordvoerder geen reactie.
Intussen wordt het leven van steeds meer Iraniërs ondraaglijk. Sinds de vrouwenprotesten eind 2022 zijn er op straat wellicht minder hoofddoeken te zien, er wordt soms zelfs gezongen en gedanst, maar er zijn ook vele honderden activisten op executielijsten geplaatst. Intussen raakt het geld van mensen op door de corrupte regering en de zware sancties vanuit de VS.
Volgens sociale wetenschappers zijn Iraniërs in een staat van ‘istisal’ beland, het Perzische woord voor wanhoop.
‘Het beëindigen van de Irandeal door Trump heeft de macht van de revolutionaire garde versterkt’, zegt Jafari. Wie zijn hoofd boven water wil houden, moet een hand uitsteken naar het regime. ‘De inflatie schiet omhoog. Veel activisten leggen hun werk neer. Omdat ze in overlevingsstand zijn, hebben ze niet langer de ruimte om er dingen naast te doen.’
Als Trump in 2025 aan zijn tweede presidentschap begint, ruiken de Israëliërs een kans voor een gezamenlijke militaire operatie. Zijn Democratische voorganger, Joe Biden, kregen ze niet zover. Trump en Netanyahu spreken meerdere keren met elkaar af. Trump, die eerder nog beloofde ‘oorlogen te beëindigen’, doet in juni 2025 met Israël mee in een reeks aanvallen op de nucleaire faciliteiten van Iran.
‘Dit is ons Berlijnse Muur-moment’, zegt Reza Pahlavi op 23 juni op een persconferentie in Parijs. Volgens ‘betrouwbare bronnen’, zegt hij, heeft de familie van opperste leider Ali Khamenei de spullen ingepakt. ‘Het regime staat op instorten, in steden en dorpen in het hele land.’
Maar na twaalf dagen van bombardementen op voornamelijk nucleaire faciliteiten is het Iraanse regime verre van neergeslagen. De Israëliërs en Amerikanen trekken zich terug. Van grote protesten, waarop Pahlavi hoopte, is niets te zien.
‘Die oorlog was de generale repetitie voor de oorlog waar we nu in zitten’, zegt Peyman Jafari. ‘De Israëliërs wisten dat ze de VS konden meekrijgen. Vanaf dat moment begon Pahlavi te geloven dat Netanyahu hem via oorlog en regime change terug op de pauwentroon van zijn vader kan plaatsen.’
Na die eerste oorlog werden onlinecampagnes agressiever. Citizen Lab, een onderzoeksgroep van de Universiteit van Toronto, vond zo’n vijftig nepprofielen van Iraanse burgers die anderen aanmoedigden om te protesteren. Zo konden ze een nog grotere opstand tegen het regime bewerkstelligen. Onderzoeker Alberto Fittarelli laat per mail weten dat alleen de Israëlische overheid achter deze AI-beelden kon zitten, omdat er informatie in werd gedeeld waarover alleen zij beschikten.
Ook de Israëlische krant Haaretz schreef over een Perzischtalige onlinecampagne, gericht op Iraniërs, die vanuit Israël was georkestreerd. Het doel van de campagne was om het aanzien van Reza Pahlavi te vergroten, en het idee te verspreiden dat hij populairder was in Iran dan daadwerkelijk het geval. Bekende Iraanse voetballers en artiesten, die fan zijn van Pahlavi, deelden de video’s.
Pahlavi beweerde vanuit de VS intussen dat tienduizenden militairen het leger al hadden verlaten – waar hij geen bewijs voor leverde. Online gingen er niet-geverifieerde geluidsfragmenten rond van militairen die het leger wilden verlaten. Steeds meer Iraniërs binnen, maar ook buiten Iran dachten: nu of nooit.
In januari gaan anderhalf miljoen Iraniërs de straat op. Het regime sluit het internet af, waardoor de beelden mondjesmaat naar buiten komen. Wat wel duidelijk wordt: het enorme geweld. De antiregeringsprotesten eindigen in een bloedbad. In korte tijd doodt het regime tussen zesduizend en twintigduizend activisten.
‘Iran is een proeftuin geworden voor de slechtst denkbare scenario’s van wat desinformatie, misinformatie en AI doen met de betrouwbaarheid van informatie’, zegt Mahsa Alimardani, adjunct-directeur technologiebedreigingen en -kansen bij Witness, een non-profitorganisatie die zich richt op visuele waarheid en mensenrechten. Zij documenteerde de afgelopen maanden hoe het regime, buitenlandse actoren en stemmen uit de oppositie en diaspora allemaal bijdroegen aan het ondermijnen van de betrouwbaarheid van visueel bewijsmateriaal. ‘De echte slachtoffers zijn de burgers van wie het lijden niet meer te documenteren valt.’
Uit onderzoek van The Washington Post blijkt dat de Israëliërs wisten dat de demonstraties in Iran tot veel doden zouden leiden. Hoogstaande figuren uit de Israëlische regering hebben Amerikaanse diplomaten laten weten dat ze Iraniërs wilden aanmoedigen de straat op te gaan, terwijl ze wisten dat het regime niet zomaar zou vallen en demonstranten ‘zou afslachten’.
‘Interventie kan levens redden’, zegt Pahlavi half februari tegen Reuters, tijdens de veiligheidsconferentie in München. In zijn interviews noemt hij een mogelijke oorlog met Iran geen oorlog maar een ‘humanitaire interventie’.
Eind februari vallen de eerste bommen op Iran. Als de Amerikanen met succes belangrijke kopstukken van het regime doden, zoals opperste leider Ali Khamenei, vieren Iraniërs over heel de wereld feest. Maar de leiders worden vervangen door nieuwe gezichten, die soms nog conservatiever zijn. In april dreigt president Trump om de Iraanse beschaving te vernietigen. De oorlog verloopt anders dan Iraniërs hoopten.
‘Het lijkt erop dat Pahlavi geloofde dat het regime met een paar chirurgische ingrepen zou vallen en dat Iran hem op een dienblad aangereikt zou worden’, zegt Nahid Siamdoust vanuit Texas. ‘Maar nu is de oorlog een heel andere kant opgegaan.’
Iran enerzijds, de VS en Israël anderzijds, zitten nog altijd in een staakt-het-vuren. ‘Het zou me niet verbazen dat er uiteindelijk een soort deal wordt gesloten die zal lijken op de Irandeal’, zegt politicoloog Sahar Razavi, ‘maar dan met Trumps naam erop.’
Volgens de experts in dit verhaal zijn veel Iraniërs die Pahlavi steunden inmiddels van hun geloof gevallen. Hijzelf (nog) niet.
Na zijn toespraak op CPAC in Dallas, bezoekt de oppositieman Liberty University, een christelijk nationalistische universiteit in Lynchburg, Virginia, waar alcohol, homoseksualiteit en seks buiten het huwelijk verboden zijn – precies zoals in Iran.
In een stadion vol religieuze studenten, roept Pahlavi de Amerikaanse regering op om niet af te dwalen van hun militaire missie. ‘Het einde van het regime is geen droom’, zegt hij. ‘En als die dag komt, zal Iran geen bedreiging zijn voor de wereld, maar een partner.’
Door het applaus van duizenden studenten, is het geschreeuw van zijn fanatieke achterban te horen. ‘King Reza Pahlavi!’, roepen zij. ‘King Reza Pahlavi!’
Geselecteerd door de redactie
Lees hier alle artikelen over dit thema
Source: Volkskrant