Rapper en muzikant Willem, voormalige helft van The Opposites, heeft met zijn derde solo-album Jongen van de zon gekozen voor de lichtheid van Curaçao. ‘Ik zie de zon als een metafoor voor de kracht die ik in me heb.’
is popredacteur van de Volkskrant.
De zon schijnt. Zowel op het nieuwe album van rapper Willem (de Bruin, 40) als op het Amsterdamse terras waar hij een koude spa blauw drinkt. Hij is weer een tijdje in Nederland, waar het weer gelukkig z’n best doet om dat van zijn andere woonplek Curaçao na te bootsen.
Zondag verschijnt Jongen van de zon, het derde soloalbum van de muzikant na zijn succesvolle jaren als helft van het nederhopduo The Opposites. Willem en Big2 (Twan van Steenhoven) legden tussen grofweg 2007 en 2014 podia en clubs plat met hun monsterhits, die de hele Alpha op Lowlands ook bij hun kortstondige reünie in 2022 nog kon meezingen. Deze zomer komt het duo weer samen voor in ieder geval één show in Den Haag.
Na The Opposites maakte Willem acht jaar geleden Man in nood, zijn verpletterende eerste soloalbum. De titel werd in elke regel tekst bevestigd, het contrast met de vrolijke feestknallers die eraan voorafgingen had niet groter gekund.
Maar nu, twee albums later, is er weer wat licht in Willems hoofd en in zijn muziek. Al is hij het tobben niet verleerd: de teksten zijn introspectief als altijd.
Achter de albumtitel alleen al, Jongen van de zon, zitten veel gedachten, vertelt Willem op het terras. ‘Ik heb me heel lang afgevraagd wie ik ben, wie ik mag zijn en waar ik thuishoor in deze wereld.’ Willem is bicultureel, met een Curaçaose vader en Nederlandse moeder. ‘Door mijn ervaringen in Nederland heb ik me hier nooit compleet thuis kunnen voelen, maar datzelfde ervaar ik nu ook op Curaçao.’
Het bracht hem op gedachten over de plaats van de mens in de wereld. ‘Waar halen we de arrogantie vandaan als mensen om te denken dat alles om ons draait?’, zegt Willem. ‘Uiteindelijk dacht ik: ik hoef niet bij iets op aarde te horen, laat mij maar van de zon zijn.’
Het perspectief van de zon leverde een nieuwe kijk op. ‘Het is heel waardevol om uit te kunnen zoomen, om zo te zien waar we nu eigenlijk met z’n allen mee bezig zijn.’
De zon is allereerst een gigantische energiebron, eentje die Willem hard nodig heeft. ‘De ervaringen die ik vroeger heb gehad met mijn achtergrond, heb ik vandaag nog steeds’, zegt hij. ‘Racisme, discriminatie, je bent nooit goed genoeg. Na een tijdje dacht ik bij mezelf: wacht even, volgens mij hoef ik me niet meer aan te passen. Ik heb echt al genoeg gedaan om ertussen te passen. En met mij een heleboel anderen met eenzelfde achtergrond: om dat constant te moeten doen heb je veel kracht nodig. Ik zie de zon als een metafoor voor de kracht die ik in me heb.’
‘Na mijn vorige albums en shows heb ik weer even behoefte om te kunnen bewegen’, zegt Willem. ‘Soms stond ik op een voetstuk en zaten mensen te luisteren. Dat is heel mooi, maar ik had ook de behoefte om onderdeel te zijn van een feest.’
Die lichte sound is grotendeels te danken aan Curaçao. Voor de plaat haalde Willem veel muzikale invloeden van het eiland en de omliggende eilanden. Bijvoorbeeld uit het maatschappijkritische Curaçaose genre tambu, dat werd ontwikkeld door tot slaaf gemaakte mensen.
‘Als ik op Curaçao naar de radio luister, hoor ik net als hier veel jonge gasten die rappen op hiphopbeats’, zegt Willem. ‘Waar is dat geluid van de eilanden? Waarom moet je muziek ver weg zoeken als je iets heel tofs al heel dichtbij hebt? Ik heb lang nagedacht over wie dat geluid weer terug moest brengen, tot ik besloot zelf maar een aanzet te doen.’
De chapi, een instrument uit de tambu dat lijkt op een soort schoffel, is door het hele album te horen. Op de cover van het album heeft Willem er eentje in z’n hand. ‘De tot slaaf gemaakten mochten niets bezitten, dus ze hadden alleen hun werktuigen om muziek mee te maken’, zegt Willem. ‘De chapi is voor mij een soort spiegel naar de geschiedenis.’
‘De ritmes van de eilanden zijn een belangrijk onderdeel van dit album’, zegt Willem. Door zich in die ritmes te verdiepen kwam hij als vanzelf in aanraking met de muzikanten met wie hij zijn album heeft gemaakt: Luis Moka bijvoorbeeld, een jonge zanger van Bonaire die folkmuziek in een nieuw jasje steekt. Slagwerker Vernon Chatlein van Curaçao. En producer Jheynner Argote, die op Curaçao is opgegroeid.
Op de titelsong Jongen van de zon is de baslijn gemaakt met een benta, een Curaçaos snaarinstrument dat deels met de mond wordt bespeeld. ‘Er zitten veel van zulke kleine snoepjes in het album, waarvan mensen niet door zullen hebben dat ze erin zitten’, zegt Willem. ‘Maar voor ons is het belangrijk geweest om constant dat verband met de eilanden te kunnen leggen.’
Het maakt sowieso niet zo veel uit of mensen zijn muziek opvatten zoals hij die bedoelt, vindt Willem. ‘Ik heb wel geleerd dat zodra ik muziek deel met de wereld, het niet meer van mij is’, zegt hij. ‘Ik heb de meest persoonlijke nummers uitgebracht waarvan mensen vonden dat die over henzelf gingen, en dat vind ik wel mooi. Het is belangrijk dat de mensen met wie ik het album heb gemaakt en ik een bepaalde intentie hadden, wat mensen dan eruit halen laat ik lekker los.’
Jongen van de Zon verschijnt op zondag 3 mei.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant