Home

Opinie: Pas als we stoppen met werken, kunnen we begrijpen waarom we het doen

Een deel van wat we met werk creëren vloeit structureel naar kapitaalbezitters, terwijl de opbrengsten voor werkenden en gemeenschappen achterblijven. En daar mogen op de Dag van de Arbeid best vragen over gesteld worden.

Het is vandaag de Dag van de Arbeid. Neem de tijd voor een serieuze vraag: waarom werken we eigenlijk? We denken dat we werken voor ons levensonderhoud. Maar een aanzienlijk deel van onze arbeid is in werkelijkheid arbeid voor het vermogen van anderen.

Ooit was het antwoord simpel: je maakte iets, at het zelf op of ruilde het. De boer kende zijn tarwe, de timmerman zijn hout, de smid zijn ijzer. De keten tussen arbeid en levensonderhoud was kort en zichtbaar.

Dat is nu anders. De relatie tussen wat we maken en krijgen is losser geworden. Een deel van wat we creëren vloeit structureel naar mensen die niet zelf werken, maar bezitten.

Over de auteur

Wouter van Tongeren volgt de studie International Development Management aan de Hogeschool Van Hall Larenstein.

Dit is een ingezonden bijdrage, die niet noodzakelijkerwijs het standpunt van de Volkskrant reflecteert. Lees hier meer over ons beleid aangaande opiniestukken.

Eerdere bijdragen in deze discussie vindt u onder aan dit artikel.

Er ontbreekt iets

We werken voor bedrijven die onze tijd en energie omzetten in goederen en diensten. In ruil ontvangen we loon, waarmee we huur, boodschappen en zorg betalen. Op het eerste gezicht is daar weinig mis mee. Maar er ontbreekt iets wezenlijks in die rekensom.

Want je krijgt niet uitbetaald wat je toevoegt. Van elke euro aan waarde die een Nederlandse werknemer creëert, vloeit 25 tot 30 cent naar kapitaalbezitters: de eigenaren van de bedrijven, gebouwen en machines. Een deel van dat kwart is inderdaad noodzakelijk, want fabrieken en machines slijten en moeten worden vervangen. Wat in Nederland wordt geherinvesteerd in productie ligt vaak tussen de 15 en 20 procent van dit kwart. Grofweg de rest verdwijnt in de zakken van aandeelhouders, via dividend of aandeleninkoop.

Een gemiddelde Nederlandse werkweek duurt 32 uur. Reken het maar na: 6 tot 7 uur per week werk je niet voor jezelf, niet voor je gezin, niet voor je gemeenschap. Je werkt die uren voor mensen die het kapitaal bezitten. Over een heel arbeidsleven van 45 jaar loopt dat op tot bijna 13- tot 15 duizend uur, om het vermogen van anderen te laten groeien.

500 rijkste Nederlanders

En die verschuiving is niet zonder gevolgen gebleven. Het vermogen van de 500 rijkste Nederlanders groeide in tien jaar tijd tot honderden miljarden euro’s, een bedrag vergelijkbaar met wat we als samenleving jaarlijks twee keer aan zorg uitgeven.

Tegelijkertijd bleef de loonontwikkeling voor veel werknemers achter. In reële termen ging die de afgelopen jaren nauwelijks vooruit, terwijl beloningen aan de top en uitkeringen aan aandeelhouders bijna tien keer sneller stegen.

Dat verschil komt niet uit de lucht vallen, maar is het resultaat van keuzes over eigenaarschap en winstdeling, en wat we daarin acceptabel zijn gaan vinden.

Die keuzes kunnen anders. Niet door de economie af te schaffen of terug te verlangen naar een ver verleden, maar door eigendom anders te organiseren. Als gemeenschappen eigenaar zijn van de economie die hun omgeving draaiende houden, verandert wat er met de opbrengst gebeurt.

Winst

Winst hoeft dan niet in de eerste plaats weg te vloeien naar externe aandeelhouders, maar kan terugkeren naar de plek waar die is ontstaan. Naar de mensen die er werken, maar ook naar de wijken en dorpen die ervan afhankelijk zijn.

Dat betekent niet dat alle spanningen verdwijnen, maar wel dat andere keuzes mogelijk worden. Efficiëntie en innovatie hoeven dan minder vaak te leiden tot hogere werkdruk of ontslagen. Ze kunnen ook ruimte maken voor kortere werkweken, betere voorzieningen en meer tijd buiten het werk.

Met die gewonnen tijd zouden we kunnen leven. Niet produceren, maar leven. Dat klinkt als een open deur, totdat je beseft dat we hebben besloten dat 8 uur per week van dat leven toebehoort aan aandeelhouders.

Coöperatiegroep

In Mondragon, de Baskische coöperatiegroep met 70 duizend werknemers, beslist de werkvloer mee over strategie, en is er collectief eigenaarschap over de winsten, pensioenen en verzekeringen. Of kijk naar Denemarken: de grootste supermarktketen is van haar leden, de grootste zuivelproducent van de boeren die ervoor werken, een derde van de Kopenhaagse woningmarkt van de mensen die er wonen.

Dat klinkt misschien utopisch. Maar kijk even hoe onwerkelijk de huidige situatie eigenlijk is: een handvol mensen bezit twee keer het nationale zorgbudget, terwijl we de thuiszorg uitkleden en wachtlijsten in de jeugdzorg wegschrijven als onvermijdelijk.

Misschien is dat genoeg voor vandaag. Niet een revolutie, maar een pauze. Want de vraag waarmee dit stuk begon, verdient meer dan een vluchtig antwoord tussen twee vergaderingen in. Die vraag verdient minimaal een vrije dag.

Wilt u reageren? Stuur dan een opiniebijdrage (max 700 woorden) naar opinie@volkskrant.nl of een brief (maximaal 200 woorden) naar brieven@volkskrant.nl

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next