Home

Vijf tieners over de geneugten van een leven zonder smartphone: ‘Waarom zou ik het willen als ik weet dat het zo verslavend is?’

Gemiddeld zes uur per dag zitten 13- tot 16-jarigen op hun smartphone. Tieners zónder zijn een uitzondering. Toch lijkt hun aantal te groeien. Vijf tieners over de voor- en nadelen van een jeugd zonder smartphone.

schrijft voor Volkskrant Magazine.

Als tiener zonder smartphone ben je een uitzondering op de regel. Van de Nederlandse jongeren van 11 en 12 jaar heeft meer dan 90 procent een smartphone, blijkt uit de Monitor Mediagebruik van het Netwerk Mediawijsheid. Gemiddeld brengen 13- tot 16-jarigen zes uur per dag door op hun smartphone. Tegelijkertijd groeit de beweging die smartphonevrij opgroeien voorstaat. Deze vijf tieners kennen de voor- en nadelen van een jeugd zonder smartphone maar al te goed. ‘Kletsen is veel gezelliger.’

Inez (11)

Woont in Groningen en zit in groep 8.

‘Vroeger zeiden mijn ouders altijd: ‘In groep 8 krijg je een telefoon.’ In groep 7 kwam er een advies vanuit de ouderbeweging Smartphonevrij Opgroeien om een smartphone uit te stellen tot ten minste 14 jaar. Mijn ouders zijn door dit advies en sowieso door de toenemende aandacht voor dit onderwerp van gedachten veranderd. In het begin vond ik dat niet leuk. Ik vond het jammer en was verdrietig. Maar nu begrijp ik het. Na dat nieuwsbericht heeft mijn moeder zelf een eenvoudige Nokia gekocht, die ze naast haar smartphone buitenshuis gebruikt. Maar mijn ouders kijken af en toe wel nog op hun telefoon.

Als ik mijn moeder een vraag stel en ze reageert niet omdat ze zit te appen, zeg ik wel: ‘Zit je nou alweer op je telefoon?’ Maar dat gebeurt steeds minder, omdat mijn ouders nu ook bewuster met hun mobiel en schermtijd omgaan. Ik zit op sportles en soms hebben we een korte pauze waarin je even iets kunt drinken. Met mijn vriendin ga ik dan nog even kletsen of de oefening doen die we hebben geleerd. Maar er zijn ook veel kinderen die dan snel hun telefoon pakken en daarop zitten tot we weer verdergaan. Dan zie ik hoe verleidelijk het is, vooral die apps zoals TikTok.

Als ik dat zie, ben ik blij dat ik geen telefoon heb. Kletsen is veel gezelliger. Ik denk ook dat ik sneller een toets kan leren en me beter kan concentreren, omdat ik niet word afgeleid. Als ik naar de middelbare school ga, krijg ik waarschijnlijk een ‘startphone’, een basistelefoon zonder apps en sociale media. Ik weet niet of ik überhaupt ooit TikTok wil. Waarom zou ik dat willen, als ik weet dat het zo verslavend is?’

Savijn Zolnay (15)

Woont in Tholen en zit in de derde klas van de middelbare school.

‘In de eerste klas van de middelbare kreeg ik een smartphone. Eerst scrolde ik na schooltijd een uurtje, in de tweede werd dat twee uur, terwijl ik nog huiswerk moest doen. Daardoor haalde ik minder goede cijfers. Hoewel ik alleen WhatsApp had, kreeg ik wel 350 berichten per dag. Dat was verslavend.

Vorig jaar begeleidde ik een zeskamp en werd ik voor de grap door een kind in het zwembad geduwd. Mijn smartphone zat in mijn zak en ging kapot. In die dagen daarna besefte ik: ik mis hem niet. Mijn ouders vroegen: ‘Wanneer zullen we een nieuwe bestellen?’ Toen ik zei dat ik er geen wilde, waren ze verbaasd, maar tot de Kerst bleef dit de situatie, zonder smartphone.

Mijn ouders vonden het wel fijn om me soms te kunnen bereiken. Er lag nog een oude Nokia in de kast, dus dat probleem was snel opgelost. Daarmee kan ik alleen sms’en en bellen.

Een nadeel is dat ik soms dingen mis doordat ik niet in groepsapps zit, maar het is niet zo dat ik onbereikbaar ben. Als ik met het openbaar vervoer ga, maak ik van tevoren een plan voor de route op mijn laptop en dat schrijf ik op. In de trein valt het me op dat veel mensen direct hun telefoon pakken, terwijl ik naar buiten kijk of ga lezen. Het grootste verschil vind ik dat, als ik me verveel, ik niet direct mijn telefoon pak en dat ik veel tijd heb teruggekregen.

De meeste mensen zijn er verbaasd over. Ze vragen zich af hoe zo’n smartphonevrij leven er dan uitziet. Prima, zeg ik dan, maar ik ga geen preek houden tegen vrienden dat het gezond is om er geen te hebben. Ik laat het lekker bij mezelf.’

Liv (12)

Woont in Amsterdam en zit in de eerste klas van de middelbare school.

‘Op de basisschool praatten vriendinnen die een smartphone hadden in de pauze vaak over Roblox of grappige filmpjes die ze op sociale media zagen. Ik vond het heel jammer dat ik niet kon meepraten, daarom wilde ik graag een smartphone. Nu vind ik het juist cool dat ik er geen heb. Dat ik iets anders heb, vind ik juist leuk. Als ik hetzelfde doe als iedereen, dan ben ik niet mezelf. En dat wil ik juist wel. Ik heb een Nokia waarmee ik kan sms’en, bellen en Snake kan spelen. Thuis kan ik op de iPad dingen opzoeken en Magister (schoolapp, red.) gebruik ik op de computer.

Soms mis ik een beetje dat ik geen Tikkie heb of niet kan facetimen, maar daarvoor probeer ik dan een oplossing te bedenken. Op een laptop kun je ook facetimen. Tijdens het avondeten praten we best vaak over schermtijd. Laatst vertelde mijn moeder dat de kinderen van grote techdirecteuren geen smartphone hebben. Ik vind het wel een beetje raar dat ze andere kinderen dan wel verslaafd maken.

Als ik bij iemand ben om af te spreken, zitten zij vaak lang op hun telefoon. Heel ongezellig. Ik zeg dan weleens: ‘Zullen we samen een spelletje doen?’ Soms zegt iemand dan: ‘Ik ga dit filmpje nog even afkijken.’ En dan gaat het nog tien minuten door. Dat vind ik saai. Ik vind het leuker om samen iets te doen, zoals buitenspelen.

Sommige klasgenoten vinden het raar als ik zeg dat ik geen smartphone heb. Ze grappen weleens: ‘Pak je Nokiaatje maar, Liv.’ Daar kan ik wel om lachen. Ik mag er een als ik 14 ben, maar dat hoef ik niet. Ik denk niet dat mijn ouders me er een gaan geven als ik het zelf nog niet wil.’

Taïna Dunk (11)

Zit in groep 7 en woont in Amsterdam (bij haar moeder) en in Wormerveer (bij haar vader)

‘Toen ik 8 was, kreeg ik voor kerst van mijn oma haar oude smartphone. Ik speelde er alleen maar spelletjes op en gebruikte hem niet voor nuttige dingen. Op een dag zei mijn moeder: ‘Je bent veel te jong voor een telefoon.’ Ze heeft hem toen weer ingenomen. Eerst begreep ik dat niet, nu wel.

Ik merkte dat ik er veel op wilde zitten en ik zie ook bij anderen hoe verslavend het is. Zelfs als mijn vriendin ziek is, zit ze de hele dag op haar telefoon. Dat vind ik best gek. Iedere week ga ik voor een workshop naar een museum en dan neem ik de werktelefoon van mijn moeder mee, omdat ik haar moet laten weten wanneer ik er ben en wanneer ik wegga. Soms lijkt het me dan handig om er zelf een te hebben.

Als ik naar de middelbare school ga, krijg ik de oude van mijn oma: een iPhone. Ik weet niet eens hoe je met een Samsung om moet gaan. In de klas heeft iedereen een telefoon, de meesten een iPhone, maar op dansles zijn er ook een aantal kinderen die er geen hebben. Ik verheug me erop, vooral omdat ik dan met vriendinnen kan appen. Nu stuur ik berichten via mijn iPad, die ik van mijn oma heb gekregen. Ik moet altijd aan mijn moeder vragen of ik hem mag gebruiken. Soms zegt ze ja en soms nee. Mijn schermtijd is twintig minuten per week, alleen in de vakantie is het veel hoger.’

Hidde van der Struijk (11)

woont in Loosdrecht en zit in groep 8

‘Ik vind niet dat ik een smartphone nodig heb, maar ik wil er wel heel graag een. Ik zou het fijn vinden om te kunnen appen met mijn vrienden. Iedereen in de klas heeft er een, behalve ik. Mensen doen er niet onaardig over, maar maken wel grapjes: ‘Daar loopt Hidde, die heeft geen smartphone.’

In onze klas is er een groepsapp. Soms hoor ik op school dingen die nieuw voor me zijn. Dan zegt iemand: ‘Dat hadden we in de groepsapp gegooid, o nee, jij hebt geen telefoon.’ Dan weet ik pas later dat er bijvoorbeeld een toets is. Mijn zus had er op mijn leeftijd wel al een. Maar toen was er minder bekend over schermtijd en mijn ouders merkten dat ik sneller word afgeleid door een beeldscherm dan mijn zus. Eerst vond ik dat oneerlijk, maar nu snap ik het wel. Ze zeggen dat ik het nog niet nodig heb.

Als ik naar de middelbare school ga, krijg ik er een. Ik denk wel dat ik dan regels krijg over hoelang ik spelletjes mag spelen en dat ik eerst mijn huiswerk moet maken voordat ik op de telefoon mag. Tot die tijd gebruik ik onze huistelefoon, of ik bel of app met de telefoon van mijn moeder als ik een afspraak met een vriendje wil maken. Mijn vader zit weinig op z’n telefoon, bijna nooit. Mijn moeder wel veel, voor haar werk, maar ze zit ook veel op Instagram. We hebben het weleens over dat veel schermtijd niet goed is en dan denk ik: maar mam, jij hebt zelf veel schermtijd.’

Dit is een artikel uit Volkskrant Magazine. Wilt u alle verhalen, columns en rubrieken uit het nieuwste nummer lezen? Dat kan hier.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next