Home

Leren leven met de ‘vuurcultuur’: natuurbrandexpert pleit voor radicale omslag in het denken

Het was de week waarin Nederland werd verrast door natuurbranden. Alwéér, verzuchten experts. Dus moet het roer om. ‘Veel mensen denken dat natuurbranden iets van de toekomst zijn, of van Zuid-Europa.’

Maarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, gespecialiseerd in klimaat en microleven.

Een dunne zuil van rook, helemaal vanaf de Veluwe tot de kust van Engeland. Zelfs op satellietfoto’s was goed te zien hoe Nederland deze week worstelde met het vuur. Van de duinen bij Den Haag tot de bossen bij Helden laaiden natuurbranden op. Bij ’t Harde ging de A28 dicht, bij Weert werden een vliegveld en een azc ontruimd. Intussen groeide de kritiek op Defensie: moet dat nou, oefenen bij droog lenteweer en straffe wind? Eén op de zeven natuurbranden ontstaat op militaire oefenterreinen, blijkt uit cijfers van vorig jaar.

Maar pas op voor een ‘blame game’, waarschuwt Cathelijne Stoof, natuurbrandexpert in Wageningen. ‘Het is belangrijk om uit te zoomen. Er waren veel natuurbranden tegelijk, niet alleen bij Defensie’, constateert ze, aan de telefoon vanuit Spanje. Nogal logisch, een natuurbrand komt zelden alleen. ‘Als het droog, zonnig en winderig is op de Veluwe, is het dat doorgaans ook in Noord-Brabant.’

Iets vreemds heeft het ook. Tussen 1922 en 1994 hield Nederland gedetailleerde statistieken bij over natuurbranden, maar het aantal daalde zo sterk dat de registratie in 1994 stopte. ‘Men besloot: we hebben het probleem opgelost’, zegt Stoof.

Totdat ze de tellingen in 2017 weer oppakte, samen met de brandweer. Ruim zeshonderd natuurbranden zijn er jaarlijks in ons land, ontdekten de onderzoekers, van bescheiden rietbrandjes tot grote heide- of bosbranden. Het aantal wisselt sterk per jaar. ‘Je kunt op basis van de data niet zeggen: het zijn er nu meer dan vroeger.’

Risicodagen

Wat wél toeneemt: het aantal dagen met brandgevaar. Het klimaat verandert, lentes worden droger, het aantal zonuren en de verdamping nemen toe, en daarmee stijgt ook de kans op brand. Landinwaarts is het aantal risicodagen sinds de jaren 1980 inmiddels verdubbeld, becijferden Stoof en haar collega’s, van zo’n 14 naar 30 per jaar in Limburg, en van 12 naar 23 bij De Peel. Dus zullen we moeten wennen aan wat in zinderende landen zoals Griekenland of Spanje al volkomen normaal is: oppassen, het is brandgevaarlijk weer vandaag.

‘Veel mensen denken dat hier geen natuurbranden zijn. Dat natuurbranden iets zijn voor de toekomst, of voor Zuid-Europa’, somt Stoof de misverstanden op. En dus worden we elk jaar tóch weer verrast door het vuur. ‘Het is in natte landen zoals Nederland moeilijk dit op de agenda te houden.’

Niet dat er niks gebeurt. Zo kleurde de brandweer deze week op haar website de hele landkaart rood met overal uitroeptekens, voor ‘natuurbrandrisico fase 2’, zoals dat heet. Of neem de nieuwe, gedetailleerde natuurbrandprognose die het KNMI sinds een maand opstelt, aan de hand van tientallen graadmeters. Om een idee te geven: donderdag en vrijdag gaf het KNMI een kans van 90 procent af op vier natuurbranden of meer. Het werden er alleen al op donderdag 27.

Toch verklaart ook het weer maar zo’n 60 procent van de risico’s op natuurbranden, legt klimaatadviseur Lone Mokkenstorm uit. De rest hangt af van het toeval, en van menselijk gedrag. ‘Op zon- en feestdagen zijn er meer mensen in de natuur. Dan is er ook meer risico’, zegt Mokkenstorm. ‘Er zijn in Nederland maar weinig branden die onstaan door de bliksem’, zegt desgevraagd ook expert natuurbranden en klimaat Guido van der Werf (Wageningen Universiteit).

Denkomslag

Wat je daarmee kunt? ‘Het is geen populaire boodschap’, zegt Van der Werf, ‘maar als dit soort droog weer nog een week zou aanhouden, zou ik zeggen: durf gebieden af te zetten voor het publiek. Óf we moeten accepteren dat er gewoon meer natuurbranden zullen zijn. Maar besef dat de brandweer niet altijd genoeg mankracht heeft.’ Onomstreden is zijn oproep overigens niet: zo wijzen critici erop dat er zonder bezoekers ook minder ogen zijn om smeulende brandhaardjes op te merken.

Stoof pleit voor een radicale omslag in het denken: leren leven met het vuur, zoals we ooit ook leerden leven met het water. Een ‘vuurcultuur’, zoals ze graag zegt. ‘Wat we nodig hebben is een cultuur waar mensen weten dat er natuurbranden zijn, hoe je ze kunt voorkomen, en wat je moet doen als er een is’, vindt ze. ‘We hebben het hele jaar door aandacht nodig voor dit onderwerp. Aan preventie en voorlichting heb je weinig als de boel al brandt.’

Ze somt een waslijst aan verbeteringen op. Natuurbrandonderwijs, al vanaf de basisschool. Voorlichting: pas op met barbecueën in droge periodes, parkeer niet met een hete uitlaat in het droge gras. Veiligheid: haal bladeren uit de dakgoot, laat geen planten tegen de gevel groeien. En in de weerapps en bij het weerbericht: standaard aandacht voor natuurbrandgevaar in tijden van droogte.

‘Het staat allemaal nog in de kinderschoenen’, vindt Stoof. ‘Wat nodig is, is dat vuur niet meer iets is van de kleine groep die er beroepshalve mee bezig is, maar dat er overal bewustzijn voor komt.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next