‘IJsverlies op Groenland en in de Alpen, de volstrekt absurde hittegolf in Scandinavië, de grillige rivierstanden; nu weer te veel water, dan weer te weinig.’ Voor de zoveelste keer schreef Maarten Keulemans deze week een stuk over een alarmerend klimaatoverzicht dat ging over ‘stijgende temperaturen’, ‘wijdverbreide natuurbranden’, over verdwijnende winters, smeltende gletsjers, over Europa dat wereldkampioen opwarming is en nog veel meer ellende die al lang niet meer dient als afschrikwekkend toekomstbeeld, maar als beschrijving van het heden.
Het is verreweg het grootste nieuws van deze tijd, want klimaatverandering zorgt niet alleen voor rampen en misoogsten, en in het verlengde daarvan hongersnoden, oorlogen en migratiestromen, het zorgt ook voor eenzame ouderen die sterven aan de hitte, voor akkerbouwers die failliet gaan, natuurgebieden die verpieteren en toeristensectoren die instorten.
Over de auteur
Jarl van der Ploeg is journalist en columnist voor de Volkskrant. Hij werkte eerder als correspondent in Italië. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Een veranderend klimaat doet zelfs wat met hoe een volk zich gedraagt. Zo zijn vrijwel al onze nationale deugden – van polderen tot directheid en tolerantie – te herleiden tot de strijd die onze voorouders voerden tegen het water. Stel je voor wat er met de Nederlandse volksaard gebeurt zodra die strijd verandert in eentje tegen het vuur. Of erger nog: in een strijd om het water, in plaats van ertegen.
Het is de verreweg grootste ontwikkeling van deze tijd, maar aandacht krijgt het nog altijd veel te weinig. Bij de televisieverslaggeving over de natuurbranden deze week klonk het woord klimaatverandering vrijwel niet. En in de talkshowdiscussies over de Opec gaat het altijd over stijgende benzineprijzen, nooit over onze chronische verslaving aan fossiele brandstoffen.
In dat soort studio’s schenken ze nu eenmaal liever aandacht aan de ophef en het lawaai, aan de steekvlammen, de relschoppers en de strapatsen van Donald Trump. Serieuze aandacht voor de langzame, maar fundamentele processen vindt iedereen blijkbaar lastig.
Althans, bijna iedereen. Want dinsdag liep ik langs een groep oude mannen in Den Haag die stonden te kijken bij de aanbouw van een kantoorpand. Ze staarden zo aandachtig door de hekken heen dat ik vermoedde dat er iets speciaals te zien moest zijn, maar toen ik vervolgens zelf een blik wierp op de bouwplaats, zag ik niets bijzonders, behalve een paar shovels en een bups sjouwende werklieden.
Woensdag stonden ze er weer en donderdag opnieuw. Ze hadden hun handen op hun rug en spraken nauwelijks met elkaar, misschien omdat ze niet veel te zeggen hadden, misschien omdat ze elkaar woordeloos begrepen. Ik vond ze hoe dan ook intrigerend, want hoewel er overal in de stad, en op al hun telefoons, prikkels voorhanden waren die schreeuwden en probeerden te verleiden, kozen deze mannen er juist voor om rustig te kijken naar de gestage verandering.
Inmiddels heb ik me wat ingelezen en weet ik dat dit soort mannen overal ter wereld voorkomen en umarell worden genoemd, een uit Bologna afkomstig woord dat zoiets betekent als ‘kleine mannetjes van de pensioengerechtigde leeftijd die langdurig een bouwplaats observeren’.
Waarom ze dat doen, weet niemand. Misschien raak je vanaf een bepaalde leeftijd teleurgesteld in de wijze waarop de mens de hele wereld naar zijn hand heeft gezet, van de steden tot de akkers en de natuurgebieden, en helpen zulke werkzaamheden je eraan te herinneren dat het ooit allemaal opnieuw herschikt kan worden, maar ditmaal misschien ten goede.
Umarell, zo las ik, worden doorgaans irritant gevonden, omdat ze de mensen die de wereld vormgeven continu op hun vingers kijken. Dat is inderdaad irritant. Volgens mij kunnen we veel van ze leren.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant