Voeding Bonen zitten niet meer standaard in het menu van Nederlanders. Conservenfabrikanten HAK en BOON proberen peulvruchten weer op tafel te krijgen. Desnoods verstopt tussen pasta, groente en saus.
Een medewerker sorteert witte bonen op de lopende band in de HAK-fabriek.
Torens met bonen zo ver het oog reikt. In de loods van HAK, aan de Hendrik Cornelis Hakstraat, midden in het Brabantse Giessen, lijkt het alsof alle Nederlanders morgen van overheidswege bonen verstrekt krijgen voor hun noodpakket. Voordat de potten en zakken naar de supermarkt gaan, is dit het laatste station van de gedroogde witte bonen die we eerder op een lopende band de fabriek in zagen rollen.
Peulvruchten staan in de belangstelling, niet in de laatste plaats doordat de nieuwe Schijf van Vijf ze in grote hoeveelheden aanbeveelt. Een bezoek aan HAK, en eerder die week aan het kleinere merk BOON, laat zien hoe conservenfabrikanten de weg naar het bord proberen te vinden.
Via één productielijn komen bij HAK de boontjes in potten terecht, daarna gaat er tomatensaus bovenop. Bij een nieuwere lijn is te zien hoe de bonen in kleurige stazakken worden gestort. Gedroogde groente, pasta en saus erbij, en daarna de ketel in om samen tot ‘pasta pomodoro’ gekookt te worden. Een complete lunch – al mag dat er niet op staan omdat een zak ‘Easy eats’ daarvoor te weinig calorieën bevat.
Te weinig calorieën zijn in Nederland, waar de helft van de volwassenen overgewicht heeft, het probleem niet. Te weinig groente en peulvruchten, dat is eerder een kwestie. Bijna niemand komt aan de aanbeveling van minimaal 250 gram peulvruchten per week.
Nederlandse telers zitten op dure grond, met dure arbeid en energie. Dat alles maakt, zegt HAK-directeur Jasper Bringsken, dat Nederlandse bonen het nooit op prijs kunnen winnen.
HAK, conservenfabrikant sinds 1952, probeert met dit soort kant-en-klaarproducten „het eten van groente en peulvruchten makkelijker te maken”, zegt marketingmanager Kyra Zonderop. Nóg makkelijker dan met de eerder gelanceerde ‘schotel’-stazakken, zoals de burritoschotel, waar je zelf nog gehakt en wraps bij kunt doen.
De boontjes in de Easy Eats zitten een beetje verstopt tussen allemansvrienden als pasta, rijst of noedels. Dit moet nieuwe doelgroepen over de streep trekken, die niet zijn opgevoed met één keer per week kapucijners met spek. En die ook niet goed weten welke modernere gerechten ze zelf kunnen maken met een pot bonen. Als ze daar al tijd voor hebben.
Peulvruchten behoren al decennia niet meer tot het standaardmenu in Nederland. De laatste consumptiepeiling, van zo’n vijf jaar geleden, liet zien dat volwassenen amper op vijftig gram per week komen. Gemiddeld. Intussen zijn er voorzichtige aanwijzingen dat het tij begint te keren. Volgens een ruwe schatting van Rabobank nam de verkoop van peulvruchten in de afgelopen drie jaar met 10 à 15 procent toe.
De groei is mede te danken aan het uitdijende assortiment gemaksproducten van merkfabrikanten als HAK en BOON, aldus de Rabobank-analisten. Vleesvervangers op basis van peulvruchten hebben het moeilijk, maar „herkenbare” peulvruchten, van maaltijdzakken tot edamameboontjes, zitten in de lift.
Bijna iedereen in Nederland kent HAK. BOON is een kleinere, minder bekende speler; een dochterbedrijf van Jamael Food Group. Daar rollen jaarlijks 50 miljoen potten en pakjes groente, fruit en peulvruchten van de band. Ongeveer de helft daarvan bestaat uit peulvruchten, zegt directeur Jasper Bringsken. Hij zit aan de keukentafel in Driel, vlak bij Arnhem, bij de oudste, nog actieve conservenfabriek van Nederland: Baltussen (sinds 1868), ook een dochter van Jamael.
De fabrieksvloer, laat Bringsken even later zien, ziet er bloederig uit door het sap van rode kool. De laatste vrachtwagens lossen de laatste kolen van dit jaar. Elders liggen bergen droge bonen te wachten op verwerking – bonen hebben geen haast.
„BOON is ons uithangbord”, zegt Bringsken. Veel groter is Jamael in huismerkconserven. En in ‘white labels’, neutrale verpakkingen die naar verschillende ketens gaan. Zo verkoopt Lidl sinds kort de nieuwe biologische peulvruchtenlijn van Jamael.
Jamael verpakt onder meer limabonen voor Jumbo.
Behalve een uithangbord is BOON ook een ‘uitdager’, zoals het in supermarktkringen heet. BOON stopte peulvruchten in 2023 als eerste in Tetra-pakjes in knallende kleuren. Ineens kreeg het saaie, wat stoffige boontje een hip uiterlijk.
Bringsken laat zijn favoriet zien: zwarte bonen in teriyakisaus. Daarnaast zijn er linzen in tandoorisaus, of kikkererwten in tajinesaus. En pakjes met één soort boon – ook minder bekende, zoals limaboon of lupine, met achterop recepten ter inspiratie. Duidelijk bedoeld voor een jonger publiek.
HAK en de supermarkten brachten schielijk hun al even fris gekleurde look-alikes in de winkel. Niet zo gek, want hoewel je glas eindeloos kunt recyclen, hebben pakjes minder gewicht en je kunt meer rijen kwijt op een meter schapruimte.
Anders dan bij HAK, dat bonen voor zijn kartonnen pakjes naar een Italiaanse fabriek moet vervoeren, worden de pakjes van BOON in Nederland gevuld. Het familiebedrijf Jamael wil zo veel mogelijk ‘lokaal’ produceren, zegt Bringsken. „Lokale teelt, lokale verwerking en lokale consumptie.”
Dat doet Jamael niet alleen omdat consumenten dat leuk vinden of omdat het beter is voor het klimaat of voor Nederlandse boeren. Maar ook vanwege de geopolitieke onrust. „We zien geregeld dat landen zoals China of Turkije tijdelijk een exportverbod instellen als er voedseltekorten dreigen. Als je risico’s in je aanvoer wilt verkleinen, moet je meer lokaal produceren.”
Lokaal is weliswaar een rekbaar begrip, voor HAK en Jamael. Vlak over de grens in België en Duitsland is óók lokaal, voor een fabriek die in Brabant of Gelderland staat. Lokaal betekent voor HAK: niet verder dan 125 km van de fabriek. Voor peulvruchten die hier niet goed groeien, zoals kikkererwten en linzen, móeten producenten wel uitwijken naar landen met een gunstiger klimaat.
Zonder import lukt het niet. Toch vindt de Jamael-directeur dat Nederlandse supermarkten en consumenten „wel wat chauvinistischer” mogen zijn, en Nederlandse producten wel wat meer mogen waarderen. „In Frankrijk is ‘geteeld en geproduceerd in Frankrijk’ vaak een harde eis voor producenten”, zegt Bringsken. „Nederlandse inkopers letten vooral op prijs, en de allerlaagste prijs vind je buiten de EU.”
Nederlandse telers zitten op dure grond, met dure arbeid en energie. Dat alles maakt, zegt Bringsken, dat Nederlandse bonen het nooit op prijs kunnen winnen. „We raken enerzijds contracten kwijt in Frankrijk omdat onze bonen niet in Frankrijk geteeld zijn. Tegelijk verliezen we in eigen land contracten omdat afnemers kiezen voor goedkopere partijen in Spanje of Hongarije.”
De verwerkers zitten vaak klem tussen telers en retailers, zegt Bringsken. Het is in het belang van telers en producenten om afspraken voor de lange termijn te maken, zodat boeren weten dat het de komende jaren ook nog loont om in Nederland peulvruchten te telen en producenten leveringszekerheid hebben. Maar met de supermarkten lopen de contracten vaak korter. „Dan kan het gebeuren dat er overschotten ontstaan en dat de handelsprijzen dalen. Wij willen dat risico niet afwentelen op onze telers, maar die dynamiek maakt het wel moeilijk om meer peulvruchten van Nederlandse bodem te verkopen.”
Minstens zo ingewikkeld blijkt het om in Nederland de biologische teelt van peulvruchten aan te jagen. Daar weet HAK over mee te praten. In 2023 kondigde het bedrijf vol overtuiging aan in vijf jaar honderd procent van de Nederlandse gewassen biologisch te laten telen. „Voor de Tweede Wereldoorlog was dat de standaard”, zegt Zonderop. „We wilden biologisch uit het elitaire hoekje halen en voor iedereen toegankelijk maken. Zonder het groot op de verpakking te zetten.” Het móest ook, volgens de toenmalige topman Timo Hoogeboom, omdat kunstmest de bodem uitput.
Onlangs adviseerde het Voedingscentrum in de nieuwe Schijf van Vijf de wekelijkse consumptie van twee keer zoveel peulvruchten als de vorige versie.
Maar de verwachting dat schaalvergroting vanzelf tot lagere kosten zou leiden, bleek wensdenken. Stijgende kosten, prijsdruk van supermarkten en minder vraag van consumenten waren één kant van het verhaal. Daarnaast viel ook de opbrengt tegen, zegt Zonderop. „Vorig jaar mislukte een hele tuinbonenoogst door een insectenplaag. Sommige gewassen bleken moeilijk te telen zonder gewasbeschermingsmiddelen.”
HAK is niet gestopt met bio. De proefboerderijen en telers waarmee HAK samenwerkt blijven experimenteren met nieuwe gewassen, technologieën en minder kunstmest en pesticiden. Maar de ambitie van honderd procent is verlaten.
Niet alles gaat dus vlekkeloos op peulvruchtengebied. Maar een gebrek aan aandacht, behoort in elk geval niet tot de problemen. Van alle kanten krijgen peulvruchten de laatste tijd applaus. Voor consumenten die zich afkeren van ultrabewerkt voedsel zijn bonen een natuurlijke, pure eiwitbron. Bonen passen bovendien naadloos in de fibermaxxing-trend, het opvoeren van je vezelinname voor een gezonde darmhuishouding.
Onlangs deed het Voedingscentrum er nog een schepje bovenop met de nieuwe Schijf van Vijf, die twee keer zoveel peulvruchten adviseert als de vorige versie. Om allerlei redenen. Ze zijn cholesterolverlagend, goed voor hart- en bloedvaten, een bron van vitamine B1 en ijzer. En omdat ze veel eiwit bevatten, zijn het goede vleesvervangers, met een geringe klimaatimpact.
Een volwassen man die vlees en vis eet, doet er goed aan wekelijks 250 gram peulvruchten te eten. Voor volwassen vegetariërs is het advies bijna 500 gram. Als heel Nederland de Schijf van Vijf zou volgen, zijn de conservenfabrieken snel door hun voorraden heen.
HAK is onderdeel van Neerlands Glorie Groenten & Fruit, met een omzet in 2025 van 130 miljoen euro en circa 210 werknemers. NGG&F is een dochter van Flexway, een levensmiddelenconglomeraat gevestigd in de Verenigde Arabische Emiraten en eigendom van de in Australië wonende Russische Denis Shtengelov.
Jamael Food Group (in totaal circa 70 werknemers in Nederland, van wie 50 bij conservenfabriek Baltussen in Driel) is een familiebedrijf en geeft geen omzet prijs. In Tanzania heeft Jamael nog een akkerbouwbedrijf en een levensmiddelenfabriek met circa 150 werknemers. Jasper Bringsken (33) nam vorig jaar de leiding over van zijn vader Ruben Bringsken, die in mei op 57-jarige leeftijd overleed.
Toch wijst niets bij HAK en BOON op een verhoogde staat van paraatheid. De fabrikanten weten dat Nederlanders zich niet zoveel aantrekken van voedingsadviezen. Het groene A’tje of B’tje van Nutriscore, dat op het etiket staat, doet ook weinig voor de verkoop.
Een prominentere plek in de supermarkt, zeggen Bringsken en Zonderop, is waarschijnlijk de beste manier om bonen aan de man te brengen. Het conservenschap, waar bonen tussen augurken en blikvis liggen, is niet bepaald de plek waar mensen inspiratie opdoen. Maar om in het oog te springen, op de kop van het schap of met promoties, moeten leveranciers vaak flink betalen aan de supermarkt.
Tegelijkertijd is duidelijk dat ook supermarkten belang hebben bij een hogere bonenconsumptie, als ze hun uitstoot willen verlagen. Dat is in de winkels te merken. Retailers vergroten de schapruimte voor peulvruchten, brengen meer huismerkbonen, stoppen bonen in kant-en-klaarmaaltijden of promoten Nederlandse spliterwten en edamameboontjes. Om klanten naar een meer plantaardig eetpatroon te sturen, hebben ze de heilige boontjes hard nodig.
„In sommige supermarkten staan peulvruchten nu op het versplein, naast groente en fruit”, zegt Zonderop optimistisch. Op die eerste vierkante meters van de winkel beslissen klanten wat ze die avond gaan eten. En in die omgeving zien ze misschien ook sneller wat ze allemaal met peulvruchten kunnen. „Dat helpt om wat meer in de routine van mensen te komen.”
De overvloed aan stazakken en gekleurde pakjes peulvruchten wekken de indruk dat de ouderwetse bonen in glas het onderspit zullen delven. Wie weet nog wat ‘blote billetjes in het gras’ zijn? Het klopt, zegt Zonderop, dat de omzet uit klassieke varianten gestaag daalt. „Met een paar procent per jaar.”
De groei zit bij kikkererwten en linzen. En bij de stazakken met ‘gemaksproducten’. Maar groei en daling zijn relatief. Er zijn, weet HAK, nog veel traditionele eters in Nederland. Zonderop: „Nog steeds komt ongeveer de helft van de peulvruchtenomzet uit de klassiekers. Onze bestsellers zijn nog steeds bruine bonen en witte bonen in tomatensaus.”
De omzet van klassieke varianten in pot daalt.