Home

‘Nederland zal moeten leren branden in de natuur te bestrijden’

Nederland heeft van oudsher een typische ‘stadsbrandweer’. Dat roer zal om moeten, want natuurbranden gaan bij ons leven horen, zegt de landelijke specialist natuurbrand­bestrijding Jelmer Dam.

Gevraagd naar hoe zijn dag was als leidinggevende bij de bestrijding van de enorme natuurbrand bij ’t Harde, houdt Jelmer Dam het zakelijk. ‘Gewoon druk. Het incident vroeg veel capaciteit van de brandweerorganisatie.’

Dam werkt bij de brandweer Noord- en Oost-Gelderland en is landelijk specialist natuurbrandbestrijding. ‘Het vuur gaat bij ons leven horen’, zegt Dam zonder omwegen. ‘Langdurige droogte staat in alle modellen van het KNMI.’ Voor kennis daarover kijkt de brandweer veel naar het buitenland. Dam zelf deed ervaring op in Spanje, Canada en de VS.

Als je zo’n enorme brand als bij ’t Harde moet bestrijden, waar begin je dan?

‘We wisten al dat het natuurbrandrisico in Gelderland enorm hoog is. Dan rukken we bij elke alarmmelding gelijk grootschalig uit, ook als we niet zeker weten of er echt brand is. Als een natuurbrand eenmaal raast, is het moeilijk nog genoeg slagkracht te krijgen om hem in de kiem te smoren. Woensdag gingen we met vijftien voertuigen in één keer.

‘Onderweg schat ik het uitbreidingsrisico in. We hadden snel door dat dit een grote brand zou worden. Toen hebben we blushelikopters besteld, onze specialistische crew en onze deskundigen die internationaal zijn opgeleid voor natuurbrandbestrijding. Ter plaatse maak je een strategie. Doel was vooral om de brand binnen de perken te houden, dat-ie niet zou overslaan naar buiten het oefenterrein. Dat is gelukt.’

Is watertoevoer de grootste uitdaging bij zulke natuurbranden?

‘Wel als je alleen focust op water. Bij een gebouwbrand heb je altijd een brandkraan om een slang op aan te sluiten, in de natuur niet. Bovendien beweegt een natuurbrand zich over een terrein, dus we hebben voertuigen nodig die kunnen spuiten en zich verplaatsen tegelijk. Die zijn na tien minuten leeg, en dan kan het wel dertig minuten duren tot je een nieuw, vol voertuig hebt. Dan heb je al snel tekorten. Dat hebben we ook geleerd uit het buitenland: bij een natuurbrand is watertekort een gegeven, en moet je alternatieven zoeken.’

Wat zijn die alternatieven voor water?

We kunnen de brandstof weghalen, de vegetatie dus. Dat wordt internationaal veel toegepast. Je ziet daar bulldozers een grote lijn schrapen om een brand heen: dan is er daar dus geen brandstof meer.

‘Wij moeten die vaardigheden nog ontwikkelen. Nederland heeft van oorsprong echt een stadsbrandweer. Maar we zijn er hard mee bezig. Zo kunnen we nu brandend vuur met vuur bestrijden. Dan steek je gecontroleerd een stuk grond in brand, en dat vuur wordt dan naar de brand toegezogen. Zodra dat daar is, heeft de brand geen brandstof meer om zich te verspreiden.

‘We hebben nu twee specialistische teams die brand kunnen bestrijden zonder water, de hand crews. Letterlijk een rij mensen die met handgereedschappen de vegetatie weghalen. Bijltjes, pikhouwelen, kettingzagen, een hark. Het klinkt lullig, maar als je die op de juiste manier inzet – samenwerkend met de helikopter en de waterlevering – dan ben je heel efficiënt. Die drie elementen kunnen individueel zo’n brand niet aan, maar samen wel.’

Heeft alle inzet voor natuurbranden gevolgen voor de bestrijding van andere branden?

‘Dat valt mee. Nederland is met bijna duizend brandweerkazernes en 24 duizend brandweercollega’s rijk bedeeld met brandweerzorg. Meestal kan een team uit een andere regio een gebouwbrand komen blussen. Maar hoe groot je ook bent, ook daar zit een grens aan. Neem de natuurbranden rond Londen in juli 2022. Daar was de best toegeruste brandweerorganisatie van Engeland binnen een dag door zijn capaciteit heen.

‘Woensdag heb ik eenheden uit Drenthe, Twente, IJsselland, Utrecht ingezet. Dan vraag je best wel wat capaciteit van de buren, die ook een hoog natuurbrandrisico hebben. Dat is niet per se zorgelijk: we werken altijd met minder middelen dan je wilt, ook bij een gebouwbrand. Alleen bij natuurbranden, die dagen, weken of maanden kunnen duren, loop je daar sneller tegenaan.’

Zijn natuurbranden de nieuwe realiteit in Nederland?

‘Ja, dat is zeker zo. Er is een verband tussen langdurige droogte en dit soort branden. Ontstekingen zien we elke dag, ook in de winter. Maar als het nat is en het brandt niet, dan merk je daar niets van. Een hete auto-uitlaat in hoog gras doet niks als het gras groen is, maar je krijgt brand zodra het droog en dor is.’

Jaagt zo’n enorme brandweerlieden nou vrees aan, of is het een interessante ervaring?

‘Allebei. In een gebouwbrand weet ik binnen twintig minuten hoe ik de brand ga aanpakken. Natuurbranden bewegen en veranderen constant, ze zijn onvangbaar. Dat maakt ze spannender.

‘Maar we minimaliseren altijd het risico voor onszelf, zorgen altijd voor een vluchtroute en veiligheidszone. Soms komt er een moment waarop we zeggen: deze brand gaan wij niet stoppen. Dan gaan we kijken of we een gebied kunnen evacueren. Er zijn grenzen aan ons werk, en ook dat moet de samenleving weten.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next