Lezersbrieven U schreef ons over de ontsnapte koe uit het slachthuis, stoeptegelkolonialisme en armoede.
Japke-d. Bouma beschreef in haar column van vorige week (20/4) precies waar ik als fiscaal jurist vaak mee te maken krijg bij het opstellen van huwelijkse voorwaarden of een samenlevingscontract.Als een vrouw (dat kan natuurlijk ook een man zijn!) door haar gezinstaken minder gaat werken, heeft dat financiële gevolgen.Door een parttime dienstverband bouw je bijvoorbeeld minder pensioen op. Gehuwde en samenwonende stellen kunnen hun pensioen delen. Dit is wettelijk geregeld. Een vrouw krijgt hierdoor bij scheiding een deel van het pensioen van de man. Maar is de man ondernemer, dan is hij meestal niet aangesloten bij een pensioeninstantie en ontvangt de vrouw dus geen pensioen van hem bij de scheiding. Een parttime dienstverband kan, mede afhankelijk van de hoeveelheid dagen, invloed hebben op de carrièrekansen.
Kortom, als een vrouw tijdens de relatie niet in staat is zelf vermogen op te bouwen, dan is zij bij een scheiding financieel terug bij af.
Het is belangrijk dat vrouwen en mannen weten waar ze financieel staan. Goede afspraken voorkomen veel financieel leed. Een scheiding is al verdrietig genoeg.
Jenny Slooter Den Hoorn
Vorige week ontsnapte een koe uit het slachthuis en doolde rond op een industriegebied nabij Groningen. Omdat hij in de buurt van de ringweg dreigde te komen werd het dier meerdere keren door de politie met een geweer beschoten, waarna hij bloedend bleef staan, om zich daarna nog enkele malen op te richten. Hij ging maar niet dood. Toen werd zijn hals doorgesneden. De verantwoordelijke dierenarts lichtte deze ‘noodslachting’ volgens NOS toe: „als ik er dan binnen een minuut bij ben kan ik de keel doorsnijden en kan het vlees nog verkocht worden.”
Ontsnapt uit het slachthuis. De wil tot leven van deze koe was ongekend. Maar deze levenslustige, dappere koe werd als niks meer dan een vleesproduct gezien. Zo werd hij midden op straat, op klaarlichte dag, op een vreselijke manier afgemaakt.Toch is bijna iedereen een week later het vreselijke lot van dit dier alweer vergeten.
Achter de gesloten deuren van het slachthuis worden dagelijks 1,7 miljoen(!) dieren in Nederland afgemaakt. Van hun vreselijke lot kunnen we ons afwenden, doen alsof we het niet weten, omdat het zich tussen vier muren afspeelt, buiten ons gezichtsveld.
Laten we het zichtbare lot van deze ene koe nou eens níet vergeten, en als voorbeeld stellen om onszelf te dwingen om dit immense dierenleed binnen onze landsgrenzen te zien en te erkennen. Wat met deze ene koe gebeurde, gebeurt iedere dag met 1,7 miljoen andere dieren, alleen al in ons land. Ook al is er haast niemand die dat ziet.
Ieder individu op zichzelf kan besluiten hier niet meer aan mee te doen, simpelweg door geen vlees meer te eten. Want is dit waar wij verantwoordelijk voor willen zijn? Heel misschien is deze arme koe dan niet voor niets zo’n vreselijke dood gestorven – over die andere miljoenen hebben we het dan even niet.
Marij de Wit Hilversum
Dat Stephan Sanders zijn jubel over het katholicisme soms nauwelijks kan verhullen is mij bekend. Maar zijn column van 20/4 slaat alles. Dat hij kritiek op de Heilige Stoel afdoet als folkloristisch anti-pausgeluid zegt alles over de kritiekloze houding van deze columnist tegenover het Vaticaan. Ik gun Sanders zijn geloof, maar zijn jubel kan hij beter ventileren in het Katholiek Nieuwsblad.
Jos Groenenboom Maassluis
Over het algemeen beschouw ik mijzelf als een collectivist. Het dichthouden van grenzen staat bij mij niet hoog in het vaandel. Maar er is één week per jaar waarop die waarden ver te zoeken zijn. Dat is de laatste week van april, wanneer Koningsdag en de bijbehorende vrijmarkt zich als oranje nederzetting over de stad verspreiden. Als sneeuw voor de zon verdwijnen mijn morele principes, wanneer de straten langzaam maar zeker via stoepkrijt worden opgedeeld in kleine eilandjes. ‘Gereserveerd voor bewoners’ of ‘Davey’s plek!!’ Heerlijk om te zien hoe iedereen plots zijn innerlijke territoriumsdrift omarmt. Ieder koning van zijn eigen stukje land en niemand die er tegenin gaat ook; het is een geaccepteerde orde. Je kijkt wel uit om per ongeluk op iemands stoepimperium te gaan staan. Stoepkrijt was nog nooit zo autoritair.
Pup Pruymboom Utrecht
Ik vind het beperkt hoe onderzoeker Eddie Brummelman in een zwart-witredenering over zijn onderzoek praat, met een eenduidige scheiding over opgroeien in armoede of in rijkdom (24/4).
Hij stelt dat kinderen wellicht denken, vooral als zij zelf in armoede opgroeien: ik wil later genoeg geld hebben maar dat lukt mij misschien niet. En dat ‘aan de andere kant’ kinderen die opgroeien in een rijk gezin misschien druk voelen om net zo veel geld te verdienen als hun ouders.
Maar de aannames hierin zijn erg gestoeld op individualisme; het afwegen van de eigen kansen, op basis van de eigen krachten, vanuit de eigen afkomst.
Arm of rijk zijn betekent juist ook een positie in de groep. Wanneer je wordt bekeken of beoordeeld op je afkomst, is het moeilijker om gezien te worden om wie je daarnaast nog meer bent. Het werkt vertekenend om dat aspect buiten beschouwing te laten. Bovendien ligt juist in het erkennen van deze groepswerking een nieuw perspectief dat minder beklemmend is en daadwerkelijk over talent, ontwikkeling en mogelijkheden gaat.
Marieke Schoonderbeek Amsterdam