Home

Militair bewind in Mali in het nauw: ‘Junta heeft de bevolking van zich vervreemd’

Mali’s militaire regime werd zaterdag zwaar onder vuur genomen. De gecoördineerde actie van aan Al Qaida gelieerde rebellen en een separatistische Toeareg-beweging legt de kwetsbaarheid van de junta bloot. Wat weten we tot nu toe?

is buitenlandredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over Afrika en het Mondiale Zuiden.

Wat is er zaterdag gebeurd?

Mali is zaterdagochtend opgeschrikt door de omvangrijkste aanslagengolf in jaren. In het zuiden van het land nam een jihadistische rebellengroep de hoofdstad Bamako, het internationale vliegveld en garnizoensstad Kati onder vuur. Bijna gelijktijdig bestormde een andere, separatistische rebellenbeweging de noordelijke steden Kidal, Gao, Mopti en Savare. Het was de grootste bedreiging voor de militaire junta, sinds die in 2020 aan de macht kwam door een militaire coup.

Nu is het nog steeds onduidelijk wie welke gebieden controleert. In Bamako en Kati lijkt de rust voorlopig te zijn teruggekeerd. Kidal is door de rebellen ingenomen. De strategisch gelegen stad werd verdedigd door huurlingen van het Russische Africa Corps (voorheen Wagner Groep) die de junta had ingehuurd. Ze trokken zich zaterdag terug en zouden het land via Libië hebben verlaten.

Wie zitten achter deze aanvallen?

De aanvallen werden opgeëist door twee milities, die weinig met elkaar gemeen lijken te hebben. De aanvallen in het zuiden werden gepleegd door Jama’at Nusrat al-Islam wal-Muslimin (JNIM). JNIM ontstond in 2017 uit vier jihadistisch-extremistische groeperingen in West-Afrika. De organisatie onderhoudt banden met Al Qaida en streeft naar een streng op de sharia gebaseerde staat.

Het Azawad Bevrijdingsfront (FLA) viel aan in het noorden. De FLA is een onafhankelijkheidsbeweging van Toeareg, een uit het noorden van Mali afkomstig volk. Toeareg-rebellen proberen al decennialang hun eigen staat Azawad te stichten in Noord-Mali. In tegenstelling tot JNIM heeft FLA geen religieuze aspiraties.

Abdourahmane Idrissa Abdoulaye, Sahel-expert aan de Universiteit Leiden, kijkt er niet van op dat de twee groeperingen, die ieder hun eigen doelen hebben, een gelegenheidscoalitie aangingen. JNIM is een pragmatische organisatie, zegt hij. ‘Ze is minder ideologisch dan Islamitische Staat, die zich ook in Mali verschanst.’ Daarnaast zijn er persoonlijke banden tussen de organisaties. ‘Sommige JNIM-leiders zijn Toeuaregs, die vroeger voor het FLA vochten.’

Herhaalt de geschiedenis zich met deze aanval?

Wie door zijn oogharen naar de gebeurtenissen van afgelopen dagen kijkt, ziet mogelijk een herhaling van de geschiedenis. Toeareg-rebellen pleegden in 2012 ook een reeks aanvallen, waardoor het vrij rustige Mali plotseling in een burgeroorlog belandde. Ook toen werden ze aanvankelijk geholpen door een islamistische beweging, Ansar Dine.

Toen dat samenwerkingsverband uit elkaar viel en de islamisten de overhand kregen, greep de internationale gemeenschap in. Frankrijk stuurde in 2013 vierduizend militairen naar zijn voormalige kolonie. De gebutste Malinese regering sloot een vredesverdrag met de Toearegs. Elfduizend blauwhelmen van de Verenigde Naties, waaronder Nederlandse troepen, zagen toe op het verdrag, tot de Malinese junta ze in 2023 het land uitzette.

Bij deze aanvallen zijn dezelfde mensen betrokken als toen. De Toearegs waren destijds verenigd in de Nationale Beweging voor de Bevrijding van Azawad (MNLA). Hun leider Bilal Ag Cherif is nu de hoogste FLA-leider. Iyad Ag Ghaly, die in 2012 aan het hoofd van de islamistische Ansar Dine stond, geeft nu leiding aan JNIM.

Tegelijkertijd zijn de rollen nu anders verdeeld, zegt Daniël Eizinga. De Toeareg waren in 2012 nog de sterkste partij, maar sinds het vertrek van de VN heeft JNIM aan kracht gewonnen, zegt de expert op het gebied van extremisme in de Sahel, van het Africa Centre for Strategic Studies. ‘JNIM controleert nu alle bestaande smokkel- en transportroutes. Ze zijn professioneler georganiseerd en hebben meer mensen gerekruteerd.’

Het militaire regime beloofde een einde te maken aan de jihadistische terreur, maar is daar dus niet in geslaagd?

De Malinese militaire leiding beloofde na de coup, net als andere militaire junta’s in de Sahel, een einde te maken aan de afhankelijkheid van het Westen. Het was een populistische boodschap die in goede aarde viel, ook in andere Afrikaanse landen, zegt Daniël Eisinga. ‘Maar na afgelopen weekend blijkt des te meer dat alles wat de junta ooit beloofde, is mislukt. Ze hebben in feite geen idee wat ze doen.’

Zo zette de junta vijftienduizend Franse soldaten en blauwhelmen het land uit met het argument dat de militairen meer vrijheid hadden om jihadisten te bestrijden, als ze niet op de vingers zouden worden gekeken. Ter versterking van het leger werden tweeduizend Russische soldaten ingehuurd. Het resultaat? ‘Het aantal mensenrechtenschendingen is toegenomen, terwijl de veiligheidssituatie in een schrikbarend tempo achteruit is gehold.’

Omdat de junta ook alle humanitaire hulp weigert, is ook de economische situatie drastisch verslechterd. ‘De junta heeft de Malinese bevolking daarmee van zich vervreemd’, zegt de Sahel-deskundige. ‘JNIM is er wel in geslaagd om de inwoners aan zich te binden, want zonder goede inlichtingen had ze deze aanslag nooit kunnen plegen.’

Is het gevaar voor de junta al afgewend?

Vermoedelijk niet. JNIM verspreidde dinsdag een video waarin het dreigde de hoofdstad Bamako te belegeren. Of de islamisten dat inmiddels doen, is onduidelijk. JNIM is er wel toe in staat, want vorig jaar sloot ze al Bamako’s complete brandstoftoevoer af.

De junta lijkt zich te realiseren dat het gevaar niet is geweken. ‘Militaire operaties zullen doorgaan totdat we de gewapende groepen compleet hebben geneutraliseerd en de veiligheid is hersteld in het land’, zei Mali’s militair leider dinsdagavond, in zijn eerste televisietoespraak na de aanval.

Maar in werkelijkheid kan de militaire leiding weinig beginnen tegen de rebellen, zegt Daniël Eizinga van het Africa Centre for Strategic Studies. Het regime heeft zich afgelopen jaren geïsoleerd op het wereldtoneel. Behalve het Russische Africa Corps heeft het weinig andere bondgenoten en afgelopen weekend bleek al dat de Russische hulp niet toereikend is. ‘De junta bevindt zich op een zinkend schip en het is wachten tot ze eraf worden geduwd.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next