Home

Hoe Pim Boellaard op 1 mei eensgezindheid bracht in het chaotische kamp Dachau

is socioloog.

Vandaag eenentachtig jaar geleden, op 1 mei 1945, hield verzetsman Pim Boellaard in het kamp Dachau voor het eerst en het laatst in zijn lange leven een rede ter ere van de Dag van de Arbeid. Als zijn biografe weet ik hoe ver dat van hem af stond – oranjegezind, liberaal, generaalszoon, officier en verzekeringsdirecteur als hij was. Voor de andere ‘patriottische’ gevangenen gold hetzelfde.

Pim Boellaard (1903-2001) was na tweeënhalf jaar gevangenschap in Dachau beland. Op 5 mei 1942 gearresteerd, werd hij via het Oranjehotel voor zijn proces overgebracht naar de gevangenis in Haaren. Hij overleefde zijn doodsvonnis omdat de zwaarste verzetsgevangenen vanaf eind april 1943 niet meer werden gefusilleerd maar abgetrennt auf weiteres Verfahren. Tot nader order uit de samenleving verwijderd.

De Todeskandidaten moesten in het niets verdwijnen. Als Nacht- und Nebel-gevangenen kregen ze geen brieven, pakketten en medische zorg, en moesten ze het zwaarste werk doen: in de steengroeve. Het doel was Vernichtung durch Arbeit – langzaamaanexecutie. Boellaard verdween naar het beruchte kamp Natzweiler in de Vogezen. Toen de geallieerden in het najaar van 1944 naderden, werd Natzweiler ontruimd en ging hij op transport naar Dachau.

Over onze columns
Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.

Dachau werd op zondagmiddag 29 april om twee minuten voor half zes door de Amerikanen bevrijd. Het verkeerde in een noodtoestand. Overal lagen hopen lijken. Enkele dagen eerder was SDAP-voorman ‘Stuuf’ Wiardi Beckman bezweken aan de besmettelijke vlektyfus die dagelijks honderden slachtoffers maakte. Water, voedsel en medicijnen raakten op. Door de veewagens vol gevangenen uit het oosten, waar het Rode Leger oprukte, was het kamp overbevolkt geraakt. Soms lieten de Duitsers die wagens zelfs gesloten staan. De stapels rottende lijken waarin dat resulteerde kennen we door de foto’s van Lee Miller, die ze van buitenaf openmaakte.

Hoe voorkom je dat chaos en geweld uitbreken onder duizenden zieke, uitgehongerde, wanhopige ex-gevangenen van vele geloven en nationaliteiten die niet naar huis kunnen? Dat zij elkaar te lijf gaan met wapens uit de SS-voorraden of dat de SS als afscheid overgaat tot massamoord?

Net zo onwaar als de cynische schijnwijsheid dat iedereen altijd louter voor zichzelf opkomt, is het naïeve optimisme dat in levensbedreigende situaties vooroordeel en verschil verdwijnen en men de handen ineenslaat. Dat het verzet een eenheid vormde is evenzeer mythe. Er hebben zich in de kampen tussen gevangenen gruwelijkheden afgespeeld, tot moord aan toe.

Mensen pleegden verzet vanuit tegengestelde politieke en religieuze overtuigingen, die nog aan gewicht wonnen doordat ze voor dat verzet zo zwaar werden gestraft. Ook hun uiteenlopende reacties op angst, woede, verdriet en verlies kunnen mensen diep verdelen. Onder die omstandigheden is gezamenlijkheid een prestatie – een prestatie die inspanning vereist plus een competente leiding met gezag, die wordt vertrouwd, samenwerkt en intelligent is, ook emotioneel.

Om een ramp te voorkomen was al voor de bevrijding een clandestiene leiding gevormd, het International Prisoners’ Committee, bestaande uit figuren die het vertrouwen hadden van hun landgenoten. Dat de Nederlanders Boellaard afvaardigden sprak vanzelf. Hij was onomstreden en had gedurende zijn gevangenschap zelfs de waardering van de communisten verworven.

Hij had medegevangenen praktisch en moreel gesteund, was bevriend geraakt met andersdenkenden als Wiardi Beckman en journalist Oscar Mohr, was ijzersterk en won ieders respect toen hij weigerde op bevel van een SS’er een medegevangene af te ranselen. Bovendien sprak hij Frans, Duits en Engels en had hij wat Russisch opgedaan.

Op 30 april vierde het kamp de bevrijding, maar stond Boellaard voor een probleem: het was de verjaardag van kroonprinses Juliana. De communisten eisten dat bij het hijsen van de vlag ook de Internationale werd gespeeld, dat gelukwensen aan Juliana uitbleven en dat Pim ook op 1 mei zou spreken. Het eerste ging Boellaard te ver; verder zwichtte hij, al ervoeren de officieren het als een groot offer om hun felicitaties aan de prinses op een aparte bijeenkomst uit te moeten spreken. Maar in deze noodsituatie ging het erom de Nederlanders vereend te houden.

Het compromis werkte. De communisten ‘zetten op 30 april bij het volkslied keurig hun petten af’. Hijzelf riep een dag later op 1 mei te vieren ‘met begrip voor elkaars gevoelens en gedachten als het feest van de Verbroedering en de bevrijding van het fascisme’. Net wat anders dan de klassenstrijd.

Geen column meer missen?
Volg uw favoriete columnisten via de app. Klik op het belletje naast de auteursnaam.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next